Home / Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen over kinderopvang
Van toeslag en wachtlijst tot wennen, ziekte en opzeggen. Elk antwoord begint met de korte versie, met de uitleg eronder. Bij vragen over opvang, toeslag en regels staat ook de bron, zodat je het zelf kunt nakijken.
Welke opvang zoek je?
- 158 vragen in 13 onderwerpen
- Met bronnen om na te kijken
- Bijgewerkt oktober 2026
Veel gesteld
Tien vragen die veel ouders stellen.
- 1Wat kost kinderopvang gemiddeld in 2026?
- 2Hoeveel kinderopvangtoeslag krijg ik bij ons inkomen?
- 3Wanneer moet ik mijn kind inschrijven en hoe lang zijn de wachtlijsten?
- 4Moet ik kinderopvangtoeslag terugbetalen, en hoe voorkom ik dat?
- 5Wat is de opzegtermijn en kan ik ook dagen verminderen?
- 6Heb ik recht op ruildagen?
- 7Mag mijn kind met waterpokken, krentenbaard, hoofdluis of diarree naar de opvang?
- 8Moet ik betalen als mijn kind ziek is of wij op vakantie zijn?
- 9Hoe werkt wennen en hoe lang duurt het?
- 10Wordt kinderopvang echt (bijna) gratis, en wanneer?
Kiezen
Welke soorten opvang er zijn, wat bij jullie gezin past en waar je op let als je een opvang kiest.
Wat is het verschil tussen een kinderdagverblijf, bso, gastouder en peuteropvang?
Een kinderdagverblijf is voor 0 tot 4 jaar, de bso voor basisschoolkinderen, een gastouder vangt maximaal zes kinderen op en peuteropvang is voor 2- tot 4-jarigen.
Een kinderdagverblijf (kdv, ook dagopvang) vangt kinderen van 0 tot 4 jaar op in groepen, meestal van 7:30 tot 18:30 uur. Buitenschoolse opvang (bso) is voor basisschoolkinderen vanaf 4 jaar tot de overstap naar de middelbare school: vóór en na schooltijd en in de vakanties. Een gastouder vangt maximaal zes kinderen op, thuis bij de gastouder of bij jou, altijd via een geregistreerd gastouderbureau. Peuteropvang (vroeger peuterspeelzaal) is voor 2- tot 4-jarigen, een paar ochtenden per week, vaak met een voorschools programma.
Alle vier vallen onder de Wet kinderopvang en staan in het Landelijk Register Kinderopvang. Alleen dan heb je recht op kinderopvangtoeslag.
Doe de keuzehulpKinderdagverblijf of gastouder: wat past bij ons?
Een gastouder is kleinschalig en per uur goedkoper, maar valt uit bij ziekte of vakantie, terwijl een kinderdagverblijf altijd een team heeft.
Een gastouder is kleinschalig (maximaal zes kinderen), biedt één vast gezicht, is vaak flexibeler in tijden en goedkoper per uur: gemiddeld € 8,74 tegen € 11,62 in de dagopvang begin 2026. Nadeel: is de gastouder ziek of op vakantie, dan is er meestal geen opvang, en het bureau is niet verplicht vervanging te regelen.
Een kinderdagverblijf heeft altijd een team, een pedagogisch beleid, meer leeftijdsgenootjes en jaarlijks een GGD-inspectie, maar ook meer wisselende gezichten en een hoger tarief. Let op: het maximumtarief voor de toeslag ligt bij een gastouder lager (€ 8,49) dan bij dagopvang (€ 11,23), dus netto is het verschil kleiner dan het bruto lijkt.
Reken je netto-kosten uitHoeveel dagen per week opvang is goed voor mijn kind?
Daar is geen norm voor, en de kwaliteit van de opvang weegt zwaarder dan het aantal dagen, ook als je kind onder de 2 vaak gaat.
Wettelijk is er geen minimum of maximum. Het hangt af van jullie werk en van je kind. Wel zijn er in Nederlands onderzoek aanwijzingen dat kinderen die in hun eerste twee levensjaren meer dan drie dagen per week naar de opvang gaan, op hun twaalfde wat vaker druk, impulsief of soms agressief gedrag laten zien.
Bij opvang van hoge pedagogische kwaliteit bleef dat effect uit. Let dus vooral op vaste gezichten, rust op de groep en medewerkers die veel met de kinderen praten en goed op ze reageren.
Kijk ook naar je eigen kind. Is het na de wenperiode nog vaak erg moe of van slag, bespreek dan met de mentor of een andere verdeling van de dagen helpt.
Reken uit wat een dag meer of minder kostWaar let ik op bij een rondleiding?
Let op de sfeer, het aantal vaste gezichten en het dagritme, en vraag naar het laatste GGD-rapport en het pedagogisch beleidsplan.
Kijk naar de sfeer en de rust op de groep, hoeveel vaste medewerkers je kind gaat zien, het dagritme en het buitenspelen, het eten en het allergiebeleid, en hoe je als ouder op de hoogte wordt gehouden (een ouderapp, gesprekken). Vraag naar het pedagogisch beleidsplan, het wen- en ruilbeleid, de openingstijden en de sluitingsdagen.
Vraag ook naar het laatste GGD-inspectierapport (dat moet op de website staan of op de locatie ter inzage liggen) en naar de oudercommissie. Plan liever twee of drie rondleidingen dan één, en vraag hoe ze omgaan met huilen, slapen en afscheid nemen.
Vragen voor de rondleidingHoe controleer ik of een opvang officieel geregistreerd is?
In het Landelijk Register Kinderopvang: staat een locatie daar niet in, dan krijg je geen kinderopvangtoeslag.
Zoek de locatie op in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) op naam, adres of het negencijferige LRK-nummer. Het register bevat alle kinderdagverblijven, bso's, gastouderbureaus en gastouders die door GGD en gemeente zijn goedgekeurd, met de inspectierapporten en eventuele handhaving. Zonder LRK-nummer kun je geen kinderopvangtoeslag aanvragen. Het nummer staat meestal ook op je contract.
Op Kribo staan de locaties uit het register met hun LRK-nummer en de GGD-rapporten die er zijn. Gastouders die hun adres in het register afschermen, staan niet op Kribo.
Zoek een locatieKies ik opvang dichtbij huis of dichtbij mijn werk?
Dichtbij huis past later beter bij school en bso, dichtbij het werk scheelt reistijd als je vaak op kantoor werkt.
Kijk naar de dagen waarop je kind gaat. Werk je die dagen vaak thuis of wisselt je werkplek, dan ligt opvang dichtbij huis voor de hand. Dan kan ook je partner of iemand anders je kind makkelijker brengen of halen. Word je gebeld omdat je kind ziek is, dan wil je snel kunnen komen, dus let ook op de afstand vanaf je werk.
Denk ook vooruit. Vanaf 4 jaar gaat je kind naar school, en niet elke bso haalt op bij elke school. Broertjes en zusjes krijgen op een locatie vaak voorrang.
Op Kribo kun je zoeken op je route van huis naar werk, met de fiets of de auto, en stel je in hoeveel minuten omweg je wilt maken.
Zoek opvang op je route naar werkIs een horizontale of een verticale groep beter voor mijn kind?
Voor baby's lijkt een horizontale groep beter: onderzoek vond daar een hogere kwaliteit dan in groepen waar kinderen van 0 tot 4 jaar samen zitten.
In een horizontale groep zitten kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd, bijvoorbeeld een babygroep en een peutergroep. In een verticale groep zitten kinderen van 0 tot 4 jaar bij elkaar. Allebei mag. Hoe groot de groep mag zijn en hoeveel medewerkers er staan, hangt af van de leeftijden in de groep.
De Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang vergeleek de opvang van baby's tot ongeveer anderhalf jaar. In horizontale babygroepen waren de sfeer en de sensitiviteit van de medewerkers beter. Het grootste verschil zat in hoe medewerkers de taal en het ontdekken van baby's stimuleren.
Vraag bij de rondleiding hoe de groepen zijn ingedeeld. Bij een horizontale indeling stapt je kind meestal een keer over naar een andere groep, met nieuwe gezichten. Op Kribo staat de groepsindeling bij de kenmerken van een locatie, als die bekend is.
Wat is peuteropvang en voor wie is het bedoeld?
Opvang voor 2- tot 4-jarigen, een paar ochtenden per week, waar je peuter via de gemeente ook heen kan als je geen recht op toeslag hebt.
Peuteropvang is voor kinderen van 2 tot 4 jaar, meestal twee of drie ochtenden per week in schoolweken, gericht op spelend leren en de voorbereiding op de basisschool. Er gelden dezelfde kwaliteitsregels als op het kinderdagverblijf.
Werkende ouders betalen het via de kinderopvangtoeslag. Heb je geen recht op toeslag, bijvoorbeeld omdat één ouder niet werkt, dan heeft de gemeente een gesubsidieerd peuteraanbod voor een paar korte dagdelen per week. Loopt je peuter risico op een achterstand, bijvoorbeeld in taal, dan kan hij via het consultatiebureau voorschoolse educatie (vve) krijgen. De regels en de eigen bijdrage verschillen per gemeente.
Peuteropvang en vve uitgelegdWat is een integraal kindcentrum (ikc)?
Een samenwerking van opvang en basisschool voor kinderen van 0 tot 13 jaar, meestal in één gebouw, maar geen aparte vorm in de wet.
In een integraal kindcentrum werken kinderdagverblijf, peuteropvang, bso en basisschool samen, meestal onder één dak en vaak met één team en één pedagogische visie. Het idee is een doorlopende lijn: je kind kent het gebouw en de mensen al als het naar groep 1 en de bso gaat.
Hoe ver de samenwerking gaat, verschilt per kindcentrum. Voor de opvang gelden gewoon de Wet kinderopvang, het register en de GGD-inspecties, voor de school de onderwijswetten. Met een klacht over de opvang ga je eerst naar de organisatie en daarna naar het Klachtenloket Kinderopvang. Met een klacht over de school ga je naar de klachtencommissie waarbij het schoolbestuur is aangesloten.
Ga er niet van uit dat een plek op de opvang voorrang geeft op de school. Dat verschilt per school en gemeente, dus vraag het na.
Wat betekenen Montessori, Reggio Emilia, Pikler en natuuropvang?
Het zijn pedagogische visies, geen soorten opvang met eigen regels: de wettelijke eisen zijn overal gelijk, de visie bepaalt vooral hoe de dag eruitziet.
Montessori draait om zelfstandigheid (‘help mij het zelf te doen’), met speciaal materiaal waar kinderen zelf mee aan de slag gaan. Reggio Emilia, genoemd naar de Italiaanse stad waar het ontstond, ziet kinderen als onderzoekers en werkt met projecten die uit hun eigen interesses komen. Pikler, naar de Hongaarse kinderarts Emmi Pikler, laat kinderen in hun eigen tempo bewegen en spelen en maakt van verzorgen een rustig moment van aandacht. Bij natuuropvang spelen kinderen een groot deel van de dag buiten.
Geen van deze namen is een wettelijk keurmerk, en elke organisatie geeft er een eigen invulling aan. Vraag bij de rondleiding hoe de visie in het dagritme terugkomt en hoe die in het pedagogisch beleidsplan is uitgewerkt.
Bestaat er tweetalige of Engelstalige kinderopvang?
Ja, een kinderdagverblijf of bso mag maximaal de helft van de openingstijd per dag Engels, Duits of Frans spreken, de rest van de tijd is het Nederlands.
Sinds 1 februari 2024 geldt voor kinderdagverblijven en bso's dezelfde regel: naast Nederlands mogen ze ook Engels, Duits of Frans als voertaal gebruiken, voor ten hoogste de helft van de openingstijd per dag. De verplichte uren voorschoolse educatie vallen daar niet onder. Medewerkers die de andere taal spreken, moeten die mondeling minstens op niveau B2 beheersen.
Helemaal Engelstalige opvang kan niet, want Nederlands blijft altijd een voertaal. Voor gastouders geldt de regeling voor meertalige opvang niet. Hoe een locatie het aanpakt, staat in het pedagogisch beleidsplan. Op Kribo zie je op de locatiepagina welke talen er gesproken worden, als dat bekend is.
Kosten & toeslag
Wat kinderopvang kost, hoeveel toeslag je krijgt en hoe je voorkomt dat je achteraf moet terugbetalen. Bedragen van 2026.
Wanneer heb ik recht op kinderopvangtoeslag?
Als jij en je eventuele partner werken, studeren of een traject naar werk volgen, en je kind naar geregistreerde opvang gaat waarvoor je zelf meebetaalt.
Jij en je toeslagpartner moeten allebei werken, een erkende opleiding volgen, een traject naar werk volgen of een inburgeringscursus volgen. Je krijgt kinderbijslag voor je kind of draagt bij aan de kosten van zijn levensonderhoud, en je kind staat op jouw adres ingeschreven. Verder hebben jullie de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning.
De opvang moet in het Landelijk Register Kinderopvang staan, je hebt een schriftelijk contract met de opvang of het gastouderbureau en je betaalt zelf een deel van de kosten. Toeslag krijg je tot je kind naar de middelbare school gaat. Voor tussenschoolse opvang, tussen de middag op school, krijg je geen toeslag.
Wat kost kinderopvang gemiddeld in 2026?
Gemiddeld € 11,62 per uur voor dagopvang, € 10,58 voor bso en € 8,74 voor een gastouder, dus twee kdv-dagen per week kosten zo'n € 1.100 per maand vóór toeslag.
Begin 2026 was het gemiddelde uurtarief € 11,62 in de dagopvang, € 10,58 op de bso en € 8,74 bij een gastouder (cijfers van het ministerie van SZW over het eerste kwartaal). Dat ligt boven de maximumtarieven waarover je toeslag krijgt (€ 11,23, € 9,98 en € 8,49); het verschil betaal je volledig zelf.
Een kdv-dag wordt meestal gerekend over de hele openingstijd, bijvoorbeeld 10,5 of 11 uur, ook als je kind korter komt. Twee dagen per week komt zo op ongeveer 95 uur per maand, ruwweg € 1.100 bruto. Wat je daarvan netto betaalt, hangt af van je inkomen.
Rekenhulp kosten & toeslagWat zijn de maximumuurtarieven en percentages van de kinderopvangtoeslag in 2026?
€ 11,23 per uur voor dagopvang, € 9,98 voor bso en € 8,49 voor een gastouder, met 96% vergoeding tot en met een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 56.412.
De maximumuurprijzen zijn € 11,23 voor dagopvang, € 9,98 voor bso en € 8,49 voor gastouderopvang. Boven dat bedrag krijg je geen toeslag. Werkende ouders met een gezamenlijk toetsingsinkomen tot en met € 56.412 krijgen 96% van de kosten (tot het maximumtarief) vergoed, voor het eerste én voor volgende kinderen. Daarboven loopt het percentage af tot 36,5% voor het eerste kind bij de hoogste inkomens; voor een tweede kind blijft het percentage hoger.
Je betaalt dus altijd een eigen bijdrage: minimaal 4%, plus alles wat de opvang boven het maximumtarief rekent.
Alle tarieven en percentagesHoeveel kinderopvangtoeslag krijg ik bij ons inkomen?
Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 70.000 krijg je 90,5% vergoed en bij € 100.000 72,1%, voor het eerste kind en tot de maximumuurprijs; tot en met € 56.412 is het 96%.
Dienst Toeslagen vergoedt een percentage van je opvangkosten, tot de maximumuurprijs van € 11,23 per uur voor dagopvang. Dat percentage hangt af van jullie gezamenlijke toetsingsinkomen. Voor het eerste kind is het bijvoorbeeld 90,5% bij € 70.000 en 72,1% bij € 100.000.
Een rekenvoorbeeld: je kind gaat twee dagen per week naar het kinderdagverblijf, samen 95 uur per maand, tegen € 11,62 per uur. Bij een inkomen van € 70.000 krijg je dan ongeveer € 965 toeslag per maand en betaal je zelf ongeveer € 140. Bij € 100.000 is de toeslag ongeveer € 770 en betaal je zelf zo'n € 335.
Met de rekenhulp op Kribo of de proefberekening van Dienst Toeslagen reken je je eigen situatie uit.
Reken het uit met je eigen inkomenHoe en wanneer vraag ik kinderopvangtoeslag aan?
Via Mijn toeslagen met je DigiD, uiterlijk binnen drie maanden nadat de opvang is begonnen, anders loop je toeslag mis.
Via Mijn toeslagen op toeslagen.nl, met je DigiD. Je hebt nodig: de naam en het adres van de opvang, het LRK-nummer, het aantal uren per maand, het uurtarief en het geschatte jaarinkomen van jou en je partner. Vraag de toeslag aan binnen drie maanden na de maand waarin de opvang begon; wie later is, loopt maanden toeslag mis.
De beslissing duurt ongeveer vijf weken en de toeslag wordt maandelijks vooraf uitbetaald. Geef veranderingen in inkomen, uren, tarief of opvang binnen vier weken door, anders moet je achteraf terugbetalen.
Stap voor stap aanvragenWelk inkomen geef ik op, en wat is het toetsingsinkomen?
Het toetsingsinkomen is je jaarinkomen voor de belasting, in loondienst meestal het fiscale loon op je jaaropgaaf, opgeteld bij dat van je toeslagpartner.
Je geeft het toetsingsinkomen op van het jaar waarvoor je toeslag krijgt. Doe je geen belastingaangifte, dan is dat je belastbare loon, dat op je jaaropgaaf staat als fiscaal loon. Doe je wel aangifte, dan is het je verzamelinkomen uit de definitieve aanslag. Kinderbijslag, zorgtoeslag en studiefinanciering tellen niet mee.
Heb je een toeslagpartner, dan tellen jullie inkomens bij elkaar op. Dat is je echtgenoot of geregistreerd partner, maar het kan ook iemand zijn die op hetzelfde adres staat ingeschreven. Met het hulpmiddel 'Heb ik een toeslagpartner?' op toeslagen.nl zoek je dat uit.
Omdat het jaar nog loopt, schat je je inkomen. Reken een loonsverhoging, bonus of extra uren mee. Schat je iets te hoog, dan krijg je achteraf geld terug in plaats van dat je moet terugbetalen.
Toeslag terugbetalen: zo voorkom je hetMoet ik kinderopvangtoeslag terugbetalen, en hoe voorkom ik dat?
Alleen als je te veel voorschot kreeg, meestal door een hoger inkomen of minder opvanguren; je voorkomt het door ruim te schatten en wijzigingen binnen vier weken door te geven.
Je toeslag is een voorschot, berekend met jouw schatting van je inkomen en je opvanguren. Na afloop van het jaar rekent Dienst Toeslagen alles opnieuw uit. Was je inkomen hoger, of ging je kind minder uren dan je had opgegeven, dan betaal je het verschil terug.
Geef daarom wijzigingen binnen vier weken door: meer of minder uren, een nieuw uurtarief, een andere opvang, een ander inkomen of stoppen met werken. Vergelijk je voorschot af en toe met je facturen en je loonstroken.
Moet je toch terugbetalen, dan kun je dat in delen doen, in maximaal 24 maanden. Sinds 1 januari 2026 betaal je dan 4,3% rente. Lukt dat niet zonder dat je te weinig overhoudt om van te leven, dan kijkt Dienst Toeslagen naar je persoonlijke situatie.
Toeslag terugbetalen: zo voorkom je hetVoor hoeveel uur per maand krijg ik toeslag, en moet ik daarvoor een minimum aantal uren werken?
Tot 230 uur per maand per kind, en hoeveel uur je werkt maakt niet uit, zolang jullie allebei werken, studeren of een traject volgen.
