Alle artikelen
WENNEN

Wennen op het kinderdagverblijf: wenschema, afscheid en wat de opvang regelt

Wennen begint met een plaatsingsgesprek en een of twee korte wenmomenten, en hoe lang het duurt verschilt per kind. Vallen de wenmomenten na de ingangsdatum van je contract, dan betaal je ze als gewone opvanguren.

4 september 2026 · bijgewerkt 27 september 2026 · 6 min lezen
Kinderen verven aan een lage tafel op een kinderdagverblijf
Foto via Unsplash

Bijna elke ouder kent het moment: de deur van de groep gaat dicht en je hoort nog net een snik. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) is huilen als je weggaat een normale reactie, en vaak is je kind snel weer rustig als je eenmaal uit beeld bent.

Wennen op het kinderdagverblijf: wat de regels zeggen

Een vast wenschema staat niet in de wet. Wel moet elk kinderdagverblijf in zijn pedagogisch beleidsplan beschrijven hoe kinderen wennen aan een nieuwe stamgroep, en een bso hoe kinderen wennen aan een nieuwe basisgroep. Dat staat in het Besluit kwaliteit kinderopvang. Vraag het beleidsplan op, dan zie je vooraf hoe jouw locatie het aanpakt.

Veel organisaties werken met de algemene voorwaarden van de Brancheorganisatie Kinderopvang en de BMK. Dan nodigt de opvang je tijdig vóór de startdatum uit voor een plaatsingsgesprek. Daarin spreken jullie de aanvang en duur van de wenperiode af, en komen ook het dagritme, voeding, ziekte, medicatie en jouw wensen aan bod. De afspraken krijg je schriftelijk bevestigd.

Het wenschema: zo gaan de eerste weken

Hoe het wennen eruitziet, verschilt per organisatie. Vaak komt je kind eerst een of twee keer korter, bijvoorbeeld een halve dag, soms met jou erbij. Voor baby's beschrijft het Protocol Veilig Slapen in de Dagopvang van VeiligheidNL (februari 2026) een wenperiode met enkele wenbezoeken, waarvan minstens één met een slaapmoment. De opvang vraagt dan hoe je baby thuis slaapt en trekt dat zoveel mogelijk gelijk. Is je baby gewend aan een speen, dan krijgt hij die op de opvang ook voor het slapen.

Startende baby's controleert de opvang volgens het protocol de eerste weken vaker: in principe elke tien minuten in plaats van elk kwartier. Het protocol is geen wet, dus vraag of je opvang het volgt.

Dit kun je in het plaatsingsgesprek vragen:

—

Wanneer en hoe vaak komt je kind wennen, en ben jij er de eerste keer bij?

—

Vallen de wenmomenten vóór of na de ingangsdatum van het contract?

—

Wie zijn de vaste gezichten en de mentor van je kind, en op welke dagen werken ze?

—

Hoe hoor je de eerste dagen hoe het gaat: bellen, of een bericht in de ouderapp?

Betaal je voor het wennen?

Dat hangt af van wanneer de wenmomenten vallen. Bij de ene organisatie is dat vóór de ingangsdatum van het contract, bij de andere op de afgesproken opvangdagen nadat het contract is ingegaan. Vallen ze erna, dan zijn het gewone contracturen: je betaalt de uren uit je contract, ook als je kind maar een paar uur blijft, en je krijgt er kinderopvangtoeslag over.

Hoe lang duurt wennen?

Daar is geen vaste termijn voor, het verschilt per kind