Je krijgt toeslag over de uren in je contract met de opvang, tot maximaal 230 uur per maand per kind. Hoeveel uur je werkt, maakt niet uit. De oude koppeling aan gewerkte uren (140% voor dagopvang, 70% voor bso) is sinds 2023 afgeschaft, ook al noemen veel websites die nog. Wel telt in welke maanden je werkt: werken jullie allebei, dan gaat Dienst Toeslagen uit van de gewerkte maanden van degene die het minst werkt.
Voorwaarde blijft dat jij en je eventuele partner werken, een erkende opleiding volgen, inburgeren of een traject naar werk volgen. Uren die niet in je contract staan, tellen niet mee. Voor dagen waarop de opvang dicht is, krijg je alleen toeslag als het een officiële feestdag is.
Wat verandert er in 2027 aan de toeslag?
Volgens de plannen van Prinsjesdag krijg je in 2027 96% vergoed tot een toetsingsinkomen van ongeveer € 72.000, en worden de maximumuurprijzen ruim 3% hoger.
Op Prinsjesdag 2026 heeft het kabinet de plannen voor 2027 naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd. Werkende ouders met een gezamenlijk toetsingsinkomen tot ongeveer € 72.000 krijgen dan 96% voor het eerste kind. In 2026 is dat tot en met € 56.412. Ook daarboven gaan de percentages omhoog. Volgens het kabinet krijgt een gezin met twee kinderen, twee keer een modaal inkomen en twee dagen opvang zo'n € 700 meer toeslag dan in 2026.
De maximumuurprijzen stijgen naar € 11,60 voor dagopvang, € 10,31 voor bso en € 8,77 voor gastouderopvang. Nu is dat € 11,23, € 9,98 en € 8,49.
De stap is kleiner dan begin 2026 werd voorgesteld, toen was het plan 96% tot € 87.767. Het zijn nog ontwerpbesluiten. De Kamers kunnen tot 13 oktober 2026 reageren, daarna volgt het advies van de Raad van State.
Wordt kinderopvang echt (bijna) gratis, en wanneer?
Bijna, maar pas vanaf 2029: dan krijgen alle werkende ouders volgens de huidige planning 95,6% van de maximumuurprijs vergoed.
Het kabinet wil de kinderopvangtoeslag in 2029 vervangen door een vergoeding die niet van je inkomen afhangt. Alle werkende ouders krijgen dan 95,6% van de maximumuurprijs vergoed, iets minder dan de 96% die eerder was aangekondigd. De overheid betaalt rechtstreeks aan de opvang, dus terugvorderingen bij ouders verdwijnen. Het wetsvoorstel ligt sinds september 2026 bij de Raad van State en moet daarna nog door de Tweede en Eerste Kamer.
Tot die tijd blijft de toeslag bestaan en gaat hij in stappen omhoog. In 2026 krijg je 96% bij een gezamenlijk toetsingsinkomen tot € 56.413. Voor 2027 is het plan die grens te verhogen naar ongeveer € 72.000.
Helemaal gratis wordt het dus niet. Je blijft een kleine eigen bijdrage betalen, plus alles wat de opvang boven de maximumuurprijs rekent.
Krijg ik meer toeslag of korting als mijn tweede kind ook naar de opvang gaat?
Meer toeslag wel, want voor elk volgend kind geldt een hoger percentage; of de opvang zelf korting geeft, verschilt per organisatie.
Gaan er twee of meer kinderen naar de opvang, dan telt het kind met de meeste opvanguren als eerste kind. Voor de andere kinderen krijg je een hoger percentage. Tot en met een toetsingsinkomen van € 56.412 is dat voor elk kind 96%. Daarboven wordt het verschil groter: bij € 100.000 krijg je 72,1% voor het eerste kind en 90,5% voor het tweede, bij de hoogste inkomens 36,5% tegen 68,2%.
Een korting voor broertjes en zusjes op het uurtarief is geen regel. Sommige organisaties geven die, vraag het na. Geef binnen vier weken aan Dienst Toeslagen door dat je tweede kind naar de opvang gaat.
Toeslag in bijzondere situatiesWanneer krijg ik de definitieve berekening, en waarvoor is de jaaropgave van de opvang?
In de loop van het jaar erna, zodra je inkomen vaststaat; met de jaaropgave van de opvang controleer je of je uren en uurprijs kloppen.
Na afloop van het jaar stelt Dienst Toeslagen je toeslag vast met je echte inkomen en de uren die je echt hebt afgenomen. Doet niemand in je huishouden belastingaangifte, dan krijg je de definitieve berekening tussen eind juni en 31 december van het jaar erna. Doet iemand wel aangifte, dan binnen zes maanden nadat iedereen die aangifte doet een aanslag heeft gekregen.
De opvang geeft je uren en uurprijs zelf ook door aan Dienst Toeslagen. Krijg je een jaaropgave van de opvang, vergelijk die dan met de uren en de uurprijs in Mijn toeslagen en geef verschillen door.
Klopt de definitieve berekening volgens jou niet, dan kun je binnen zes weken bezwaar maken.
Toeslag terugbetalen: zo voorkom je hetMoet ik doorbetalen voor feestdagen, studiedagen en sluitingsdagen, en krijg ik daar toeslag over?
Officiële feestdagen, ook 5 mei, mag de opvang rekenen en daarover krijg je toeslag. Voor studiedagen en eigen sluitingsdagen krijg je geen toeslag, en rekenen mag alleen als het in je contract staat.
Valt je contractdag op een erkende feestdag, dan mag de opvang die dag rekenen, ook als hij dicht is, en houd je recht op toeslag. Dat geldt ook voor 5 mei, want Bevrijdingsdag is elk jaar een erkende feestdag. Volgens de cao Kinderopvang 2025-2026 is 5 mei sinds 2026 elk jaar een vrije dag voor medewerkers, dus veel locaties zijn dan dicht. Een organisatie mag ook open blijven.
Voor studiedagen van het personeel en zelfgekozen sluitingsdagen, bijvoorbeeld tussen Kerst en Oud en Nieuw, krijg je geen toeslag. De Brancheorganisatie Kinderopvang vindt dat ze in principe niet gefactureerd mogen worden. Volgens de Geschillencommissie mag het wel als het in je overeenkomst staat, en zonder die afspraak niet. Veel organisaties verwerken studiedagen daarom in het uurtarief. Kijk in je contract hoe jouw opvang het doet.
Mag de opvang de prijs zomaar verhogen?
Nee, de houder moet eerst de oudercommissie om advies vragen, en de nieuwe prijs gaat op zijn vroegst 40 dagen na de aankondiging in.
Een houder mag zijn tarieven aanpassen, maar moet de oudercommissie eerst om advies vragen. Volgt hij dat advies niet, dan moet hij schriftelijk uitleggen waarom. Volgens de algemene voorwaarden van de branche mag de prijs één keer per kalenderjaar veranderen en gaat de nieuwe prijs op zijn vroegst 40 dagen na de aankondiging in.
Voor 2026 werd een kostenstijging van 3,7 tot 5,1% verwacht, terwijl de maximumuurprijs van de toeslag met 4,84% omhoog ging. Een hogere verhoging mag, maar de houder moet die onderbouwen voor de eigen locatie. Ben je het er niet mee eens, dan kun je opzeggen met één maand opzegtermijn.
Is een 40- of 48-wekenpakket goedkoper dan 52 weken?
Niet altijd, want je betaalt minder weken tegen een hoger uurtarief, en wat boven de maximumuurprijs uitkomt betaal je helemaal zelf.
Bij een pakket van 48 weken betaal je vier weken per jaar geen opvang, maar de organisatie rekent er meestal een hoger uurtarief voor. Dat tarief ligt vaak ruim boven de maximumuurprijs van de toeslag (€ 11,23 voor dagopvang, € 9,98 voor bso). Alles daarboven betaal je zelf, en dat kan het voordeel van de vrije weken tenietdoen.
Reken daarom uit wat je netto per jaar kwijt bent met je eigen toeslagpercentage, en kijk niet alleen naar de brutoprijs. Op de bso kun je vaak kiezen tussen alleen schoolweken (40 weken) en een heel jaar (52 weken), al werken steeds meer organisaties alleen nog met 52 weken. Niet elk kinderdagverblijf biedt een korter pakket.
Reken je netto-kosten uitKan de toeslag rechtstreeks aan de opvang worden uitbetaald?
Ja, als je opvang meedoet via een overeenkomst met Dienst Toeslagen, en dan betaal je zelf alleen het verschil.
Dat kan als de opvangorganisatie of het gastouderbureau daarover een overeenkomst heeft met Dienst Toeslagen. Je geeft dan in Mijn toeslagen aan dat de toeslag naar de opvang gaat, en je betaalt zelf alleen het verschil. Dat regel je nadat je de toeslag hebt aangevraagd. Het kan niet als je kind tegelijk bij meerdere opvangorganisaties opvang heeft.
Niet elke organisatie doet mee, dus vraag het na. In het nieuwe stelsel dat het kabinet per 2029 wil invoeren, gaat het geld altijd rechtstreeks naar de opvang en is er geen toeslag meer.
Toeslag terugbetalen: zo voorkom je hetHoe stop ik mijn kinderopvangtoeslag?
Via 'Toeslag stoppen' in Mijn toeslagen of de app, binnen vier weken nadat de opvang stopt; stopzetten kan ook met terugwerkende kracht.
Log in op Mijn toeslagen of de app Toeslagen, kies 'Wijziging doorgeven' en dan 'Toeslag stoppen', en beantwoord de vragen. Dienst Toeslagen stopt de uitbetaling meestal de maand erna, soms een maand later. Binnen ongeveer vijf weken krijg je een nieuwe berekening.
Stop op tijd als je de opvang opzegt of als jullie geen recht meer hebben, bijvoorbeeld omdat je kind naar de middelbare school gaat. Loopt het voorschot door, dan betaal je het later terug. Stap je over naar een andere opvang, dan stop je niet, maar geef je de nieuwe opvang door.
Toeslag terugbetalen: zo voorkom je hetIs kinderopvang aftrekbaar van de belasting, of betaalt mijn werkgever mee?
Nee, aftrekbaar is het niet; de overheid betaalt mee via de toeslag, en je werkgever betaalt daar via een verplichte premie al aan mee.
De kosten van kinderopvang kun je niet aftrekken in je belastingaangifte. De bijdrage van de overheid loopt helemaal via de kinderopvangtoeslag. Werkgevers betalen daar al aan mee: ze dragen over het loon van al hun werknemers een opslag voor de Wet kinderopvang af, bovenop de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Sommige werkgevers geven daarnaast een eigen vergoeding voor kinderopvang, bijvoorbeeld via de cao. Zo'n vergoeding is loon waarover je belasting betaalt. Je werkgever kan hem ook onbelast geven via de vrije ruimte van de werkkostenregeling, maar dat is zijn keuze. Vraag het na bij je werkgever of de personeelsafdeling.
Inschrijven en starten
Wanneer je inschrijft, hoe wachtlijsten en voorrang werken, wat er in het contract staat en hoe de eerste weken gaan.
Wanneer moet ik mijn kind inschrijven en hoe lang zijn de wachtlijsten?
Voor een baby kan dat al tijdens de zwangerschap; hoe lang je daarna wacht, verschilt per plek, bij Partou van direct tot ongeveer drie maanden.
Om je in te schrijven zijn de uitgerekende datum en de gewenste startmaand genoeg. Hoe lang je wacht, verschilt sterk per regio, per locatie en per leeftijd van je kind. Bij Partou is er in grote delen van het land op de meeste locaties direct plek, in de regio's Amsterdam en Utrecht wacht je ongeveer drie maanden. Volgens Partou zijn woensdag en vrijdag rustiger, dus met flexibele dagen vergroot je je kans.
Je mag je bij meerdere locaties inschrijven. Heb je snel opvang nodig, dan kun je soms met één dag beginnen en later uitbreiden. Bij de bso hangt een plek soms af van de school van je kind, omdat een locatie alleen ophaalt bij scholen waarmee ze samenwerkt. Of er nu plek is, hoor je bij de opvang zelf.
Zoek locaties bij jou in de buurtHoe werkt een wachtlijst en wie krijgt voorrang?
Niet alleen op volgorde van inschrijving: ook je gewenste dagen tellen mee, en broertjes, zusjes en kinderen die er al zitten gaan meestal voor.
De planning kijkt naar de dagen die je wilt, de leeftijd van je kind (past het in de groep), wie er het eerst stond en voorrangsregels. Broertjes en zusjes van kinderen die er al zitten, gaan meestal voor. Hetzelfde geldt vaak voor kinderen die al geplaatst zijn en extra dagen willen. Een broertje of zusje schrijf je wel apart in, bijvoorbeeld zodra je de uitgerekende datum weet.
Veel locaties plannen maar een paar maanden vooruit, bij Kindergarden ongeveer vier tot zes maanden. Hoor je lang niets, dan zit het dus niet per se vol. Zodra er plek is, krijg je een aanbod waarop je snel moet reageren, bij Partou binnen zes dagen. Wil je een aanbod niet aannemen, vraag dan of je op de wachtlijst blijft staan.
Krijg ik mijn inschrijfgeld terug als ik afzie van de plek?
Meestal is inschrijven gratis; herroep je een online gesloten contract binnen veertien dagen en vóór de start, dan krijg je alles terug.
Bij veel grote organisaties is inschrijven voor de wachtlijst gratis. Vraagt een organisatie wel inschrijfkosten, dan staat in de voorwaarden of je die terugkrijgt. Sloot je het contract online of op afstand, dan mag je het binnen veertien dagen zonder reden herroepen. Doe je dat vóór de startdatum, dan krijg je alles terug wat je al betaalde.
Annuleer je later, maar minstens een maand vóór de start, dan mag de organisatie alleen de kosten rekenen die ze al echt heeft gemaakt. Annuleer je binnen een maand voor de start, dan betaal je maximaal een maand opvang, zonder toeslag. Lukt op tijd annuleren niet meer, dan kun je volgens BOinK het contract laten ingaan en op de eerste dag opzeggen, zodat je over die maand vaak wel toeslag krijgt.
Bij een gastouderbureau tellen de bureaukosten, soms inschrijf- en begeleidingskosten genoemd, wel mee voor de toeslag.
Wat staat er in het contract en in de algemene voorwaarden?
Het contract legt je dagen, uren, prijs en looptijd vast; de algemene voorwaarden regelen onder meer annuleren, opzeggen, prijswijzigingen en klachten.
In het contract, vaak plaatsingsovereenkomst genoemd, staan onder meer de opvangdagen, het aantal uren dat je betaalt, het uurtarief, de startdatum en tot wanneer het loopt. Veel organisaties gebruiken de algemene voorwaarden van de Brancheorganisatie Kinderopvang en de BMK; hun leden zijn daartoe verplicht. Daarin staan de regels voor annuleren, opzeggen, prijswijzigingen, betalen en klachten. Voor gastouderopvang zijn er aparte voorwaarden, en veel organisaties hebben eigen aanvullende voorwaarden, bijvoorbeeld over ruilen of te laat ophalen.
Volgens de branchevoorwaarden hoort de organisatie ook informatie te geven over onder meer de openingstijden, een eventuele minimumafname, de wenperiode, de huisregels en het aantal oudergesprekken per jaar. Vóór de start volgt een plaatsingsgesprek over bijvoorbeeld wennen, voeding, ziekte en foto's. Die afspraken krijg je schriftelijk bevestigd.
Hoe werkt wennen en hoe lang duurt het?
Na een plaatsingsgesprek volgen meestal een of twee korte wenmomenten; hoe lang het echte wennen duurt, verschilt per kind.
Vóór de start nodigt de opvang je uit voor een plaatsingsgesprek. Daarin spreek je af wanneer en hoe je kind komt wennen. Daarna volgen meestal een of meer korte wenmomenten, soms met jou erbij. Bij Berend Botje komt een kind op het kinderdagverblijf bijvoorbeeld eerst een of twee halve dagen wennen, op de afgesproken opvangdagen nadat het contract is ingegaan. Hoe het wennen gaat, moet in het pedagogisch beleidsplan staan.
Hoe lang het duurt voordat je kind zich thuis voelt, verschilt per kind. Kort huilen bij het afscheid is normaal, en een vast, kort afscheid helpt. Vraag vooraf of de wenmomenten voor of na de startdatum vallen. Vallen ze erna, dan zijn het gewone opvanguren die je betaalt.
Wennen op het kinderdagverblijfHoe houdt de opvang mij op de hoogte, en wat is een ouderapp?
Via de overdracht bij het ophalen, vaak een ouderapp met berichten en foto's, en meestal een of twee keer per jaar een gesprek over de ontwikkeling van je kind.
Bij het ophalen horen de medewerkers je iets te kunnen vertellen over de dag van je kind. Volgens het Klachtenloket Kinderopvang staat dat ook in het pedagogisch beleidsplan. Veel organisaties gebruiken daarnaast een ouderapp of ouderportaal. Daarin lees je berichten over de dag en zie je foto's, en vaak meld je er ook je kind ziek of af en vraag je extra dagen aan.
Dieper op de ontwikkeling van je kind ga je in tijdens oudergesprekken, in de regel een of twee keer per jaar. Je kunt ook zelf om een gesprek vragen. Gebeurt er iets met je kind, dan moet de opvang je altijd inlichten, en bij een ernstig incident meteen.
Vragen voor de rondleidingDagen, ophalen en opzeggen
Ruilen, extra dagen, vakanties en sluitingsdagen, wie je kind mag ophalen, en wat er geldt bij opzeggen of als de opvang stopt.
Heb ik recht op ruildagen?
Meestal niet, want ruilen is een service, maar krijg je een ruildag omdat de opvang zelf dicht was, dan moet je die echt kunnen gebruiken.
Ruilen is bij de meeste organisaties een service en geen recht, tenzij het in je contract of de algemene voorwaarden staat. In 2022 vond de Geschillencommissie Kinderopvang het goed dat een organisatie door personeelstekort tijdelijk geen extra dagen meer aanbood, omdat haar voorwaarden ruiltegoed een service noemden.
Het ruilbeleid verschilt sterk. Bij de een krijg je een paar servicedagen per jaar, bij de ander bouw je ruiltegoed op door je kind op tijd af te melden. Ruilen kan alleen als er plek is op de groep en er genoeg medewerkers zijn. Vraag het ruilbeleid op voordat je kiest.
Een ruildag die je krijgt omdat de opvang zelf dicht was, is iets anders. Die moet je echt kunnen inzetten, en lukt dat niet, dan moet de opvang die dag vergoeden.
Ruildagen, opzeggen en je rechtenKan ik een extra dag aanvragen?
Meestal wel, als er plek is op de groep, en over een extra dag die je betaalt, kun je ook toeslag krijgen.
Een losse extra dag vraag je bij de meeste organisaties aan via de ouderapp. Of het kan, hangt af van de plek op de groep en het aantal medewerkers, en soms hoor je dat pas kort van tevoren. Je betaalt de dag apart, of je zet ruiltegoed of een servicedag in als je opvang die heeft.
Over extra uren die je betaalt, krijg je kinderopvangtoeslag, tot 230 uur per maand per kind. Geef de extra uren binnen vier weken door in Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Gaat het om een tijdelijke wijziging, geef dan ook een einddatum op. Wil je vast een dag erbij, dan is dat een contractwijziging.
Is de opvang open in de zomervakantie en op feestdagen?
In de zomer meestal wel, maar op officiële feestdagen, zoals Koningsdag, 5 mei en de Kerstdagen, zijn de meeste locaties dicht.
De meeste kinderdagverblijven zijn het hele jaar open, ook in de zomervakantie, en de bso is in schoolvakanties meestal de hele dag open. Dicht zijn de meeste locaties op de officiële feestdagen: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en beide Kerstdagen. Volgens de cao Kinderopvang 2025-2026 is ook 5 mei vanaf 2026 elk jaar een vrije dag. Een organisatie mag wel open blijven als medewerkers willen werken.
Sommige organisaties sluiten daarnaast een dag of middag voor een studiedag van het personeel, of gaan eerder dicht op 24 en 31 december. Vraag naar de sluitingsdagen van dit jaar. Een erkende feestdag mag de opvang rekenen en daarover krijg je toeslag, over een studiedag of eigen sluitingsdag niet.
Moet ik betalen als mijn kind ziek is of wij op vakantie zijn?
Op het kinderdagverblijf en de bso wel, en je houdt je toeslag; bij een gastouder betaal je meestal alleen de uren dat je kind er is.
Op een kinderdagverblijf of bso betaal je voor de plek die op je contractdagen voor je kind wordt vrijgehouden. Dat geldt ook als je kind ziek is, jullie op vakantie zijn of je kind door een besmettelijke ziekte niet mag komen, want de locatie is open. Over die uren houd je recht op kinderopvangtoeslag. Sommige organisaties laten je een gemiste dag later inhalen als ruildag, maar dat is meestal een service en geen recht.
Bij een gastouder is het gebruikelijk dat je alleen betaalt voor de uren dat je kind er echt is. Of je bij ziekte van je kind doorbetaalt, staat in je overeenkomst met de gastouder.
Ziek kind: wanneer thuis, en wie betaaltDe groep is dicht door personeelstekort. Moet ik die dag toch betalen?
Meestal niet: kan de opvang door personeelstekort geen opvang bieden, dan kun je je geld voor die dag terugvragen.
Gaat een groep of locatie dicht door personeelstekort, dan levert de opvang de afgesproken opvang niet, en dan hoef je volgens BOinK voor die dag niet te betalen. De Geschillencommissie Kinderopvang vond personeelstekort in meerdere zaken geen overmacht. In een zaak waarin er ook veel coronabesmettingen waren, oordeelde ze wel dat het overmacht was. Biedt de opvang een ruildag aan, dan moet je die echt kunnen gebruiken, anders moet de dag alsnog worden vergoed.
Over uren die je terugkrijgt, krijg je geen toeslag. BOinK raadt aan het bedrag niet zelf van de factuur af te trekken, maar een aparte creditfactuur te vragen en de lagere uren binnen vier weken door te geven aan Dienst Toeslagen. Meld je kind ook niet zelf af voor een sluitingsdag, zodat duidelijk blijft dat de opvang dicht was.
Mag opa, oma of de oppas mijn kind ophalen?
Ja, als je dat vooraf aan de groep doorgeeft, vaak via de ouderapp; zonder melding geven de medewerkers je kind niet mee.
Dat kan iedereen zijn die je vertrouwt, zoals opa, oma, een buurvrouw of de oppas. Laat de medewerkers het wel van tevoren weten, bij veel organisaties met een bericht in de ouderapp. Weten ze van niets, dan geven ze je kind niet mee.
Haalt dezelfde persoon je kind vaker op, laat dat dan vastleggen. Volgens de algemene voorwaarden van de branche legt de opvang op jouw verzoek schriftelijk vast wie je kind mag ophalen. Je blijft er zelf verantwoordelijk voor dat die persoon op tijd is.
Wat gebeurt er als ik te laat ben met ophalen?
Bel meteen de groep; de opvang mag extra kosten of een boete rekenen als dat in de voorwaarden staat.
Volgens de algemene voorwaarden van de branche breng en haal je je kind op tijd, ook als iemand anders dat voor je doet. Ben je later, bel dan meteen de groep, zodat de medewerkers weten waar ze aan toe zijn. Zorg dat de opvang je altijd kan bereiken, en regel iemand die je kind kan ophalen als het jou niet lukt.
Wat te laat komen kost, verschilt per organisatie en staat in de aanvullende voorwaarden of de huisregels. Sommige organisaties rekenen extra kosten of een boete. De Geschillencommissie Kinderopvang vond in 2025 zo'n boete redelijk voor ouders die zich meer dan drie keer niet aan de afgesproken breng- of ophaaltijd hielden, omdat de opvang voor die tijd medewerkers beschikbaar moet houden.
Wat is de opzegtermijn en kan ik ook dagen verminderen?
Maximaal één maand, te rekenen vanaf de dag dat je opzegging binnenkomt, en voor minder dagen geldt meestal dezelfde termijn.
Je mag op elke dag van de maand opzeggen, niet alleen per de eerste. Zeg schriftelijk op, per mail of brief; de termijn loopt vanaf de dag dat de organisatie je opzegging ontvangt. Een langere termijn is volgens de Geschillencommissie Kinderopvang in beginsel in strijd met de wet, ook bij gastouderopvang. Wil je minder dagen, dan geldt meestal dezelfde termijn. Over de opzegmaand houd je recht op toeslag.
Kondigt de opvang een nieuwe prijs aan, dan geldt volgens de algemene voorwaarden van de branche geen opzegtermijn als je opzegt tussen 40 dagen vóór en 14 dagen na de ingangsdatum van die prijs. Volgens diezelfde voorwaarden loopt een kdv-contract af op de vierde verjaardag en een bso-contract op de twaalfde, tenzij je iets anders afspreekt.
Ruildagen, opzeggen en je rechtenHoe wijzig ik dagen of stap ik over naar een andere opvang?
Vraag het aan bij de planning of in de ouderapp, en geef nieuwe uren of een nieuwe opvang binnen vier weken door aan Dienst Toeslagen.
Meer of minder dagen, een andere dag of een andere locatie regel je met de planning of via de ouderapp. Vaak mag alleen de ouder die het contract heeft ondertekend dat doen. Voor minder dagen geldt dezelfde opzegtermijn als voor opzeggen. Of meer of andere dagen kunnen, hangt af van de plek op de groep; anders kom je op de interne wachtlijst.
Stap je over naar een andere organisatie, zeg dan op tijd op, want tijdens de opzegtermijn betaal je de oude opvang nog. Geef binnen vier weken in Mijn toeslagen of de app Toeslagen door dat de oude opvang stopt en welke opvang erbij komt. Pak daarvoor het nieuwe contract erbij, met het LRK-nummer, de uren en het uurtarief.
Zoek opvang in de buurtMag de opvang ons contract opzeggen of mijn kind weigeren?
Alleen met een gegronde reden, zoals twee maanden betalingsachterstand of zorg die de opvang langere tijd echt niet kan bieden.
Jij mag altijd opzeggen, de opvang niet zomaar. De algemene voorwaarden van de branche noemen onder meer een betalingsachterstand van twee maanden, gedrag dat anderen in gevaar brengt, een kind dat al twee maanden of langer meer zorg nodig heeft dan de opvang kan bieden en een verstoorde vertrouwensrelatie. De opvang moet de opzegging schriftelijk uitleggen en minstens een maand opzegtermijn geven, behalve bij een betalingsachterstand. Weigert de opvang je kind tijdelijk, dan moet ze met je zoeken naar een oplossing.
Gaat het om het gedrag of de zorgbehoefte van je kind, dan moet de opvang je eerst informeren, waarschuwen en zoeken naar andere oplossingen. Deed ze dat niet, dan maak je volgens een analyse van de Geschillencommissie Kinderopvang een grote kans. Wil je de opzegging aanvechten, vraag dan binnen een week een verkorte procedure aan bij de Geschillencommissie.
Opvang met extra zorgOnze opvang stopt of gaat failliet. Wat moet ik doen?
Geef binnen vier weken in Mijn toeslagen door dat de opvang stopt, want zodra die niet meer geregistreerd is, krijg je er geen toeslag meer voor.
Staat de opvang niet meer in het Landelijk Register Kinderopvang, bijvoorbeeld na een faillissement of een sluiting door de gemeente, dan heb je er vanaf dat moment geen recht meer op toeslag. Geef in Mijn toeslagen of de app Toeslagen door dat deze opvang stopt. Gaat je kind naar een nieuwe opvang of komt er een doorstart, geef die dan ook door. Liet je de toeslag rechtstreeks aan de opvang betalen, dan stopt Dienst Toeslagen dat bij een faillissement zelf; bij een andere sluiting geef je het zelf door.
Stopt alleen het gastouderbureau en houd je dezelfde gastouder, dan hoef je de toeslag niet stop te zetten als de gastouder zich binnen vier maanden bij een ander bureau inschrijft en jij met dat bureau een contract sluit. Betaal de gastouder in de tussentijd rechtstreeks via de bank, zodat je het kunt aantonen.
Zoek nieuwe opvang in de buurtGezondheid & veiligheid
Ziekte, medicijnen, veilig slapen, allergieën, ongelukjes en privacy: wat de opvang moet doen en wat je zelf regelt.
Wanneer mag mijn zieke kind niet naar de opvang?
Als je kind te ziek is om mee te doen of de groep kan aansteken; een wettelijke koortsgrens is er niet.
Volgens het RIVM blijft een ziek kind beter thuis als het erg ziek is of de rest van de groep kan aansteken, bijvoorbeeld bij hoge koorts, veel overgeven of pijn. Met een snotneus of wat huiduitslag kan een kind meestal gewoon meedoen. Elke opvang heeft een eigen ziektebeleid, soms met een eigen koortsgrens. Dat beleid hoor je bij het plaatsingsgesprek te krijgen.
Weren, je kind tijdelijk niet toelaten, gebeurt alleen bij een paar ernstige infectieziekten en altijd in overleg met de GGD. Een kind met mazelen blijft weg tot en met vier dagen na het begin van de uitslag. Met waterpokken of krentenbaard hoeft de opvang je kind niet te weren, al hebben sommige organisaties strengere eigen regels. Wordt je kind op de opvang ziek, dan neemt de opvang contact met je op en spreken jullie samen af wat er gebeurt.
Ziek kind: wanneer thuis, en wie betaaltMag mijn kind met waterpokken, krentenbaard, hoofdluis of diarree naar de opvang?
Meestal wel. Waterpokken, krentenbaard en hoofdluis zijn volgens het RIVM geen reden om een kind te weren, en na diarree mag je kind komen zodra het zich goed voelt.
Ook bij hand-voet-mondziekte en de vijfde ziekte hoeft de opvang je kind volgens het RIVM niet te weren. Kinderen met diarree voelen zich vaak te ziek om te komen, maar gaat het weer goed, dan kunnen ze gewoon naar de opvang. Soms adviseert de GGD kinderen toch thuis te houden, bijvoorbeeld bij krentenbaard met erg grote wondjes als meer kinderen ziek zijn. Een kind met mazelen blijft thuis tot en met vier dagen na het begin van de uitslag, om baby's te beschermen die nog niet zijn ingeënt.
Elke opvangorganisatie heeft een eigen ziektebeleid, en dat kan strenger zijn. Vertel het de opvang als je kind een besmettelijke ziekte heeft. Bij rodehond, dat gevaarlijk is voor zwangeren, moet de opvang ouders en medewerkers informeren.
Ziek kind en de opvangMag de opvang paracetamol of andere medicijnen aan mijn kind geven?
Ja, als jij daar vooraf schriftelijk toestemming voor geeft. Of de opvang ook paracetamol geeft, staat in haar eigen beleid.
Medicijnen toedienen is volgens de wet een eenvoudige medische handeling. Een pedagogisch medewerker mag het alleen doen als jij daar vooraf schriftelijk toestemming voor hebt gegeven. Daarom zijn veel organisaties er terughoudend mee. Of de opvang paracetamol geeft, bijvoorbeeld bij koorts, en onder welke voorwaarden, staat in het ziekte- of medicijnbeleid. Leg samen vast om welk middel het gaat, hoeveel en wanneer.
Een kind met diabetes mag naar de gewone kinderopvang. Pedagogisch medewerkers mogen insuline geven als ze daar zelf geen bezwaar tegen hebben, maar niet in opdracht van de werkgever. Maak daarom vooraf afspraken over wie het doet, ook als die medewerker er niet is.
Opvang met extra zorgHoe slapen baby's veilig op de opvang? Mag mijn baby ingebakerd worden of op de buik slapen?
Op de rug, in een slaapzak. Inbakeren of op de buik slapen gebeurt alleen bij hoge uitzondering, met jouw schriftelijke toestemming.
VeiligheidNL maakte met de brancheverenigingen het Protocol Veilig Slapen in de Dagopvang. Een baby slaapt daarin op de rug, in een passende slaapzak en in een veilig bedje zonder kussen, dekbed of grote knuffel. Een medewerker kijkt elke 15 minuten, en elke 10 minuten in de eerste weken op de opvang of als een baby bijna gaat omdraaien. Draait een baby zelf op de buik terwijl hij nog niet vlot terug kan, dan legt de medewerker hem terug.
Inbakeren gebeurt alleen als je er nadrukkelijk om vraagt en advies hebt van een arts of het consultatiebureau. Vanaf 4 maanden wordt het afgebouwd. Bij 6 maanden, of bij de eerste poging tot omdraaien, stopt het. Op de buik slapen zonder medische reden probeert de opvang te voorkomen. Gaat ze toch akkoord met een afwijking, dan teken je een toestemmingsformulier.
Mag een kinderopvang een kind weigeren dat niet gevaccineerd is?
Ja, onder strenge voorwaarden. Een wet die inenting verplicht stelt om naar de kinderopvang te mogen, is er niet.
Dat volgt uit een oordeel van de Raad van State. Een organisatie mag niet discrimineren, bijvoorbeeld op geloof, en moet eerst kijken of minder vergaande maatregelen mogelijk zijn. Om organisaties daarbij te helpen, publiceerde het ministerie van SZW in april 2024 een juridisch afwegingskader.
Vaccinatiegegevens zijn volgens de AVG bijzondere persoonsgegevens, dus de opvang moet daar zorgvuldig mee omgaan. Scholen mogen niet-ingeënte kinderen niet weigeren, vanwege de leerplicht. Vraag bij de inschrijving of de opvang een vaccinatiebeleid heeft.
Hoe gaat de opvang om met allergieën en dieetwensen?
Je spreekt vooraf af wat je kind niet mag eten en wat de opvang doet, en legt dat schriftelijk vast. Of er halal of vegetarisch eten is, verschilt per opvang.
Vertel bij het plaatsingsgesprek of je kind een allergie heeft of een dieet volgt. Het Klachtenloket Kinderopvang raadt aan samen vast te leggen voor welke voeding je kind allergisch is en welke maatregelen nodig zijn. Denk ook aan traktaties, knutselen met eten en uitstapjes. Heeft je kind noodmedicatie, zoals een adrenalinepen, spreek dan af wie die mag geven en wanneer, en geef daar schriftelijk toestemming voor.
Of de opvang rekening houdt met wensen als halal of vegetarisch, verschilt per organisatie. De ene past het eten aan, bij de andere geef je zelf eten mee. Bij het bereiden van eten moet de opvang zich aan de Warenwet houden. De oudercommissie heeft adviesrecht over het voedingsbeleid.
Kan ik borstvoeding blijven geven als mijn kind naar de opvang gaat?
Ja. Je kunt afgekolfde melk meegeven, en op je werk heb je de eerste negen maanden recht op betaalde tijd om te kolven.
Breng afgekolfde melk gekoeld mee, bijvoorbeeld in een koeltas, en zet de naam van je kind op de fles. Volgens de hygiënerichtlijn van het RIVM bewaart de opvang de melk in de koelkast op 4 °C en gebruikt ze die nog dezelfde dag, of vriest ze die in. Ontdooide melk moet binnen 24 uur op. Laat je baby ruim voor de start wennen aan de fles. Wil je zelf komen voeden, spreek dat dan af met de locatie.
Op je werk heb je volgens de Arbeidstijdenwet tot je kind negen maanden is recht op tijd om te kolven of te voeden, tot een kwart van je werktijd per dienst. Die tijd wordt doorbetaald.
Moet de opvang me vertellen als mijn kind gevallen of gebeten is, en wie is aansprakelijk?
Ja, altijd: meteen als je kind gewond is, anders uiterlijk bij het ophalen. Aansprakelijk is de opvang alleen als ze tekortschoot.
De opvang moet je over elk incident met je kind informeren, ook als het meevalt. Is je kind gebeten, vraag dan wat de medewerkers doen om herhaling te voorkomen. Welk kind het was, vertellen ze vaak niet, vanwege de privacy.
Aansprakelijk is de opvang als ze tekortschoot, bijvoorbeeld door een bekend gevaar in het gebouw niet op te lossen. Bijten komt bij jonge kinderen helaas voor, en volgens de Geschillencommissie bewijst een bijtincident op zich niet dat er te weinig toezicht was. Voor schade die je eigen kind onder de 14 jaar bij een ander aanricht, ben je als ouder in principe zelf aansprakelijk.
Is er op de opvang altijd iemand met kinder-EHBO?
Ja. Tijdens de opvang moet er altijd minstens één volwassene aanwezig zijn die gekwalificeerd is voor eerste hulp aan kinderen.
Die eis geldt voor het kinderdagverblijf en de bso, en een gastouder moet zelf een kinder-EHBO-certificaat hebben. Welke certificaten meetellen, staat in een ministeriële regeling. Het hoeft niet de medewerker van jouw kind te zijn, zolang er op de locatie altijd iemand met een geldig certificaat is.
Daarnaast heeft elk kinderdagverblijf en elke bso een veiligheids- en gezondheidsbeleid. Daarin staan de grootste risico's voor de veiligheid en gezondheid van de kinderen, ook het risico op grensoverschrijdend gedrag, en een plan van aanpak met maatregelen. Je hebt als ouder recht op inzage in dat beleid en de evaluaties ervan. De GGD controleert het bij de inspectie.
Wat opvalt in de GGD-rapportenWat doet de opvang bij hitte, en moet ik zonnebrand meegeven?
Volgens het RIVM horen daar veel drinken, schaduw en rustig spel bij. Wie de zonnebrand levert en of je thuis al insmeert, verschilt per opvang.
Het RIVM adviseert kinderdagverblijven bij hitte om kinderen vaak water te geven, al voordat ze dorst krijgen, geen drukke bewegingsspelletjes te doen en een koele plek op te zoeken, in of rond het gebouw. Verder luidt het advies om kinderen niet te lang in de zon te laten spelen, ze vooraf in te smeren met zonnebrandcrème met minstens factor 30 en een sterk UVA-filter, en baby's in alleen een rompertje met luier onder een lakentje te laten slapen.
Vraag wie de zonnebrand levert, of je je kind 's ochtends thuis al moet insmeren en of er een zonnehoedje mee moet. Bij extreme hitte kan een locatie eerder dichtgaan. In juni 2026 gebeurde dat bij tientallen locaties.
Opvanglocaties sluiten bij hitteWat doet de opvang als ze zich zorgen maakt over mijn kind thuis?
Dan volgt ze de verplichte meldcode: signalen in kaart brengen, overleggen, met jou in gesprek gaan en daarna beslissen of hulp of een melding nodig is.
Elke kinderopvang, ook de bso en de gastouder, werkt verplicht met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Die heeft vijf stappen: de signalen in kaart brengen, overleggen met een collega en zo nodig met Veilig Thuis, een gesprek met jou en als het kan met je kind, de ernst afwegen en een beslissing nemen. Een melding bij Veilig Thuis is nodig bij acute of structurele onveiligheid, of als goede hulp niet lukt.
Gaat het om een vermoeden van mishandeling of misbruik door een medewerker, dan geldt een andere regel. De medewerker meldt het meteen bij de houder, en die moet direct contact opnemen met de vertrouwensinspecteur. Na dat overleg volgt zo nodig aangifte bij de politie. Ook jij kunt de vertrouwensinspecteur om advies vragen.
Mag de opvang foto's van mijn kind maken en delen?
Alleen met jouw toestemming, en je bepaalt zelf waarvoor: alleen in de ouderapp of ook op de website of social media.
Foto's waarop je kind herkenbaar is, vallen onder de privacywet (AVG), en voor kinderen jonger dan 16 jaar geven de ouders toestemming. Bij het plaatsingsgesprek maak je afspraken over foto's en video's. Je kunt daarbij aangeven waarvoor ze gebruikt mogen worden: alleen in de ouderapp, of ook op de website, in folders of op social media. Volgens het Klachtenloket Kinderopvang moet de opvang die toestemming elk jaar opnieuw vragen.
Ook voor foto's in een afgeschermde app of op een afgeschermde website is toestemming nodig. Nee zeggen mag geen gevolgen hebben voor de opvang van je kind. Je kunt je toestemming altijd intrekken; de Autoriteit Persoonsgegevens heeft daar een voorbeeldbrief voor.
Ontwikkeling & extra zorg
Hoe de opvang de ontwikkeling van je kind volgt, en wat er kan als je kind extra steun nodig heeft bij taal, gedrag of zorg.
Is kinderopvang goed of slecht voor de ontwikkeling van mijn kind?
Onderzoek vindt eerder kleine voordelen dan nadelen, en de kwaliteit van de opvang maakt daarbij het verschil.
Op de opvang leren kinderen spelenderwijs omgaan met andere kinderen, en ze horen er veel taal. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut heeft opvang in een kinderdagverblijf een klein gunstig effect op latere emotionele problemen. Bij informele opvang, zoals bij familie of een oppas, is dat effect juist klein en ongunstig. Kinderen met een goede band met hun pedagogisch medewerker hebben ook minder moeite met de overstap naar de basisschool.
Of het goed uitpakt, hangt vooral af van de kwaliteit. Let op vaste gezichten, een rustige groep en medewerkers die zien wat je kind nodig heeft en daarop reageren. Voor kinderen die thuis weinig Nederlands horen, is de opvang ook een plek om de taal te leren.
Vaste gezichten, vierogenprincipe en bkrMijn kind huilt elke keer als ik het wegbreng. Is dat normaal en wat helpt?
Ja, scheidingsangst begint meestal rond zes maanden en kan tot in het derde levensjaar duren, en een kort afscheid dat elke keer hetzelfde gaat helpt.
Huilen bij het afscheid hoort bij de ontwikkeling en gaat vanzelf weer over. Het laat zelfs zien dat de band tussen jou en je kind goed groeit. Het afscheid kan extra moeilijk zijn als je kind zich niet lekker voelt of als de dag anders loopt dan normaal.
Neem altijd afscheid, kort en duidelijk, en zoveel mogelijk op dezelfde manier. Blijf even, zodat je kind kan wennen aan de medewerker, en laat het troosten daarna aan haar of hem over. Blijf zelf rustig, want je kind voelt jouw spanning.
Vraag bij het ophalen hoe het ging nadat je weg was. Blijft je kind na weken nog lang ontroostbaar, bespreek het dan met de mentor.
Wennen op het kinderdagverblijfWat als de opvang of ik me zorgen maak over de ontwikkeling van mijn kind?
Bespreek het met de mentor en het consultatiebureau, want de opvang moet opvallende dingen in de ontwikkeling met je bespreken en je naar passende hulp verwijzen.
Een kinderdagverblijf en een bso moeten in hun pedagogisch beleidsplan beschrijven hoe ze bijzonderheden in de ontwikkeling opmerken en ouders doorverwijzen naar passende hulp. Ziet de mentor iets opvallends, bijvoorbeeld in de taal, het bewegen of het contact met andere kinderen, dan hoort die dat met jou te bespreken.
Maak jij je zorgen, vraag dan aan de mentor wat die op de groep ziet. Met een kind tot 4 jaar kun je gratis terecht bij het consultatiebureau, daarna gaat de jeugdgezondheidszorg verder via de basisschool. Ook de huisarts en de gemeente kunnen je verder helpen. Bij zorgen over een jong kind is er ook integrale vroeghulp, waar bijvoorbeeld een kinderarts, een psycholoog en een maatschappelijk werker samen meekijken.
Opvang met extra zorgKan een kind met een beperking of extra zorgvraag naar een gewone opvang?
Vaak wel, en is dat niet genoeg, dan zijn er medische kinderdagverblijven en kinderdagcentra met gespecialiseerde zorg.
Een kind met een beperking, ontwikkelingsachterstand of chronische ziekte kan naar een gewoon kinderdagverblijf, peuteropvang of bso, als de opvang kan bieden wat je kind nodig heeft. Bespreek dat vooraf. Is er extra begeleiding op de groep nodig, vraag dan bij je gemeente of die vergoed kan worden via de Jeugdwet.
Is een gewone opvang niet genoeg, dan is er het medisch kinderdagverblijf, voor kinderen van 0 tot 7 jaar met ernstige ontwikkelingsproblemen. Daar werken onder meer een psycholoog, orthopedagoog, fysiotherapeut en logopedist. Die zorg kan je gemeente, huisarts of kinderarts toewijzen. Voor kinderen van 2 tot 18 jaar met een ernstige verstandelijke of meervoudige beperking zijn er kinderdagcentra, vergoed via de gemeente of soms via de Wet langdurige zorg.
Opvang met extra zorgWat is vve en hoe krijgt mijn peuter een vve-indicatie?
Extra begeleiding vanaf 2,5 jaar voor peuters die risico lopen op een achterstand, bijvoorbeeld in taal, meestal met een indicatie van het consultatiebureau.
Bij voorschoolse educatie (vve) gaat je peuter vanaf 2,5 jaar ongeveer 16 uur per week naar een kinderdagverblijf of peuteropvang met een vve-programma. Spelenderwijs werken de kinderen aan taal, rekenen, bewegen en omgaan met anderen. De GGD en de Inspectie van het Onderwijs houden toezicht.
Welke kinderen in aanmerking komen, bepaalt de gemeente. Meestal hoor je van het consultatiebureau of je kind in aanmerking komt, en daar loopt ook de aanmelding. Wat je zelf betaalt, hangt af van je gemeente en soms van je inkomen. In groep 1 en 2 kan het op school verder gaan als vroegschoolse educatie.
Peuteropvang en vve uitgelegdMoet mijn kind zindelijk zijn voor de opvang of voor de basisschool?
Voor het kinderdagverblijf niet, maar een basisschool mag een kind dat nog niet zindelijk is weigeren, behalve als een aandoening of beperking de oorzaak is.
Op het kinderdagverblijf en de peuteropvang worden luiers gewoon verschoond. Veel locaties oefenen mee met zindelijk worden. Dat werkt het best als thuis en op de groep dezelfde aanpak wordt gevolgd, dus spreek met de mentor af wanneer en hoe jullie beginnen. Kinderen verschillen sterk in wanneer ze zover zijn.
Voor de basisschool ligt het anders. Een school mag een kind weigeren dat nog niet zindelijk is. Is een medische aandoening of beperking de oorzaak, dan mag dat niet. De school moet dan extra ondersteuning bieden of een zo passend mogelijke plek op een andere school aanbieden. Zoek bij twijfel samen met de huisarts en de school naar een oplossing.
Wij spreken thuis een andere taal. Leert mijn kind op de opvang Nederlands?
Ja, op de opvang is Nederlands de voertaal, en thuis kun je het best de taal blijven spreken die jij het beste beheerst.
Op het kinderdagverblijf, de peuteropvang, de bso en bij de gastouder is Nederlands de voertaal, soms naast Fries of een streektaal. Je kind hoort er dus elke dag Nederlands. Het is een misverstand dat je thuis Nederlands moet spreken om je kind de taal te laten leren. Spreek de taal die jij het beste beheerst: een kind dat één taal goed leert, leert andere talen ook makkelijker.
In het begin halen meertalige kinderen talen soms door elkaar. Dat is normaal en gaat vanzelf over. Loopt je peuter achter in het Nederlands, dan kan hij vanaf 2,5 jaar in aanmerking komen voor voorschoolse educatie. Vertel de mentor welke talen jullie thuis spreken, dan kan de opvang daar rekening mee houden.
Hoe gaat de overdracht van het kinderdagverblijf naar de basisschool?
Het kinderdagverblijf geeft informatie over de ontwikkeling van je kind door aan de school en de bso, maar alleen als jij daar toestemming voor geeft.
Een kinderdagverblijf moet in zijn pedagogisch beleidsplan beschrijven hoe het, met toestemming van de ouders, kennis over de ontwikkeling van je kind overdraagt aan de basisschool en aan de bso. Vaak gaat dat met een overdrachtsformulier dat de mentor eerst met jou bespreekt. Je kunt er dan je eigen opmerkingen bij zetten. Geef je geen toestemming, dan gaat er geen informatie naar school.
Voor kinderen met een vve-indicatie spreekt de mentor in veel gemeenten ook zelf met de leerkracht, een zogeheten warme overdracht. Hoe het precies gaat, verschilt per gemeente en per organisatie. Bij een gastouder is zo'n overdracht niet wettelijk geregeld.
Hoeveel spelen kinderen buiten op de opvang, en kijken ze ook naar schermen?
Voor hoe vaak ze buiten spelen is er geen regel, wel voor de buitenruimte, en voor kinderen onder de 2 raadt de Rijksoverheid schermen helemaal af.
Hoe vaak kinderen naar buiten gaan, bepaalt de opvang zelf, dus vraag naar het dagritme. De wet eist wel minstens 3 m² vaste buitenspeelruimte per aanwezig kind. Bij het kinderdagverblijf grenst die aan het gebouw, voor kinderen tot 2 jaar direct aan de opvang zelf. Bij de bso mag de buitenruimte ook in de buurt liggen, als kinderen er veilig kunnen komen.
Voor schermgebruik gelden op de opvang geen aparte regels. De Richtlijn gezond schermgebruik van de Rijksoverheid uit juni 2025 adviseert geen scherm voor kinderen onder de 2 jaar en maximaal een half uur per dag voor kinderen van 2 tot 4 jaar. Vraag hoe de opvang met tablets, tv en spelcomputers omgaat, zeker op de bso.
Kwaliteit & GGD
Hoe GGD en gemeente toezicht houden, hoe je een inspectierapport leest en wat je kunt doen als er iets misgaat.
Hoe vaak inspecteert de GGD en wat controleert ze?
Elk kinderdagverblijf, elke bso en elk gastouderbureau in principe één keer per jaar, en elke gastouder minstens eens in de drie jaar.
De GGD bezoekt kinderdagverblijven en bso's in principe elk jaar, meestal onaangekondigd, in opdracht van de gemeente. Het toezicht is risicogestuurd: waar zorgen zijn, kijkt de GGD intensiever, waar het goed gaat lichter. De toezichthouder let onder meer op het pedagogisch klimaat, het personeel en de groepen (ratio, vaste gezichten, diploma's), veiligheid en gezondheid, de binnen- en buitenruimte en de rechten van ouders.
Een nieuwe locatie wordt vóór de registratie onderzocht en nog een keer binnen drie maanden nadat ze in het register staat. Gastouderbureaus krijgen elk jaar een inspectie. Van de gastouders bezoekt de GGD jaarlijks minstens de helft in elke gemeente, en elke gastouder komt minstens eens in de drie jaar aan de beurt.
Wat opvalt in de rapportenWaar vind ik het GGD-rapport en hoe lees ik het?
In het Landelijk Register Kinderopvang, op de website van de opvang en bij de locatie op Kribo, met per onderdeel wat in orde was en wat niet.
Alle inspectierapporten zijn openbaar in het Landelijk Register Kinderopvang. De houder moet het rapport ook op de eigen website zetten, of op de locatie ter inzage leggen als er geen website is, en het bespreken met de oudercommissie. Op Kribo staan bij elke locatie met een inspectie de rapporten uit het register, met de tekortkomingen als het register die per eis vermeldt.
Het rapport volgt vaste onderdelen, zoals pedagogisch klimaat, personeel en groepen, en veiligheid en gezondheid. Per onderdeel lees je wat de inspecteur zag en welke eisen zijn beoordeeld. Daarna volgen eventuele overtredingen, het advies aan de gemeente en de zienswijze van de houder. In het register zie je per onderdeel in één oogopslag wat in orde was, wat niet en wat niet is beoordeeld.
Zoek een opvang en bekijk het rapportHoe herken ik in een GGD-rapport of een opvang goed is?
Kijk vooral wat er mis was, of dat de kinderen direct raakte en of het in latere rapporten terugkomt.
Een GGD-rapport geeft geen cijfer, maar zegt per eis of de opvang eraan voldoet. Weeg vooral de overtredingen die de kinderen direct raken: het pedagogisch klimaat, te weinig medewerkers op de groep, ontbrekende VOG's of inschrijvingen in het personenregister, en de veiligheid. Een verouderd beleidsstuk of een ontbrekende handtekening weegt meestal minder zwaar.
Leg ook de rapporten van meerdere jaren naast elkaar. Komt dezelfde overtreding steeds terug, of moest de gemeente handhaven, dan zegt dat meer dan een losse overtreding die snel is hersteld. Lees de beschrijving van wat de inspecteur op de groep zag, en hoe de houder op het rapport reageert.
Een inspectie is een momentopname, en niet elke keer worden alle eisen bekeken. Een rapport zonder overtredingen zegt dus alleen dat de getoetste eisen in orde waren. Het vervangt geen rondleiding.
Wat betekenen “overtreding”, “herstelaanbod” en “handhaving” in een rapport?
Een overtreding is een eis waaraan de opvang niet voldoet; met een herstelaanbod lost de houder die binnen vier weken op, bij handhaving grijpt de gemeente in.
Een overtreding betekent dat de opvang niet voldoet aan een eis uit de Wet kinderopvang of de regels die daarbij horen. Dat kan van alles zijn, van een beleidsstuk dat niet klopt tot te weinig medewerkers op de groep.
Bij een herstelaanbod krijgt de houder de kans de overtreding binnen vier weken op te lossen, voordat het rapport definitief is. Lukt dat, dan staat in het rapport dat de overtreding is hersteld en adviseert de GGD niet om te handhaven. Bij te weinig personeel op de groep, een ontbrekende VOG of inschrijving in het personenregister, problemen in de omgang met kinderen of een overtreding die eerder ook al voorkwam, doet de GGD in principe geen herstelaanbod.
Handhaving betekent dat de gemeente ingrijpt, bijvoorbeeld met een aanwijzing, een dwangsom of een boete.
Waar kan ik terecht met een klacht?
Eerst bij de opvang zelf, daarna kun je gratis terecht bij het Klachtenloket Kinderopvang en een geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Kinderopvang.
Begin bij de medewerker of de locatiemanager, of dien een schriftelijke klacht in via de klachtenregeling die elke houder moet hebben. De houder moet je klacht binnen zes weken afhandelen, met een schriftelijk oordeel. Voor informatie, advies en bemiddeling kun je gratis terecht bij het Klachtenloket Kinderopvang (0900-1877).
Ben je het niet eens met hoe de houder je klacht heeft afgehandeld, of krijg je niet op tijd antwoord, dan kun je de zaak voorleggen aan de Geschillencommissie Kinderopvang. Je hoeft daarvoor niet eerst naar het Klachtenloket. Elke houder moet bij de commissie zijn aangesloten, en de uitspraak is bindend.
Zorgen over veiligheid of vermoedens van misstanden kun je ook melden bij de GGD. BOinK, de vereniging van ouders in de kinderopvang, heeft een telefonisch spreekuur voor vragen van ouders.
Wat is een oudercommissie en wat mag die?
Een groep ouders aan wie de houder advies moet vragen over onder meer prijzen, het pedagogisch beleid, voeding en veiligheid.
Elke opvanglocatie en elk gastouderbureau moet een oudercommissie hebben. Die mag advies geven over onder meer het pedagogisch beleid, voeding, veiligheid en gezondheid (waaronder het vierogenprincipe), de openingstijden, voorschoolse educatie, de klachtenregeling en prijswijzigingen. De houder mag alleen van een advies afwijken als hij schriftelijk uitlegt waarom het belang van de opvang zich ertegen verzet. Hij moet elk GGD-rapport met de oudercommissie bespreken, en de GGD controleert of het adviesrecht is nageleefd.
Kom je er met de houder niet uit, dan kan de oudercommissie het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Kinderopvang. Een locatie met maximaal 50 kinderen of een bureau met maximaal 50 gastouders mag zonder oudercommissie, als het de houder aantoonbaar niet lukt er een te vormen. Dan moet hij de ouders op een andere manier bij deze onderwerpen betrekken.
Hoe weet ik dat de medewerkers betrouwbaar zijn?
Iedereen die er werkt of woont, heeft een VOG, staat in het Personenregister Kinderopvang en wordt elke dag gecontroleerd op nieuwe strafbare feiten.
Iedereen die in de kinderopvang werkt of op een opvanglocatie woont, moet een VOG hebben en ingeschreven staan in het Personenregister Kinderopvang. Dat geldt ook voor gastouders en hun volwassen huisgenoten, stagiairs, uitzendkrachten, vrijwilligers en mensen die er regelmatig tijdens opvanguren zijn. Pas na de inschrijving en de koppeling aan de organisatie mag iemand beginnen.
Daarna volgt continue screening: elke dag wordt gecontroleerd of iemand nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd die niet samengaan met werken met kinderen. Komt er een signaal, dan licht DUO de GGD in, en die waarschuwt de gemeente en de opvang. De medewerker moet dan een nieuwe VOG aanvragen, anders mag hij niet meer in de kinderopvang werken.
Op het kinderdagverblijf geldt daarnaast het vierogenprincipe: er kan altijd een andere volwassene meekijken of meeluisteren.
Wat moet de opvang doen bij een vermoeden van misbruik of mishandeling?
De medewerker meldt het meteen bij de houder, die direct overlegt met een vertrouwensinspecteur en bij een redelijk vermoeden aangifte moet doen.
Merkt een medewerker dat een collega zich mogelijk schuldig maakt aan seksueel misbruik of mishandeling van een kind, dan moet hij dat meteen melden bij de houder. De houder moet dan direct overleggen met een vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. Is er een redelijk vermoeden, dan is de houder verplicht aangifte te doen bij de politie. Dat geldt ook voor gastouderbureaus.
Gaat het om zorgen over de situatie thuis, dan werkt de opvang met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Die geldt ook voor de bso en, via het bureau, voor gastouders. Daarin staat hoe medewerkers signalen vastleggen, met collega's en ouders praten, zo nodig Veilig Thuis raadplegen en beslissen of ze een melding doen.
Maak je je als ouder zorgen, dan kun je zelf ook de vertrouwensinspecteur bellen: 0900 111 3 111, op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur. Dat kan anoniem.
Wat is het verschil tussen de GGD en de gemeente?
De GGD inspecteert en adviseert, de gemeente laat een opvang toe tot het register en beslist of er wordt ingegrepen.
De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het toezicht op de kinderopvang in haar gebied. Zij beslist of een nieuwe opvang in het Landelijk Register Kinderopvang komt, en of er wordt ingegrepen als het misgaat. Het inspecteren zelf laat de gemeente doen door de GGD.
De GGD bezoekt de opvang, schrijft het inspectierapport en adviseert de gemeente. De gemeente mag van dat advies afwijken. De regels komen van het Rijk, uit de Wet kinderopvang en het Besluit kwaliteit kinderopvang, en de Inspectie van het Onderwijs controleert of gemeenten hun toezicht goed uitvoeren.
Zorgen over een opvang kun je bij allebei melden. Is daar aanleiding toe, dan kan de GGD een extra inspectie doen.
Wat kan de gemeente doen als een opvang de regels overtreedt?
De gemeente kan een aanwijzing geven, een dwangsom of boete opleggen, de exploitatie verbieden of de opvang uit het register halen.
Na een inspectie adviseert de GGD de gemeente om wel of niet te handhaven. De gemeente beslist volgens haar eigen handhavingsbeleid en weegt daarbij verzachtende en verzwarende omstandigheden mee. Hoe streng er wordt opgetreden, verschilt dus per gemeente.
Vaak begint het met een schriftelijke aanwijzing: de houder moet de overtreding binnen een termijn oplossen. Gebeurt dat niet, dan kan de gemeente een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete tot € 45.000 opleggen. Bij ernstige of aanhoudende problemen kan ze de exploitatie verbieden of de opvang uit het register halen. Kan het echt niet wachten, dan mag de GGD zelf een bevel geven, dat zeven dagen geldt.
Een handhavingsbesluit komt in het Landelijk Register Kinderopvang zodra het onherroepelijk is. Besluit de gemeente niet te handhaven, dan zie je dat daar niet.
Wat gebeurt er als een opvang dicht moet of uit het register verdwijnt?
Vanaf de dag dat de opvang niet meer in het Landelijk Register Kinderopvang staat, krijg je voor die opvang geen kinderopvangtoeslag meer.
Een opvang kan dichtgaan omdat de houder stopt of failliet gaat, of omdat de gemeente de exploitatie verbiedt of de registratie intrekt. Vanaf het moment dat de opvang niet meer geregistreerd is, heb je voor die opvang geen recht meer op toeslag. Twijfel je, zoek de opvang dan op in het register.
Geef in Mijn toeslagen of de Toeslagen-app door dat de opvang stopt, en ook als je kind naar een nieuwe opvang gaat. Liet je de toeslag rechtstreeks aan de opvang uitbetalen, dan stopt Dienst Toeslagen die betaling zelf bij een faillissement. Sluit de opvang om een andere reden, dan geef je dat door.
Stopt alleen het gastouderbureau en blijft je kind bij dezelfde gastouder, dan kun je je toeslag houden. De gastouder moet zich dan binnen vier maanden bij een ander geregistreerd bureau inschrijven, jij sluit met dat bureau een contract af en in de tussentijd betaal je de gastouder rechtstreeks via de bank.
Welke landelijke kwaliteitseisen gelden er voor de kinderopvang?
Voor elk kinderdagverblijf en elke bso gelden dezelfde landelijke eisen, sinds 2018 aangescherpt door de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK).
De eisen staan in de Wet kinderopvang en het Besluit kwaliteit kinderopvang en gelden in heel Nederland. Op 1 januari 2018 zijn ze aangescherpt met de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK). Die bracht onder meer een mentor voor elk kind, strengere regels voor vaste gezichten, een beleid voor veiligheid en gezondheid en de eis dat er tijdens de opvang altijd een volwassene met kinder-EHBO is.
Sinds 2019 geldt op de babygroep één medewerker op drie baby's, en zet elke organisatie een pedagogisch beleidsmedewerker in voor beleid en coaching. Sinds 1 januari 2025 geldt in de dagopvang een taaleis voor medewerkers en moeten medewerkers op de babygroep een babyscholing hebben gevolgd.
Voor gastouders gelden eigen eisen, die op 1 juli 2026 zijn aangescherpt.
Vaste gezichten, vierogenprincipe en bkrWat staat er in het pedagogisch beleidsplan, en mag ik het inzien?
Ja, iedereen mag het opvragen, en er staat in hoe de opvang met kinderen omgaat, hun ontwikkeling volgt en de groepen indeelt.
Elk kinderdagverblijf en elke bso moet een pedagogisch beleidsplan hebben en daarnaar werken. Daarin staat hoe de opvang zorgt dat kinderen zich veilig voelen en zich kunnen ontwikkelen, hoe ze die ontwikkeling volgt en zorgen signaleert, hoe de mentor met jou praat, hoe groot de groepen zijn en hoe kinderen wennen.
Waar het van toepassing is, beschrijft het plan ook de afspraken over momenten met minder medewerkers op de groep, activiteiten buiten de eigen groep, extra dagdelen en de taken van stagiairs en vrijwilligers. Een gastouder werkt met het beleidsplan van het bureau en een eigen pedagogisch werkplan.
De opvang moet ouders over het beleid informeren. Vaak staat het plan op de website, anders vraag je het op. De oudercommissie adviseert erover, en de GGD controleert of de praktijk bij het plan past.
Wat is een mentor en hoe volgt de opvang de ontwikkeling van mijn kind?
Elk kind op het kinderdagverblijf en de bso heeft een mentor, een medewerker van de eigen groep die de ontwikkeling volgt en jouw aanspreekpunt is.
De mentor werkt op de groep van je kind, maar hoeft niet een van de vaste gezichten te zijn. De opvang laat je weten wie het is. Op het kinderdagverblijf bespreekt de mentor de ontwikkeling op vaste momenten met jou, en je kunt ook zelf om een gesprek vragen. Op de bso gebeurt dat als het nodig is of als je erom vraagt, en is de mentor ook het aanspreekpunt voor je kind zelf.
In het pedagogisch beleidsplan staat hoe de opvang zorgen over de ontwikkeling opmerkt en je doorverwijst naar passende hulp. Informatie over je kind gaat bij de overstap naar de basisschool of de bso alleen met jouw toestemming mee.
Sinds 1 juli 2026 moeten ook gastouders de ontwikkeling van elk kind volgen en in hun pedagogisch werkplan beschrijven hoe ze dat doen.
Is de ene GGD strenger dan de andere?
Ja, bij de ene GGD is de kans op een tekortkoming bijna acht keer zo groot als bij de andere, blijkt uit onderzoek van Kribo.
Kribo zette 24.192 gewone inspecties van kinderdagverblijven en bso's uit het Landelijk Register Kinderopvang naast elkaar, van 1 januari 2025 tot en met 31 augustus 2026. Landelijk vond de GGD bij 15,6% minstens één tekortkoming. GGD Rotterdam-Rijnmond deed dat bij 31,7% van de inspecties, GGD IJsselland bij 4,1%. Zelfs bij dezelfde kinderopvangorganisatie verschilt de uitkomst per regio sterk.
Vergelijk daarom vooral opvang binnen dezelfde regio, en kijk wat er is gevonden en of het is opgelost. Amsterdam valt buiten de vergelijking, omdat het register van GGD Amsterdam alleen pdf-rapporten bevat, zonder de oordelen per eis.
Bekijk alle GGD's op een rijHoe lang mag mijn kind per dag op de opvang zijn?
Er is geen wettelijk maximum per dag; de openingstijden van de locatie en de uren in je contract bepalen hoe lang je kind blijft.
Staat een hele dag in je contract, dan mag je kind de hele openingstijd blijven. De wet stelt daar geen grens aan.
Wel staan aan het begin en eind van een lange dag soms minder medewerkers op de groep. Een kinderdagverblijf dat minstens tien uur aaneen open is, mag maximaal drie uur per dag minder pedagogisch medewerkers inzetten dan de ratio voorschrijft, met minstens de helft van het vereiste aantal. De afspraken daarover staan in het pedagogisch beleidsplan.
Voor kinderen tot anderhalf jaar moet er een aparte slaapruimte zijn. Hoe de opvang de grootste risico's voor veiligheid en gezondheid aanpakt, staat in het beleid veiligheid en gezondheid. Dat toetst de GGD.
Kinderdagverblijf
Groepen, vaste gezichten, slapen, het dagritme en wat je meeneemt: zo gaat het er op een kinderdagverblijf aan toe.
Wat zijn de openingstijden en kan ik halve dagen afnemen?
Meestal van 7:30 tot 18:30 uur. Halve dagen kunnen bij een deel van de aanbieders.
Een gangbare openingstijd is 7:30 tot 18:30 uur, het hele jaar door behalve op officiële feestdagen. Bij sommige organisaties kun je tegen betaling verlengde opvang afnemen. Kindergarden rekent bijvoorbeeld per extra kwartier tussen 7:00 en 7:30 uur en tussen 18:30 en 19:00 uur. Halve dagen biedt een deel van de aanbieders aan. Vraag dan ook naar het uurtarief.
Je betaalt de uren die in je contract staan, ook als je kind korter komt. Op Kribo staan de openingstijden op de locatiepagina, als ze bekend zijn.
Zoek een kinderdagverblijfVanaf welke leeftijd kan mijn baby naar het kinderdagverblijf?
Er is geen wettelijke minimumleeftijd. Veel baby's beginnen als het bevallingsverlof afloopt, vanaf ongeveer tien weken.
Het bevallingsverlof duurt minstens tien weken na de geboorte, en veel baby's starten als dat verlof afloopt. Vanaf welke leeftijd een organisatie plaatst, verschilt. Vraag het bij de inschrijving, en plan de wenperiode het liefst voor het einde van je verlof.
Bij de meeste organisaties eindigt het contract automatisch op de vierde verjaardag, als je kind naar de basisschool gaat. Wil je aansluitend bso, dan regel je dat apart en op tijd.
Hoeveel kinderen zitten er op een groep en hoeveel medewerkers zijn er?
Eén medewerker op drie baby's, op vijf kinderen van 1 tot 2 jaar en op acht kinderen van 2 tot 4 jaar. Een groep telt maximaal zestien kinderen.
De wet legt dit vast in de beroepskracht-kindratio (bkr). In de dagopvang is dat één pedagogisch medewerker op drie baby's (0 tot 1 jaar), één op vijf kinderen van 1 tot 2 jaar en één op acht kinderen van 2 tot 4 jaar. Bij groepen met verschillende leeftijden hangt het aantal af van de precieze samenstelling. Het ministerie heeft daarvoor een online rekentool. Een stamgroep telt maximaal zestien kinderen, of twaalf als het alleen baby's zijn.
Is de locatie minstens tien uur achter elkaar open, dan mogen er maximaal drie uur per dag minder medewerkers staan, bijvoorbeeld bij het openen, het sluiten en in de pauzes. Ook dan moet minstens de helft van het vereiste aantal er zijn. Het pedagogisch beleidsplan beschrijft de kaders daarvoor. De precieze tijden hoeven er sinds juli 2023 niet meer in.
De regels die je kind beschermenWat moet ik meenemen naar het kinderdagverblijf?
Vooral reservekleding, een speen als je kind die gebruikt en voor een baby flesjes. Wat de locatie verder wil, hoor je bij de intake.
Geef een tas mee met een schone set reservekleding, de speen als je kind die gebruikt en, voor een baby, flesjes met afgekolfde melk of flesvoeding. Zet de naam van je kind in kleding en spullen, dan raakt er minder kwijt of verwisseld. Denk ook aan kleding voor het weer, zoals regenlaarzen of een zonnehoedje.
Voor in bed gelden de regels voor veilig slapen. Een eigen slaapzak gebruikt de opvang alleen als die goed past en met een rits sluit. Een baby mag een klein knuffeldoekje mee in bed, een kind vanaf 1 jaar een knuffeltje dat niet groter is dan zijn hoofd. Wat de locatie verder van je verwacht, zoals luiers of eten, hoor je bij het intakegesprek.
Wennen op het kinderdagverblijfZijn luiers, eten en flesvoeding inbegrepen?
Dat verschilt per opvang: bij de ene zitten luiers en eten in het uurtarief, bij de andere neem je ze zelf mee.
Regelt de opvang het zelf, dan zitten luiers, verzorgingsproducten en voeding in het tarief, en soms ook uitstapjes. Andere organisaties laten ouders luiers of eten van huis meenemen, soms omdat ouders zelf een voorkeur hebben voor een merk. Vraag daarnaast of je flesvoeding of afgekolfde moedermelk zelf meeneemt en hoe de opvang omgaat met dieetvoeding.
Vraag dit bij elke opvang die je overweegt, want pas dan kun je uurtarieven eerlijk vergelijken. Noemt de website van een opvang dat bijvoorbeeld luiers erbij zitten, dan zie je dat op Kribo bij de voorzieningen van die locatie.
Reken je netto-kosten uitHoe ziet een dag op het kinderdagverblijf eruit?
Elke groep heeft een vaste dagindeling met vaste eet- en drinkmomenten, een lunch en daartussen spelen, buiten zijn en rusten.
Bij Monter bijvoorbeeld eten en drinken de kinderen in de ochtend en in de middag op een vast moment, en is er rond het middaguur een lunch. Daartussen wisselen spelen, activiteiten, buiten zijn en rusten elkaar af. Vaste afspraken en rituelen geven kinderen houvast.
Bij het brengen en ophalen is er een overdracht: jij vertelt hoe de nacht was, de medewerker vertelt hoe de dag ging. Veel organisaties zetten ook berichtjes of foto's in de ouderapp. Hoe de dag er precies uitziet, verschilt per locatie en per groep. Vraag er bij de rondleiding naar.
Vragen voor de rondleidingSlaapt mijn baby op het kinderdagverblijf volgens het ritme van thuis?
Zoveel mogelijk wel, zolang het ritme van thuis past binnen de regels voor veilig slapen.
Bij de intake vraagt de opvang hoe je baby thuis slaapt. Volgens het landelijke Protocol Veilig Slapen in de Dagopvang trekt de opvang de slaapgewoonten thuis en op de groep zoveel mogelijk gelijk. Slaapt je baby thuis met een speen, dan krijgt hij die op de opvang ook voor het slapen. Minstens één wenbezoek bevat een slaapmoment.
Alles is nieuw, dus de eerste tijd kan je baby anders slapen. Het helpt als hij thuis al gewend is aan slapen op de rug, in een slaapzak en in een eigen bedje. Voor kinderen tot anderhalf jaar heeft elk kinderdagverblijf een aparte slaapruimte. Vanaf 18 maanden kan een kind ook op een stretcher of in een laag bedje slapen. Vertel het bij het brengen als het aantal slaapjes verandert.
Moet ik minimaal twee dagen per week afnemen?
Nee, wettelijk niet. Het verschilt per aanbieder: sommige stellen een minimum, andere accepteren één dag per week.
Of één dag per week kan, bepaalt de organisatie. Bij Monter en Berend Botje kan het bijvoorbeeld wel, al raadt Berend Botje twee dagen aan: je kind went dan beter aan de omgeving, de medewerkers en de andere kinderen. Met één dag moet je kind elke week een beetje opnieuw wennen.
Sommige organisaties vragen wel een minimum van twee dagen of een aantal dagdelen. Voor peuteropvang vraagt Monter bijvoorbeeld minstens twee dagdelen per week. Vraag het bij de inschrijving.
Ziet mijn baby steeds dezelfde gezichten?
Ja. Een baby heeft hooguit twee of drie vaste medewerkers, en op elke dag dat je kind komt, werkt er in principe één van hen op de groep.
Dat regelt het vaste-gezichtencriterium. Een baby krijgt hooguit twee vaste medewerkers, of drie als er door de groepsgrootte drie of meer medewerkers tegelijk werken. Voor kinderen van 1 tot 4 jaar zijn dat er drie of vier. Op elke dag dat je kind er is, werkt minstens één van die vaste gezichten op de groep.
Is een vast gezicht korter dan vier weken ziek, op vakantie of met verlof, dan mag de opvang tijdelijk iemand anders inzetten. Dat mag alleen als je kind hooguit drie vaste gezichten heeft en geen van de anderen kan invallen. Heb je een flexibel contract met dagen die per week verschillen, dan geldt het vaste-gezichtencriterium niet.
Wat is het verschil tussen een horizontale en een verticale groep?
In een horizontale groep zitten kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd, in een verticale groep zitten kinderen van 0 tot 4 jaar samen.
Bij een horizontale indeling heeft een locatie bijvoorbeeld een babygroep en een peutergroep, met kinderen in dezelfde ontwikkelfase. De medewerkers kunnen activiteiten dan goed afstemmen op die leeftijd, en voor baby's is het er vaak rustiger. Wel stapt je kind een keer over naar een nieuwe groep.
In een verticale groep zitten baby's, dreumesen en peuters bij elkaar. De medewerkers kennen je kind dan vier jaar lang, broertjes en zusjes kunnen samen in een groep zitten en jongere kinderen leren van oudere. Het kan er wel onrustiger zijn. In zo'n gemengde groep mogen hooguit acht baby's zitten. Vraag waarom een locatie voor de ene of de andere vorm kiest.
Meer over het kinderdagverblijfWat is een stamgroep, en mag mijn kind ook in een andere groep komen?
Een stamgroep is de vaste groep van je kind. Opvang in een andere stamgroep mag alleen tijdelijk en met jouw schriftelijke toestemming.
Op het kinderdagverblijf wordt elk kind opgevangen in één stamgroep, met een eigen vaste ruimte. De opvang moet je vertellen in welke stamgroep je kind zit en welke medewerkers er op welke dag werken. Per week gebruikt je kind hooguit twee verschillende groepsruimtes.
Wil de opvang je kind een tijd in een andere stamgroep opvangen, dan kan dat alleen met jouw schriftelijke toestemming vooraf, voor een afgesproken periode en in maximaal één andere groep. Dat geldt niet voor activiteiten waarbij kinderen hun groep even verlaten, zoals samen buitenspelen. Hoe dat gaat, staat in het pedagogisch beleidsplan. Heb je een flexibel contract met dagen die per week verschillen, dan hoeft je kind niet in één vaste stamgroep te zitten.
Wat is het vierogenprincipe?
Een medewerker op het kinderdagverblijf moet altijd gezien of gehoord kunnen worden door een andere volwassene.
De regel hoort bij het beleid tegen grensoverschrijdend gedrag en geldt sinds 2013. Wie meekijkt of meeluistert, kan een collega zijn, maar ook een stagiair of vrijwilliger, zolang die in het Personenregister Kinderopvang staat.
Hoe de locatie het regelt, bijvoorbeeld met ramen, babyfoons, open ruimtes of het rooster, staat in het veiligheids- en gezondheidsbeleid. De opvang moet de oudercommissie daarover om advies vragen en ouders vertellen hoe het is geregeld. Op de bso en bij gastouders geldt het vierogenprincipe niet.
Vaste gezichten, vierogenprincipe en bkrWie werkt er met mijn kind en zijn zij gescreend?
Gediplomeerde pedagogisch professionals, en ja: iedereen op de locatie heeft een VOG en wordt daarna elke dag gecontroleerd op nieuwe strafbare feiten.
Op de groep werken pedagogisch professionals met een diploma dat volgens de cao Kinderopvang kwalificeert. Wie met baby's werkt, heeft daarnaast een aanvullende babyscholing. Ook medewerkers in opleiding werken mee. Na hun eerste leerjaar mogen zij onder voorwaarden een vast gezicht van je kind zijn.
Iedereen die op de locatie werkt, ook stagiairs, uitzendkrachten en vrijwilligers, heeft een VOG en staat in het Personenregister Kinderopvang. De Justitiële Informatiedienst (Justid) controleert daarna elke dag of iemand een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd dat niet samengaat met werken met kinderen. Bij een signaal licht DUO de GGD in, en die informeert de opvangorganisatie. Zonder nieuwe VOG mag die persoon dan niet meer in de kinderopvang werken.
Moet een kinderdagverblijf een eigen buitenspeelplaats hebben?
Ja. Elk kinderdagverblijf heeft een vaste buitenspeelruimte, en voor kinderen onder de 2 jaar moet die direct aan het kinderdagverblijf grenzen.
De wet vraagt minstens 3 m² vaste buitenspeelruimte per aanwezig kind. Voor kinderen tot 2 jaar grenst die aan het kinderdagverblijf zelf. Voor oudere kinderen mag die ook grenzen aan het gebouw waar het kinderdagverblijf in zit. Binnen is er minstens 3,5 m² speelruimte per kind, en elke stamgroep heeft een eigen vaste groepsruimte.
Hoe vaak de kinderen naar buiten gaan, staat niet in de wet. Vraag het bij de rondleiding, en kijk of er schaduw is en of de buitenruimte veilig is ingericht. De GGD controleert bij de inspectie of de ruimtes veilig en passend zijn ingericht.
Buitenschoolse opvang
Van 4 jaar tot de middelbare school: kosten, vervoer, vakanties, studiedagen, overblijven en wat per bso verschilt.
Vanaf en tot welke leeftijd kan mijn kind naar de bso?
Vanaf 4 jaar tot de overstap naar de middelbare school; de toeslag loopt tot de eerste dag van de maand waarin het voortgezet onderwijs begint.
De bso is voor kinderen op de basisschool, dus van hun vierde tot ze naar de middelbare school gaan. Voor de toeslag telt geen leeftijd, maar die overstap. Begint de brugklas in augustus, dan krijg je tot 1 augustus toeslag, ook al is het dan nog zomervakantie. Blijft je kind langer op de basisschool, dan loopt de toeslag gewoon door.
Wanneer het bso-contract afloopt, verschilt per aanbieder: op de 12e of 13e verjaardag of aan het einde van groep 8. Wil je eerder stoppen, dan zeg je schriftelijk op met de gewone opzegtermijn.
Mijn kind wordt 4. Krijgt het automatisch een plek op de bso, en wat geef ik door aan Dienst Toeslagen?
Nee, een bso-plek regel je apart, en zodra je kind gaat geef je het bso-contract door en zet je de toeslag voor de dagopvang stop.
Het contract met het kinderdagverblijf loopt meestal af op de vierde verjaardag, en een bso-plek krijg je niet vanzelf. Meld je kind dus apart en ruim op tijd aan. Kinderen die van het eigen kinderdagverblijf doorstromen, krijgen vaak voorrang.
Ook bij dezelfde organisatie krijg je voor de bso een nieuw contract. Kies in Mijn toeslagen bij ‘Er verandert iets in de kinderopvang’ voor ‘Mijn kind gaat naar een nieuwe kinderopvang’, vul de gegevens van de bso in en zet de toeslag voor de dagopvang stop. Doe dat binnen vier weken.
Gaat je kind pas na de zomervakantie naar school, of went het op school en gaat het nog niet naar de bso? Dan houd je tot die tijd toeslag voor het kinderdagverblijf en hoef je nog niets door te geven.
Een bso kiezen voor je vierjarigeHoe wordt het maandbedrag van de bso berekend?
Meestal telt de bso de schoolmiddagen, vakantiedagen en eventuele vso op tot een jaartotaal aan uren en verdeelt dat over twaalf gelijke maandbedragen.
Er is geen standaardmodel, elke organisatie rekent anders. Meestal telt de bso de korte en lange schoolmiddagen, de vakantiedagen en eventueel de voorschoolse opvang op tot een jaartotaal. Dat wordt over twaalf maanden verdeeld, zodat je in de zomer geen hogere factuur krijgt. Die contracturen bepalen ook je toeslag.
Let op de middagen. Vangt de bso kinderen van meerdere scholen op, dan mag hij uren rekenen vanaf het moment dat de eerste school uitgaat, ook als jouw kind dan nog in de klas zit. Op vakantiedagen telt meestal de hele openingstijd.
Vraag daarom om de urenberekening. Volgens cijfers van het ministerie van SZW was het gemiddelde bso-tarief begin 2026 € 10,58 per uur, tegen een maximumuurprijs van € 9,98.
Reken je bso-kosten uitHoe werkt vakantieopvang, en kan ik alleen vakantieopvang afnemen?
In schoolvakanties vangt de bso je kind de hele dag op, en bij veel aanbieders kun je ook alleen vakantieopvang afnemen, met toeslag.
De meeste organisaties werken met pakketten: 52 weken inclusief vakanties, of alleen schoolweken met losse vakantiedagen of een vakantiekaart. Op vakantiedagen is de bso de hele dag open, vaak met een activiteitenprogramma.
Alleen vakantieopvang, zonder vaste bso-middagen, kan bij veel aanbieders. Ook daarover krijg je kinderopvangtoeslag.
Hoe aanmelden werkt, verschilt per bso. Bij KomKids geef je bijvoorbeeld uiterlijk vier weken voor elke vakantie door welke dagen je komt, en worden weken die je niet gebruikt niet terugbetaald. Vraag hoe jouw bso dat regelt.
Hoe komt mijn kind van school naar de bso?
Dat regelt de bso: lopend als de school dichtbij ligt, anders met eigen (fiets)busjes of een taxi.
Ligt de school op loopafstand, dan halen medewerkers de kinderen lopend op. Voor scholen verder weg gebruiken organisaties eigen (fiets)busjes of een taxibedrijf, met vaste afspraken over waar de kinderen instappen. Laat de leerkracht weten hoe je kind naar de bso gaat.
Vervoer hoort bij de opvangkosten. Rekent de bso het apart, dan telt het dus mee voor je toeslag. Niet elke bso haalt bij elke school op, dus vraag bij de inschrijving welke scholen de bso bedient.
Hoeveel kinderen per begeleider zijn er op de bso?
Eén medewerker op tien kinderen van 4 tot 7 jaar en één op twaalf kinderen vanaf 7 jaar, gerekend over alle kinderen die er op dat moment zijn.
Dat is de wettelijke beroepskracht-kindratio. De bso rekent die niet per groep uit, maar over alle kinderen die op dat moment op de locatie zijn. Volgens de rekenregels mag één medewerker alleen hoogstens 14 kinderen van 7 jaar en ouder opvangen.
Elk kind hoort bij één basisgroep van maximaal 30 kinderen. Anders dan op het kinderdagverblijf heeft een basisgroep geen vaste eigen ruimte. Voor en na schooltijd en op vrije middagen mag de bso maximaal een half uur per dag minder medewerkers inzetten. Op vrije dagen en in vakanties is dat maximaal drie uur, als de bso minstens tien uur open is.
Wat is voorschoolse opvang en hoe laat begint die?
Opvang vóór schooltijd, vaak vanaf 7:00 of 7:30 uur, waarna de medewerkers je kind naar school brengen; je krijgt er gewoon toeslag over.
Vso wordt vaak los van de naschoolse opvang aangeboden en apart gefactureerd, en niet elke bso-locatie biedt het. Hoe laat de vso opengaat, verschilt per locatie.
Voor de toeslag valt vso onder de buitenschoolse opvang. Je krijgt er dus kinderopvangtoeslag over, samen met je andere bso-uren tot maximaal 230 uur per maand per kind. Heeft de vso een ander uurtarief dan de naschoolse opvang, dan geef je één gemiddelde uurprijs op. Dienst Toeslagen rekent het voor: 30 uur vso van € 9 en 70 uur naschoolse opvang van € 9,60 komt uit op € 9,42 per uur.
Krijg ik toeslag voor het overblijven tussen de middag (tso)?
Nee, voor opvang tussen de middag krijg je geen kinderopvangtoeslag, ook niet als een geregistreerde bso of gastouder het overblijven verzorgt.
Tussenschoolse opvang (tso), het overblijven tussen de middag, valt buiten de kinderopvangtoeslag. Dat geldt ook als de school het overblijven heeft uitbesteed aan een kinderopvangorganisatie, of als je kind tussen de middag naar een gastouder of kindercentrum gaat. Staan er tso-uren op je bso-factuur, geef die dan niet op voor de toeslag.
De school moet het overblijven regelen als ouders erom vragen. Je betaalt de school een bijdrage, meestal een paar euro per dag, en de medezeggenschapsraad moet met het bedrag instemmen.
De school heeft een continurooster of vijf-gelijke-dagenmodel. Wat betekent dat voor de bso?
Je kind is vaak eerder uit school en dus langer op de bso, waardoor het maandbedrag meestal stijgt.
Bij een continurooster blijven alle kinderen tussen de middag op school en lunchen ze meestal met de leerkracht in de klas. De pauze is korter, dus de schooldag eindigt vaak eerder. Er is dan geen tso en je betaalt geen overblijfbijdrage, al mag de school om een vrijwillige bijdrage vragen. Bij het vijf-gelijke-dagenmodel heeft je kind elke dag dezelfde schooltijden, ook op woensdag.
Voor de bso betekent een vroegere eindtijd meer opvanguren per middag. Vaak past de bso je contract aan de nieuwe schooltijden aan, en gaat het maandbedrag omhoog. Geef de nieuwe uren binnen vier weken door in Mijn toeslagen.
Is er opvang op studiedagen van school?
Meestal wel, want de bso is op studiedagen vaak de hele dag open, maar of die dag in je pakket zit of extra kost, verschilt per organisatie.
Of je voor een studiedag extra betaalt, verschilt sterk per organisatie. Bij Junis zitten studiedagen bijvoorbeeld niet in het 40- of 52-wekenpakket. Je krijgt daar één gratis extra opvangmoment per kalenderjaar, en andere studiedagen vraag je extra aan in het ouderportaal of betaal je met een vakantie- en studiedagenkaart.
Vraag bij je eigen bso of studiedagen in je pakket zitten en of je de dag vooraf moet aanvragen. Een extra dag krijg je meestal alleen als er plek is.
Wat is het verschil tussen een gewone bso, sport-bso, natuur-bso en tiener-bso?
Het zijn geen officiële soorten, maar gewone bso's met een eigen thema of leeftijdsgroep, met dezelfde regels, GGD-controle en toeslag.
De wet kent alleen buitenschoolse opvang. Een sport- of natuur-bso is een bso met een thema, vaak op een plek die erbij past, zoals een sportpark of wisselende plekken in de natuur. Er is een vaste groep met vaste pedagogisch medewerkers, en het programma draait om het thema. Vaak werkt zo'n bso samen met specialisten, zoals een sportbegeleider of een bioloog.
Een tiener-bso is een aparte groep voor de oudste kinderen, met activiteiten die bij hun leeftijd passen. Vanaf welke leeftijd, verschilt per bso. Voor elke vorm geldt dezelfde maximumuurprijs van € 9,98. Een thema-bso is soms duurder, bijvoorbeeld door gespecialiseerde medewerkers of een bijzondere locatie.
Meer over de bsoKan mijn kind vanuit de bso naar zwemles, sport of een clubje?
Vaak wel, maar hoe dat gaat verschilt per bso, en de les of contributie betaal je zelf, zonder kinderopvangtoeslag.
Sommige bso's brengen kinderen naar de sportclub of het zwembad, of werken samen met een zwemschool die les geeft tijdens de bso-tijd. Andere laten oudere kinderen zelf gaan, en daarvoor moet de bso vooraf jouw toestemming hebben.
De uren in je bso-contract betaal je gewoon, ook als je kind een deel van de middag bij de club is. Voor de les of contributie krijg je geen toeslag, want Dienst Toeslagen rekent extra activiteiten zoals zwemles niet tot de opvangkosten. Zit zwemles in het uurtarief van de bso, dan telt dat deel dus niet mee.
Mag mijn kind zelf naar de bso of naar huis, of door iemand anders worden opgehaald?
Alleen als je daar vooraf toestemming voor geeft, en veel bso's leggen die afspraken vast in een zelfstandigheidsverklaring.
De bso moet je vooraf om toestemming vragen als je kind zelfstandig naar huis mag, van het terrein af mag of mee mag op een uitje. Dat geldt dus ook voor spelen bij een vriendje. Veel bso's leggen dit vast in een zelfstandigheidsverklaring, vaak in de ouderapp. Daarin staat bijvoorbeeld of je kind zelf van school mag komen, alleen buiten mag spelen en wie het mag ophalen.
De regels verschillen per bso, en je kunt de afspraken altijd aanpassen. Haalt iemand anders je kind op dan normaal, geef dat dan vooraf door.
Kan ik de bso flexibel afnemen?
Soms, want een deel van de bso's biedt een flexibel contract, meestal tegen een hoger uurtarief, en dat aanbod loopt terug door het personeelstekort.
Bij een flexibel contract geef je steeds door op welke dagen je kind komt, in plaats van vaste dagen. Dat is handig bij wisselende roosters. Hoe flexibeler de opvang, hoe hoger meestal het uurtarief, en door het personeelstekort bieden steeds minder organisaties het aan.
Voor de toeslag geef je bij een flexibel contract een zo goed mogelijke schatting van je uren per maand. De opvang geeft elke maand door hoeveel uur ze rekende, en daarmee rekent Dienst Toeslagen na afloop van het jaar af. Leg de jaaropgave van de opvang ernaast om te zien of het klopt. Zit je schatting er flink naast, pas hem dan tussentijds aan, dan voorkom je een grote terugbetaling. Werk je onregelmatig, dan kan een gastouder ook een optie zijn.
Gastouder
Kleinschalige opvang via een gastouderbureau: wat het kost, wie gastouder mag zijn, eisen aan het huis en de nieuwe regels van 2026.
Wat kost een gastouder in 2026 en wat betaal ik aan het bureau?
Begin 2026 gemiddeld € 8,74 per uur voor kinderen tot 4 jaar en € 8,66 voor oudere kinderen; je betaalt alles via het bureau, dat ook eigen kosten rekent.
Die gemiddelden komen uit cijfers van het ministerie van SZW over het eerste kwartaal van 2026. Het uurtarief spreek je af met de gastouder, vaak op basis van een adviesprijs van het bureau. Bij gastouderbureau 4Kids rekenen de meeste gastouders € 7,45 tot € 9,00 per kind per uur. Daar komen de kosten van het bureau bij: een bedrag per uur, een vast bedrag per maand of een combinatie.
Je krijgt toeslag over het tarief van de gastouder en over de bureaukosten, samen tot € 8,49 per uur. Wat erboven zit, betaal je zelf. Bureaus verschillen sterk in prijs, dus vergelijk er een paar.
Reken je netto-kosten uitIs een gastouderbureau verplicht?
Ja, als je kinderopvangtoeslag wilt: de gastouder moet bij een geregistreerd gastouderbureau zijn aangesloten, en je betaalt ook via dat bureau.
Een gastouder moet altijd zijn aangesloten bij een gastouderbureau dat in het Landelijk Register Kinderopvang staat. Het bureau vraagt de registratie van de gastouder aan, controleert diploma, EHBO, VOG en de veiligheid van de opvanglocatie, en begeleidt en coacht de gastouder.
Het bureau regelt ook de betaling: jij betaalt het bureau per bank, het bureau betaalt de gastouder. Betaal je de gastouder rechtstreeks of contant, dan heb je geen recht op toeslag.
Hoe vind ik een gastouder bij mij in de buurt?
Meestal via een gastouderbureau, dat na een intakegesprek gastouders bij jou in de buurt voorstelt; een zelf gevonden gastouder kan zich bij een bureau aansluiten.
De meeste ouders vinden een gastouder via een bureau. Een bemiddelingsmedewerker bespreekt je wensen in een intakegesprek en neemt contact op zodra er een passende gastouder is. Bureaus verschillen in aanbod en prijs, dus vraag bij een paar bureaus na wie er in jouw buurt beschikbaar is.
Je kunt ook zelf zoeken, in je eigen omgeving of in het Landelijk Register Kinderopvang. Heb je iemand gevonden, dan moet die gastouder bij een geregistreerd bureau aangesloten zijn of zich alsnog aansluiten. Vraag dan of het bureau nog bemiddelingskosten rekent, want die bemiddeling heb je zelf gedaan.
Op Kribo staan de geregistreerde gastouders per plaats, met eventuele GGD-rapporten en, als dat bekend is, het bureau waar ze bij zijn aangesloten.
Zoek gastouders op KriboHoe snel kan ik bij een gastouder starten en hoe werkt de bemiddeling?
Vaak snel, als het bureau een geschikte gastouder beschikbaar heeft; moet jouw huis nog als opvangadres worden geregistreerd, dan kan dat tot tien weken duren.
Het bureau begint met een intakegesprek over je wensen en je kind, en stelt daarna een gastouder voor. Klikt het, dan leggen jullie met de bemiddelingsmedewerker de afspraken schriftelijk vast: dagen, uren, tarief, opzegtermijn en wat er gebeurt bij ziekte en vakantie. Ken je de opvanglocatie al, dan hoeft dat koppelingsgesprek sinds 1 juli 2026 niet meer daar plaats te vinden en kan het ook ergens anders of digitaal. Ook de wenmomenten spreken jullie samen af.
Staat de gastouder al geregistreerd op het adres waar de opvang komt, dan kan de opvang vaak snel beginnen. Moet een nieuw adres worden geregistreerd, bijvoorbeeld jouw huis, dan duurt dat ongeveer vier tot tien weken. De opzegtermijn is meestal een maand.
Meer over gastouderopvangMogen opa en oma gastouder zijn, en krijg ik dan toeslag?
Ja, als ze als gastouder bij een gastouderbureau zijn aangesloten en jij via dat bureau betaalt; passen ze gratis of zonder bureau op, dan krijg je geen toeslag.
Voor opvang door familie of vrienden krijg je geen kinderopvangtoeslag, tenzij zij gastouder zijn. Opa of oma moet dan aan dezelfde eisen voldoen als elke andere gastouder, zoals een geschikt diploma, kinder-EHBO en een VOG. Wie na 1 juli 2026 begint, heeft ook een pedagogische module nodig. Hun huis moet aan de veiligheidseisen voldoen, en ze mogen niet op jouw adres ingeschreven staan.
Je betaalt de opvang per bank via het bureau. Voor opa en oma is de vergoeding inkomen: ze geven die op in hun belastingaangifte, en dat kan gevolgen hebben voor hun eigen toeslagen.
Krijg ik toeslag voor een au pair, nanny of oppas zonder bureau?
Voor een au pair of een oppas zonder bureau niet; voor een nanny wel, als die als gastouder aan huis via een gastouderbureau werkt.
Kinderopvangtoeslag krijg je alleen voor geregistreerde opvang. Een oppas die je zelf regelt, betaald of niet, telt daarvoor niet mee. Een inwonende au pair kan ook geen gastouder worden, zelfs niet via een bureau, want een gastouder mag niet op hetzelfde adres ingeschreven staan als jij of je partner.
Een nanny die bij jou thuis oppast, kan wel. Die moet dan als gastouder aan huis zijn aangesloten bij een gastouderbureau, aan de eisen voor gastouders voldoen en voor jouw adres in het Landelijk Register Kinderopvang staan. Je krijgt dan toeslag tot € 8,49 per uur per kind.
Hoeveel kinderen mag een gastouder tegelijk opvangen?
Maximaal zes kinderen tot 13 jaar tegelijk, waarvan hoogstens vijf jonger dan 4 jaar; eigen kinderen van de gastouder tot 8 jaar tellen mee.
Het maximum geldt voor kinderen van 0 tot 13 jaar die er tegelijk zijn. Van de hoogstens vijf kinderen onder de 4 jaar mogen er maximaal vier jonger zijn dan 2 jaar, en daarvan maximaal twee jonger dan 1 jaar.
Eigen kinderen van de gastouder tellen sinds 1 juli 2026 mee tot 8 jaar. Daarvoor was dat tot 10 jaar, en veel websites van bureaus noemen dat nog. Heeft de gastouder zelf kinderen van 5 en 7 jaar, dan blijven er dus nog vier plekken over.
Moet ik doorbetalen als de gastouder ziek of op vakantie is? En als mijn kind ziek is?
Dat staat in je afspraken, maar meestal betaal je alleen de uren waarop je kind er echt is, dus niet als de gastouder ziek of op vakantie is.
Er is geen wettelijke regel, het staat in je overeenkomst met de gastouder. Bij gastouderopvang is het gebruikelijk dat je alleen betaalt voor de uren waarop je kind er echt is. Is de gastouder ziek of op vakantie, dan betaal je die uren meestal niet en krijg je er ook geen toeslag over. De meeste bureaus hebben in het contract staan dat ze zich inspannen voor vervanging, maar dat is geen garantie. Veel ouders lossen het zelf op.
Of je doorbetaalt als je kind ziek is of jullie op vakantie gaan, verschilt per gastouder. Vraag ernaar voordat je tekent. Komt de gastouder bij jou thuis en werkt die minder dan vier dagen per week voor jullie, dan geldt meestal de Regeling dienstverlening aan huis. Dan betaal je bij ziekte maximaal zes weken door en heeft de gastouder recht op betaalde vakantie.
Wat is het verschil tussen opvang bij de gastouder thuis en een gastouder aan huis?
Bij een gastouder aan huis, vaak nanny genoemd, komt de gastouder bij jou thuis en betaal je één uurtarief voor al je kinderen samen.
Bij opvang bij de gastouder thuis breng je je kind naar het huis van de gastouder. Een nanny komt naar jou en rekent één uurtarief, hoeveel kinderen er ook zijn: bij ViaViela € 15 tot € 25 per uur, afhankelijk van de ervaring. Daar komen de kosten van het bureau bij. Voor de toeslag deel je het tarief door het aantal kinderen, met een maximum van € 8,49 per kind per uur. Daardoor is het vooral voor gezinnen met meerdere kinderen interessant.
Jouw huis moet dan aan de veiligheidseisen voldoen en als opvanglocatie geregistreerd worden. Dat duurt ongeveer vier tot tien weken, en sommige gemeenten rekenen er leges voor. Werkt de nanny minder dan vier dagen per week bij jou, dan geldt de Regeling dienstverlening aan huis. De nanny is dan niet bij jou in dienst, maar heeft wel recht op doorbetaling bij ziekte en op vakantie.
Aan welke eisen moet het huis van de gastouder voldoen?
Het huis moet veilig en altijd rookvrij zijn, met genoeg speelruimte binnen en buiten en een aparte slaapruimte voor kinderen tot anderhalf jaar.
De ruimtes waar de kinderen komen, moeten veilig zijn en passen bij het aantal kinderen en hun leeftijd. Kinderen jonger dan anderhalf jaar hebben een eigen slaapruimte. Het huis is altijd rookvrij, ook als er geen kinderen zijn, en sinds 1 juli 2026 staat er uitdrukkelijk bij dat dat ook voor e-sigaretten en vapes geldt.
Het bureau brengt elk jaar de risico's voor veiligheid en gezondheid op het opvangadres in kaart. Een kopie van dat verslag hoort op de opvanglocatie te liggen, dus vraag er gerust naar. Volwassen huisgenoten en mensen die er vaak over de vloer komen, moeten in het Personenregister Kinderopvang staan. Vindt de opvang bij jou thuis plaats, dan gelden dezelfde eisen voor jouw huis.
Hoe wordt de kwaliteit van een gastouder gecontroleerd?
Via het gastouderbureau, dat elke opvanglocatie minstens twee keer per jaar bezoekt, en via de GGD, die elk jaar de helft van de gastouderlocaties per gemeente inspecteert.
Een gastouder moet 18 jaar of ouder zijn en een erkend diploma, kinder-EHBO, een VOG en een inschrijving in het Personenregister Kinderopvang hebben. Wie na 1 juli 2026 begint, heeft een opleiding met een pedagogisch onderdeel nodig. Bij sommige diploma's komt daar een aparte pedagogische module bij.
Het bureau bezoekt de opvanglocatie minstens twee keer per jaar en controleert elk jaar de veiligheid. De GGD inspecteert elk jaar ieder gastouderbureau en de helft van de gastouderlocaties in elke gemeente. De rapporten staan in het Landelijk Register Kinderopvang. Anders dan een kinderdagverblijf krijgt dus niet elke gastouder elk jaar de GGD op bezoek.
Waar betaal ik de bureaukosten voor, en krijg ik daar toeslag over?
Voor de bemiddeling, begeleiding en controle van de gastouder en het regelen van de betaling, en ja, de bureaukosten tellen mee voor je toeslag.
Het bureau zoekt en koppelt een gastouder, legt de afspraken vast en regelt de betaling. Het geeft elke gastouder minstens drie uur pedagogische coaching per jaar, bezoekt de opvanglocatie minstens twee keer per jaar en bespreekt de opvang elk jaar met jou. In totaal moet het bureau per gastouder minimaal zestien uur per jaar aan bemiddeling en begeleiding besteden.
De bureaukosten heten ook uitvoerings- of bemiddelingskosten. Staan ze apart op je factuur, tel ze dan op bij de uurprijs die je voor de toeslag opgeeft. Samen krijg je toeslag tot € 8,49 per uur.
Reken je toeslag uitHoe stap ik over naar een andere gastouder of een ander gastouderbureau?
Zeg op met de opzegtermijn uit je contract, meestal een maand, sluit een nieuw contract en geef de wijziging binnen vier weken door aan Dienst Toeslagen.
Klikt het niet met de gastouder, bespreek dat dan eerst met het bureau. Dat kan vaak een andere gastouder voorstellen.
Elke gastouder staat per opvangadres apart in het Landelijk Register Kinderopvang, met een eigen LRK-nummer. Ga je naar een andere gastouder, ook bij hetzelfde bureau, dan krijg je een nieuw contract en geef je het nieuwe LRK-nummer, de uren en de uurprijs binnen vier weken door in Mijn toeslagen.
Wil je bij je gastouder blijven maar van bureau wisselen, dan moet de gastouder zich bij het nieuwe bureau aansluiten. Een gastouder mag bij hoogstens twee bureaus zijn aangesloten, en tijdens een overstap tijdelijk bij drie. Je sluit dan een contract met het nieuwe bureau en geeft ook die wijziging door.
Wat is er per 1 juli 2026 veranderd voor gastouders, en merk ik daar iets van?
Gastouders volgen nu jaarlijks bijscholing en coaching, hebben een pedagogisch werkplan en altijd een achterwacht, en vragen jouw toestemming voor gegevens over je kind.
Op 1 juli 2026 is een nieuwe wet voor de gastouderopvang ingegaan. Elke gastouder volgt nu jaarlijks zeven uur bijscholing en krijgt minimaal drie uur pedagogische coaching van elk bureau waarbij de gastouder is aangesloten. Dat mogen er hoogstens twee zijn. In een pedagogisch werkplan staat onder meer hoe de gastouder de ontwikkeling van je kind volgt. Er is altijd een achterwacht die in een noodgeval binnen vijftien minuten kan komen, ook bij één kind. Nieuwe gastouders hebben een opleiding met een pedagogische module nodig.
Als ouder merk je dat de gastouder je uitdrukkelijk om toestemming vraagt voordat gegevens over je kind worden vastgelegd of gedeeld, bijvoorbeeld met school. Eigen kinderen van de gastouder tellen nu mee tot 8 jaar in plaats van 10. Het voortgangsgesprek mag digitaal, maar het bureau bezoekt de opvanglocatie nog steeds minstens twee keer per jaar.
Werk, gezin en bijzondere situaties
Verlof, zzp, studie, een uitkering, scheiden, verhuizen of werken over de grens: wat er dan geldt voor je opvang en je toeslag.
Krijg ik toeslag als maar één van ons werkt, of bij co-ouderschap?
Werkt één van jullie niet en volgt die geen opleiding of traject, dan is er meestal geen recht, maar bij co-ouderschap kunnen jullie allebei toeslag krijgen.
Werkt of studeert één van de partners niet, en volgt die ook geen inburgering of traject naar werk, dan is er geen recht op kinderopvangtoeslag. Uitzondering: heeft de niet-werkende partner een blijvende Wlz-indicatie, dan kan de werkende ouder wel toeslag krijgen. De gemeente kan soms bijspringen, met gesubsidieerde peuteropvang of via een sociaal-medische indicatie.
Bij co-ouderschap verdelen jullie de zorg over het jaar ongeveer gelijk, met minstens 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder. Ieder krijgt dan toeslag voor de opvanguren die hij of zij zelf betaalt, samen maximaal 230 uur per kind per maand. Sluit elk een eigen contract met de opvang, of samen één contract op beide namen.
Toeslag in bijzondere situatiesHoud ik recht op kinderopvangtoeslag tijdens zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof of als ik ziek ben?
Ja, zolang je in dienst blijft, houd je recht op toeslag, ook tijdens ziekte, zwangerschapsverlof of ouderschapsverlof.
Het gaat erom dat je arbeidscontract doorloopt. Dan maakt het niet uit of je ziek bent, met zwangerschaps- of bevallingsverlof bent of ouderschapsverlof opneemt. Ben je langer dan twee jaar ziek, dan stopt je arbeidscontract meestal. Daarna heb je nog minstens drie maanden recht op toeslag. Stopt je contract om een andere reden, bijvoorbeeld omdat een tijdelijk contract afloopt, dan houd je ook nog drie maanden recht.
Ben je zzp'er, dan houd je de toeslag als je een ZEZ-uitkering krijgt, de zwangerschapsuitkering voor zelfstandigen. Kun je door ziekte niet werken, dan houd je maximaal twee jaar recht.
Toeslag in bijzondere situatiesWat gebeurt er met mijn toeslag als ik of mijn partner werkloos word?
Je houdt nog drie maanden recht op toeslag, en daarna kun je je overgebleven opvanguren van dat jaar nog met toeslag opmaken.
Stop je met betaald werk, dan houd je nog drie maanden recht op kinderopvangtoeslag. Die drie maanden gaan in op de 1e van de maand nadat je gestopt bent. Daarna mag je de opvanguren die je dat jaar nog niet hebt gebruikt, opmaken tot het eind van het jaar. Over die uren krijg je gewoon toeslag, ook al werk je dan niet meer.
Stop je met een opleiding, inburgering of traject naar werk, dan krijg je die drie maanden niet. Je overgebleven uren kun je wel tot het eind van het jaar opmaken.
Houd zelf bij wanneer al je uren op zijn en zet vanaf die datum je toeslag stop in Mijn toeslagen. Anders moet je later terugbetalen.
Toeslag in bijzondere situatiesIk ben zzp'er. Krijg ik kinderopvangtoeslag, en welk inkomen geef ik op?
Ja, ook zonder vaste baan of minimum aantal uren, en je geeft je winst op na aftrek van de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en mkb-winstvrijstelling.
Als ondernemer, zzp'er of freelancer kun je gewoon kinderopvangtoeslag krijgen. Er geldt geen minimum aantal gewerkte uren. Heb je een partner, dan moet die ook werken, studeren of een traject volgen.
Je toetsingsinkomen is niet je winst, maar je verzamelinkomen voor de belasting: je brutowinst min de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling, plus eventueel ander inkomen. Dat weet je pas achteraf, dus je schat het. Dienst Toeslagen raadt aan om aan de hoge kant te schatten, zodat je later niet veel hoeft terug te betalen.
Pas je schatting aan zodra je ziet dat je jaar anders loopt. Stop je met je bedrijf, dan houd je nog drie maanden recht op toeslag.
Toeslag in bijzondere situatiesHeb ik recht op kinderopvangtoeslag met een uitkering, zoals WW of bijstand?
Alleen als je een traject naar werk volgt via de gemeente, UWV of je vroegere werkgever; ingeschreven staan en solliciteren is niet genoeg.
Een uitkering geeft op zich geen recht op kinderopvangtoeslag. Dat krijg je wel als je een traject naar werk volgt, zoals een re-integratietraject, coaching naar werk of werken op een proefplaats. Dat kan met bijstand, WW, WAO, WAZ, WIA-WGA, Wajong, een Anw-uitkering of een Ziektewetuitkering. De afspraken over het traject maak je met de gemeente, UWV of je vroegere werkgever.
Sta je alleen ingeschreven bij UWV en solliciteer je, zonder traject, dan heb je geen recht. Ben je net je baan kwijt, dan houd je eerst nog drie maanden toeslag. Vraag je klantmanager of consulent of je traject meetelt, en geef het door in Mijn toeslagen.
Toeslag in bijzondere situatiesIk werk in wisselende diensten. Kan ik flexibele opvang krijgen, ook 's avonds of in het weekend?
Ja, vooral bij een gastouder, en ook met een nulurencontract of wisselende opvanguren krijg je toeslag, tot 230 uur per maand per kind.
Kinderdagverblijven en bso's zijn meestal alleen op werkdagen overdag open. Sommige bieden een flexibel contract, waarbij je per maand andere dagen of uren afneemt. Opvang in de avond, de nacht of het weekend vind je vooral bij een gastouder. Dat verschilt per gastouder en per bureau, dus vraag ernaar.
Voor de toeslag maakt het niet uit hoeveel uur je werkt, dus ook als oproepkracht of met een nulurencontract of min-maxcontract kun je toeslag krijgen. Wisselen je opvanguren per maand, dan geef je een gemiddeld aantal uren per maand op, of je geeft na elke maand de echte uren door. Houd dat bij, want toeslag over te veel opgegeven uren betaal je later terug.
Meer over gastouderopvangIk studeer. Heb ik recht op kinderopvangtoeslag?
Ja, als je een opleiding volgt die erkend is door het ministerie van OCW, ook in deeltijd, en je eventuele partner ook werkt of studeert.
Het gaat om een opleiding die door het ministerie van OCW is erkend: voortgezet onderwijs, vavo, mbo, hbo of universiteit, ook in deeltijd. Het moet een volledige opleiding zijn waarmee je een diploma haalt. Losse cursussen en workshops tellen niet. Heb je een toeslagpartner, dan moet die ook werken, studeren of een traject volgen. Je studiefinanciering telt niet mee als inkomen voor de toeslag.
Ben je alleenstaande ouder met studiefinanciering, vraag dan bij DUO ook naar de eenoudertoeslag.
Stop je met je studie, geef dat dan binnen vier weken door. Je overgebleven uren van dat jaar mag je tot het eind van het jaar opmaken.
Toeslag in bijzondere situatiesWe gaan uit elkaar. Wat gebeurt er met de opvang en de toeslag?
Je ex is vanaf een bepaalde maand geen toeslagpartner meer, en wie de kinderen houdt, heeft toeslag op eigen naam en een eigen contract met de opvang nodig.
Geef eerst je nieuwe adres door aan de gemeente en meld de scheiding bij de BelastingTelefoon (0800-0543). Waren jullie getrouwd of geregistreerd partner, dan telt je ex niet meer mee vanaf de 1e van de maand nadat de adreswijziging is ingegaan én de scheiding is aangevraagd. Woonden jullie samen, dan vanaf de 1e van de maand nadat jullie niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven.
Blijven de kinderen bij jou en staat de toeslag op naam van je ex, dan vraag je zelf toeslag aan in Mijn toeslagen, met je eigen inkomen. Wie de kinderen niet meer heeft, stopt de toeslag. Je hebt een contract met de opvang op je eigen naam nodig, dus vraag de opvang dat aan te passen. Delen jullie de zorg ongeveer gelijk, dan kunnen jullie als co-ouders allebei toeslag krijgen.
Toeslag in bijzondere situatiesWe gaan verhuizen. Wat moet ik regelen voor de opvang en de toeslag?
Een adreswijziging bij de gemeente is genoeg, maar een nieuwe opvang geef je binnen vier weken door in Mijn toeslagen, met LRK-nummer, uren en uurtarief.
Dienst Toeslagen krijgt je nieuwe adres van de gemeente, dus je verhuizing hoef je daar niet apart te melden.
Gaat je kind naar een nieuwe opvang, dan geef je die binnen vier weken door in Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Je hebt het LRK-nummer van de nieuwe locatie nodig, en de uren en het uurtarief uit je nieuwe contract. Elke locatie heeft een eigen LRK-nummer, ook binnen dezelfde organisatie.
Zeg de oude opvang op tijd op, met maximaal een maand opzegtermijn. Schrijf je zo vroeg mogelijk in bij een opvang in je nieuwe buurt, want op sommige plekken is er een wachtlijst.
Zoek opvang bij je nieuwe adresBetaalt de gemeente mee aan de opvang als we het thuis zwaar hebben?
Soms wel: met een sociaal-medische indicatie (SMI) betaalt je gemeente een deel of alle kosten van de opvang, als je geen recht hebt op kinderopvangtoeslag.
Een sociaal-medische indicatie (SMI) is een regeling van de gemeente voor gezinnen die het zwaar hebben, bijvoorbeeld door ziekte, spanningen in het gezin, een onveilige thuissituatie, zware mantelzorg of een kind dat extra steun nodig heeft in zijn ontwikkeling. De gemeente betaalt dan de kosten van gewone opvang, of een deel ervan. Vaak betaal je zelf een eigen bijdrage die van je inkomen afhangt.
Je kind is tussen 0 en 13 jaar, je hebt geen recht op kinderopvangtoeslag en de opvang staat in het Landelijk Register. Volgens BOinK hoort bij een SMI een vergoeding voor minstens zes maanden, voor minstens twee dagen opvang per week. Gemeenten mogen hun eigen regels maken, dus kijk op de website van je gemeente wat daar geldt en hoe je het aanvraagt.
Ik woon of werk over de grens. Krijg ik dan kinderopvangtoeslag?
Vaak wel: woon je in de EU, de EER of Zwitserland en werk je in Nederland, dan kun je toeslag krijgen, ook voor geregistreerde opvang over de grens.
Woon je in een EU-land, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of Zwitserland en verdien je je geld in Nederland, waar je er ook belasting over betaalt, dan kun je kinderopvangtoeslag krijgen. Je kind moet ook in een van die landen wonen, en je partner en kinderen hebben een burgerservicenummer nodig. Krijg je in je woonland gezinstoeslag, dan wordt die verrekend.
Gaat je kind in het buitenland naar de opvang, dan moet die in het Register buitenlandse kinderopvang staan. Die inschrijving vraag je zelf aan bij DUO, met een verklaring van de opvang, en dat kan tot tien weken duren. Pas met het registratienummer kun je toeslag aanvragen.
Woon je in Nederland en werk je in het buitenland, dan kan het ook, als je belasting betaalt over je inkomen.
Ik ben gedupeerd door de toeslagenaffaire. Waar kan ik terecht?
Bij Herstel Toeslagen, gratis via 0800-2358358, en bij je gemeente voor brede ondersteuning; nieuw aanmelden voor compensatie kan sinds 2024 niet meer.
Aanmelden voor compensatie kon tot en met 31 december 2023. Heb je vragen over je herstel of je compensatie, dan kun je terecht bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, gratis via 0800-2358358. Dat kan van maandag tot en met donderdag van 8 tot 20 uur en op vrijdag van 8 tot 17 uur, of via de chat op herstel.toeslagen.nl.
Gedupeerde ouders en hun kinderen kunnen bij hun gemeente brede ondersteuning krijgen, bij geld, gezin, gezondheid, werk en wonen. Daarvoor meld je je uiterlijk 31 augustus 2027 bij je gemeente. Wil je praten met ouders die hetzelfde meemaakten, dan kun je terecht bij Stichting Lotgenotencontact (030-4420000, keuze 1).
Werken in de kinderopvang
Diploma, taaleis, VOG en salaris: wat je nodig hebt om in de kinderopvang te werken en hoe je erin komt.
Hoe word ik pedagogisch medewerker in de kinderopvang?
Met een diploma dat volgens de cao Kinderopvang kwalificeert, meestal de mbo-opleiding pedagogisch medewerker op niveau 3 of 4, via school of werkend leren.
De gewone route is de mbo-opleiding Pedagogisch medewerker kinderopvang (niveau 3) of Gespecialiseerd pedagogisch medewerker (niveau 4). Die volg je voltijd op school (bol) of werkend leren (bbl): dan werk je op de groep met een leer-arbeidsovereenkomst en salaris, en ga je daarnaast naar school. Ook een aantal hbo-opleidingen geeft toegang.
Voordat je begint, heb je een VOG nodig en een inschrijving in het Personenregister Kinderopvang. In de dagopvang en de peuteropvang geldt een taaleis, en wie op de babygroep werkt, heeft een aanvullende babyscholing nodig.
Heb je al een ander diploma, dan kun je vaak toch beginnen, bijvoorbeeld als pedagogisch professional in ontwikkeling. Veel organisaties nemen mensen aan die nog in opleiding zijn.
Alles over werken in de kinderopvangWelk diploma heb je nodig om in de kinderopvang te werken?
Een diploma dat op de kwalificatielijst van de cao Kinderopvang staat, zoals mbo 3 of 4 pedagogisch medewerker of een hbo-opleiding als pedagogiek of de pabo.
Welke diploma's tellen, staat in de kwalificatie-eisen van de cao Kinderopvang. Naast de mbo-opleidingen voor pedagogisch medewerker staan daar hbo-opleidingen op zoals pedagogiek, sociaal pedagogische hulpverlening en leraar basisonderwijs, en veel oudere en verwante diploma's. Sommige tellen alleen met een aanvullend bewijs, andere alleen voor de bso, zoals de mbo-opleidingen Sport en bewegen.
Studeer je nog aan een hbo-opleiding van de lijst, dan tel je mee zodra je 75% van je studiepunten hebt gehaald. Werk je alleen op de bso of volg je een pedagogiekopleiding, dan is 50% genoeg. Ook drie specifieke mbo-certificaten samen of het EVC-branchecertificaat van Kinderopvang werkt! geven toegang.
Een buitenlands diploma laat je waarderen door IDW of DUO. Met de diplomacheck van Kinderopvang werkt! zie je meteen of jouw diploma meetelt.
Diploma-eisen uitgelegdWat verdien je als pedagogisch medewerker?
Sinds 1 september 2026 tussen € 2.681 en € 3.684 bruto per maand bij 36 uur per week, volgens schaal 6 van de cao Kinderopvang.
Het salaris staat in de cao Kinderopvang. Een pedagogisch professional op het kinderdagverblijf of de bso valt in schaal 6. Na de verhoging van 1,5% op 1 september 2026 loopt die van € 2.681 tot € 3.684 bruto per maand bij een volle werkweek van 36 uur. In principe ga je elk jaar een stap omhoog, tot het maximum van de schaal. Werk je minder uren, dan krijg je naar verhouding.
Daarbovenop krijg je 8% vakantiegeld en een eindejaarsuitkering, die sinds 1 januari 2026 ook 8% is. Een praktijkopleider zit in schaal 7. Wie werkend leert of als pedagogisch professional in ontwikkeling begint, krijgt minstens het laagste salaris van schaal 5.
De huidige cao loopt tot 1 januari 2027. Een werkgever mag meer betalen dan de cao, niet minder.
Vacatures voor pedagogisch medewerkersKan ik zonder diploma of als zij-instromer in de kinderopvang beginnen?
Ja, je kunt beginnen als groepsondersteuner, of op de groep werken terwijl je je diploma haalt, via bbl of als pedagogisch professional in ontwikkeling.
Zonder kwalificerend diploma kun je aan de slag als groepsondersteuner, ook wel groepshulp genoemd. Je helpt op de groep, maar telt niet mee als pedagogisch medewerker.
Wil je pedagogisch medewerker worden, dan kan dat werkend leren. Met een bbl-opleiding krijg je een leer-arbeidsovereenkomst, in de dagopvang van minstens 20 uur per week en als je alleen op de bso werkt van minstens 12 uur. Heb je een mbo-3-diploma in een andere richting, of havo of vwo, dan kun je starten als pedagogisch professional in ontwikkeling. Je werkgever maakt dan binnen twee maanden een ontwikkelplan met je en betaalt de kosten daarvan. Je salaris begint in schaal 5 en je telt stap voor stap meer mee op de groep.
Heb je veel relevante ervaring, dan kan een EVC-procedure die laten meetellen. Ga je direct daarna als pedagogisch medewerker aan de slag, dan vergoedt je werkgever de kosten.
Vacatures voor bbl-leerlingenHoe vraag ik een VOG aan en hoe kom ik in het Personenregister Kinderopvang?
Je vraagt een VOG voor de kinderopvang aan, schrijft je daarmee in bij het Personenregister Kinderopvang en laat je koppelen aan je werkgever; pas daarna mag je beginnen.
Voor werk in de kinderopvang heb je een VOG nodig met de functieaspecten 84 en 86. Vaak zet je werkgever de aanvraag bij Justis voor je klaar en rond je die af met je DigiD. Volgens de cao Kinderopvang vergoedt de werkgever de kosten, ook voor stagiairs.
Met die VOG schrijf je je met je DigiD in bij het Personenregister Kinderopvang van DUO. De VOG mag dan niet ouder zijn dan twee maanden, en online kost de inschrijving € 12. Daarna stuur je via het register een koppelverzoek naar je werkgever. Pas als je ingeschreven én gekoppeld bent, mag je beginnen.
Blijf je ingeschreven, dan heb je bij een volgende werkgever in de kinderopvang in principe geen nieuwe VOG nodig: je stuurt een nieuw koppelverzoek. Ondertussen word je elke dag gecontroleerd op nieuwe strafbare feiten.
VOG en personenregisterWelke extra eisen gelden voor de taal, de babygroep en voorschoolse educatie?
In de dagopvang en peuteropvang moet je mondeling Nederlands beheersen op niveau 3F, op de babygroep heb je een babyscholing nodig en in de ve een ve-scholing.
Sinds 1 januari 2025 moeten pedagogisch medewerkers in de dagopvang en de peuteropvang aantonen dat ze Nederlands spreken, luisteren en gesprekken voeren op niveau 3F, of B2 volgens het Europees referentiekader. Met een Nederlands diploma van havo, vwo, mbo 4 of hoger lukt dat meestal. Anders kan het bijvoorbeeld met een taaltoets of het Staatsexamen Nt2 programma II. Voor de bso geldt deze taaleis niet.
Sinds dezelfde datum moet iedereen die met baby's werkt een goedgekeurde babyscholing hebben afgerond. Ben je daarvoor ingeschreven, dan mag je al meetellen op de babygroep als er ook een collega met babyscholing staat, vanaf drie maanden voor de start van de scholing tot zes maanden erna.
In de voorschoolse educatie, voor peuters met een ve-indicatie, gelden een aparte ve-scholing en een strengere taaleis.
De taaleis uitgelegdKan ik naast mijn studie op de bso werken?
Ja. Studeer je pabo, pedagogiek of een andere hbo-opleiding van de cao-lijst, dan tel je op de bso als pedagogisch medewerker zodra je de helft van je studiepunten hebt.
Het werk op de bso valt vooral na schooltijd en in de vakanties, en past daardoor vaak goed naast een studie. Voor het kinderdagverblijf heb je als hbo-student 75% van je studiepunten nodig, behalve bij pedagogiekopleidingen, waar 50% genoeg is.
Ben je nog niet zo ver, dan kun je met een havo- of vwo-diploma beginnen als pedagogisch professional in ontwikkeling. Voor een hbo-student die alleen op de bso werkt, is dat een contract van gemiddeld minstens 12 uur per week. Ook als groepsondersteuner kun je al meedraaien.
Heb je een ander talent, zoals sport of muziek? Sinds 1 juli 2024 mogen ook andersgekwalificeerde medewerkers op de bso meetellen, na een pedagogische module.
Bekijk vacaturesWat doet een pedagogisch coach of pedagogisch beleidsmedewerker?
Die werkt aan het pedagogisch beleid en coacht de pedagogisch medewerkers, en elke organisatie met kinderdagverblijven of bso's moet er een inzetten.
Sinds 2019 moet elke organisatie met kinderdagverblijven of bso's een pedagogisch beleidsmedewerker inzetten. Die werkt aan het pedagogisch beleid en coacht de pedagogisch medewerkers bij hun werk op de groep. Beide taken kunnen bij één persoon liggen, de beleidsmedewerker/coach, of bij twee verschillende mensen.
De organisatie zet daar per jaar minstens 50 uur per kindercentrum voor in, plus 10 uur per fulltime pedagogisch medewerker voor coaching. Elke medewerker krijgt elk jaar coaching. Werkt de coach ook mee op de groep, dan tellen die uren mee voor de bezetting. Sinds 1 juli 2026 krijgen ook gastouders via hun bureau jaarlijks minstens drie uur coaching.
Je hebt een pedagogische opleiding op minimaal hbo-niveau nodig, zoals een associate degree of een bachelor pedagogiek of sph. In de cao valt de pedagogisch beleidsmedewerker in schaal 8, de pedagogisch coach en de beleidsmedewerker/coach in schaal 9.
Hoe word ik gastouder?
Je hebt een passend diploma, kinder-EHBO, een VOG en een inschrijving in het Personenregister Kinderopvang nodig, en je sluit je aan bij een gastouderbureau.
Je moet 18 jaar of ouder zijn en een diploma hebben dat voor gastouders geldt. Begin je vanaf 1 juli 2026, dan moet je opleiding een pedagogisch onderdeel hebben, of volg je een aanvullende pedagogische module. Verder heb je een geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen nodig, en een VOG en een inschrijving in het Personenregister Kinderopvang. Dat laatste geldt ook voor de volwassenen die wonen of werken waar je opvangt.
Je sluit je aan bij een gastouderbureau, of bij maximaal twee. Het bureau controleert of je opvanglocatie veilig is en schrijft je in bij het Landelijk Register Kinderopvang. Je maakt een pedagogisch werkplan, regelt een achterwacht die binnen een kwartier bij je kan zijn en volgt elk jaar zeven uur bijscholing.
Voldoe je aan de eisen voor ondernemerschap, dan schrijf je je in bij de KVK.
Vacatures voor gastoudersWaar vind ik vacatures in de kinderopvang bij mij in de buurt?
Op Kribo, waar we de vacatures van kinderopvangorganisaties bij elkaar zetten, te zoeken per plaats, per functie en op een kaart.
Kribo haalt vacatures rechtstreeks van de websites van kinderopvangorganisaties en zet ze bij elkaar. Je zoekt op plaats of in een straal rond een adres, per functie, zoals pedagogisch medewerker, invalkracht, bbl-leerling of locatiemanager, of op de kaart.
Bij een vacature zie je, als we dat weten, op welke locatie je komt te werken, met de uitkomst van het laatste GGD-rapport en de beoordelingen. Zo weet je vóór het sollicitatiegesprek waar je terechtkomt. Solliciteren doe je bij de organisatie zelf, want Kribo bemiddelt niet.
Bekijk alle vacaturesOver Kribo
Wat Kribo is, waar de gegevens en beoordelingen vandaan komen, en hoe je locaties bewaart, vergelijkt of een fout doorgeeft.
Wat is Kribo en kost het iets?
Kribo zet de geregistreerde kinderopvang in Nederland naast elkaar en is gratis voor ouders, zonder account.
Op Kribo vind je de kinderdagverblijven, bso's, gastouders en gastouderbureaus uit het Landelijk Register Kinderopvang. Per locatie zie je de GGD-rapporten in gewone taal, beoordelingen, de contactgegevens en, als we het weten, het uurtarief. Met de rekenhulp reken je uit wat je na de toeslag zelf betaalt.
Een opvang hoeft niets te doen of te betalen om op Kribo te staan: de locaties komen uit het register. Alleen gastouders die hun adres in het register afschermen, staan er niet op. Kribo is zelf geen opvang en regelt geen plaatsingen.
Het verhaal achter KriboKan ik via Kribo inschrijven of zien of er plek is?
Nee, inschrijven, een rondleiding en vragen over plek of wachtlijst regel je rechtstreeks met de opvang.
Op de locatiepagina staan telefoon, e-mail en website van de opvang, een route via Google Maps en het LRK-nummer. Op je telefoon zie je ook een knop voor WhatsApp als de opvang een 06-nummer heeft. Veel aanbieders hebben een inschrijfformulier op hun eigen website.
Kribo weet niet of er plek is of hoe lang de wachtlijst is. Dat hoor je alleen bij de opvang zelf. Zoek je een gastouder, dan meld je je aan bij het gastouderbureau, want de afspraken en de betaling lopen via het bureau.
Vragen voor de rondleidingWaar komen de gegevens op Kribo vandaan, en hoe actueel zijn ze?
Vooral uit het Landelijk Register Kinderopvang, aangevuld met sites van aanbieders, Google en het CBS; een wijziging in het register zie je niet meteen op Kribo.
De locaties, de houder, de contactgegevens en de GGD-rapporten komen uit het Landelijk Register Kinderopvang. Het uurtarief halen we van de website van de aanbieder, met het jaar erbij. Twijfelen we, dan laten we het leeg. Buurtcijfers komen van het CBS, de kaarten van het Kadaster en foto's van de opvang zelf of van Google.
Bij een kenmerk met een pijltje, zoals een eigen tuin, klap je open waar het vandaan komt: uit het GGD-rapport, van de opvang zelf of van onze redactie. Wat we niet weten, zetten we er niet bij.
Hoe oud een GGD-rapport is, zie je aan de datum erbij. Via de link open je het rapport zelf. Twijfel je, zoek de locatie dan ook op in het register.
Wat betekent “Alles in orde” bij het GGD-rapport op Kribo?
Dat alles wat de GGD bij dat onderzoek toetste in orde was; een eigen cijfer geeft Kribo niet.
We nemen per rapport over wat de GGD vond. Zijn er punten niet in orde, dan zie je hoeveel, met uitleg in gewone taal. Een overtreding die de opvang na een herstelaanbod nog tijdens het onderzoek oploste, telt net als in het register als in orde. Staan er bij een rapport geen beoordeelde eisen, dan zie je “Alleen als pdf” of “Geen beoordeelde eisen”. Open dan het rapport zelf.
De GGD toetst niet bij elk bezoek alle eisen, dus kijk ook hoeveel eisen er getoetst zijn. Per rapport zie je verder de datum, welke GGD het deed en de reactie van de houder. De besluiten van de gemeente staan apart, want die gelden voor de locatie en niet voor één rapport.
Meer over de GGD-inspectieBetalen opvangorganisaties voor een hogere plek op Kribo?
Nee, een hogere plek is niet te koop: de volgorde hangt af van afstand, je route of de beoordelingen.
Zoek je vanaf je postcode, een adres, je huidige locatie of een plaats uit de suggesties, dan staat de dichtstbijzijnde opvang bovenaan. Zoek je langs een route, dan de opvang met de kleinste omweg. Typ je alleen een plaatsnaam, dan komen eerst de locaties met beoordelingen op Kribo, op volgorde van hun gemiddelde. Daarna volgen de locaties met minstens vijf beoordelingen op Google, op hun Google-cijfer, en dan de rest op soort opvang en grootte.
Je kunt de volgorde ook zelf kiezen, bijvoorbeeld beste beoordeling, meeste beoordelingen of naam van A tot Z. Het GGD-oordeel telt niet mee in de volgorde. Bekijk de rapporten dus zelf op de locatiepagina.
Zoek opvangWaar komen de beoordelingen op Kribo vandaan?
Van ouders die het formulier op Kribo invullen en van Google; die van Google herken je aan het label “via Google”.
Beoordelingen van Google nemen we over zoals ze daar staan, en alleen als er tekst bij zit. Heeft de opvang op Google gereageerd, dan zie je die reactie bij de beoordeling. Een review die via Kribo binnenkomt, lezen we eerst na.
Het cijfer bij een locatie is het gemiddelde van alle beoordelingen die je op Kribo ziet. Het kan dus afwijken van het cijfer op Google, waar ook sterren zonder tekst meetellen. Bij tien of meer beoordelingen staat er meestal een korte samenvatting boven.
Een beoordeling is de ervaring van één persoon. Lees het GGD-rapport ernaast, dan zie je ook wat de toezichthouder vond.
Hoe schrijf ik een review over een opvang?
Via het formulier bij de beoordelingen op de locatiepagina; een account heb je niet nodig.
Het formulier is voor ouders van wie een kind op die locatie zit of zat. Je geeft 1 tot 5 sterren, een naam (een voornaam is genoeg) en een tekst van minstens 40 en hoogstens 2000 tekens. Een e-mailadres is niet verplicht en komt niet op de site. We gebruiken het alleen als we een vraag hebben over je review.
We lezen elke review na voordat hij online komt. Meestal staat hij binnen twee werkdagen op de locatiepagina. Je e-mailadres wissen we na het nalezen, ook als de review niet geplaatst wordt.
Zoek de opvang opHoe rekent Kribo uit wat opvang mij netto kost?
Met de rekenhulp op de kostenpagina, die de toeslagtabel van 2026 gebruikt en een schatting geeft voor je eerste kind.
Je vult het aantal opvanguren per maand, het uurtarief, de soort opvang en jullie gezamenlijke toetsingsinkomen in. De rekenhulp zoekt het toeslagpercentage op in de tabel van 2026 en rekent met de maximumuurprijs: € 11,23 voor dagopvang, € 9,98 voor bso en € 8,49 voor gastouderopvang, tot 230 uur per maand. Wat de opvang boven dat uurbedrag rekent, betaal je zelf.
Bij een hoger inkomen krijg je voor een tweede kind een hoger percentage dan voor het eerste, en dat rekent de rekenhulp niet mee. Je echte toeslag stelt Dienst Toeslagen vast. Met hun proefberekening reken je je eigen situatie na. Op een locatiepagina zie je het uurtarief naast het maximum van de toeslag, als we het tarief kennen.
Naar de rekenhulpHoe bewaar en vergelijk ik opvanglocaties?
Met het hartje bewaar je een locatie, en met de knop Vergelijk zet je er tot vier naast elkaar.
Je bewaarde opvang vind je via het hartje bovenin of onder Bewaarde opvang in het menu. De lijst staat alleen in je eigen browser. Op een andere telefoon of computer zie je hem dus niet, en als je je browsergegevens wist, is hij weg. Wil je de lijst met je partner delen of op een ander apparaat openen, stuur hem dan door via WhatsApp, e-mail of een link. Dat werkt zonder account, voor hoogstens 30 locaties, en wie de link opent kan de lijst overnemen.
In de zoekresultaten klik je bij elke locatie die je wilt vergelijken op Vergelijk. Ook vanaf je bewaarde lijst kun je ze naast elkaar zetten. Je ziet er hoogstens vier tegelijk.
Naar je bewaarde opvangHoe geef ik een fout of wijziging bij een locatie door?
Mail naar info@kribo.nl met de link van de locatiepagina en wat er niet klopt; een meldknop of inlog voor aanbieders is er niet.
Werk je bij de opvang? Naam, adres, houder, aantal kindplaatsen en contactgegevens komen uit het Landelijk Register Kinderopvang. Een wijziging daarin geef je als houder met een wijzigingsformulier door aan de gemeente. Verhuist de opvang, dan is een nieuwe registratie nodig. Staat de wijziging in het register, dan neemt Kribo die over.
Het uurtarief halen we van jullie eigen website. Een locatiepagina zelf beheren kan niet, en reageren op beoordelingen kan op Kribo ook niet. Een reactie die jullie op Google onder een beoordeling zetten, tonen we wel.
Mail info@kribo.nlWat doet Kribo met mijn gegevens?
Kribo vraagt geen account en bewaart je lijstjes alleen in je eigen browser, maar meet wel met Google Analytics hoe de site wordt gebruikt.
Standaardcookies staan altijd aan. Daarmee meten we via Google Analytics welke pagina's je bekijkt, waarop je zoekt, welke knoppen je gebruikt en wat je in de rekenhulp invult. Persoonlijke cookies komen er alleen als je daar zelf voor kiest. Je keuze onthouden we een jaar, en je past hem aan via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Schrijf je een review, dan komt je naam op de site. Een e-mailadres is niet verplicht en wissen we na het nalezen. Van je IP-adres bewaren we alleen een onherkenbaar gemaakte code (een hash), zodat niemand veel reviews achter elkaar kan sturen.
Wil je weten welke gegevens we van je hebben, of wil je iets laten verwijderen? Mail dan naar info@kribo.nl. Je krijgt binnen 30 dagen antwoord.
Lees de privacyverklaringStaat je vraag er niet bij?
Reken je eigen kosten uit, doe de keuzehulp of zoek een opvang in de buurt. Heb je een vraag over één opvang? Op elke locatiepagina staan het laatste GGD-rapport en de contactgegevens.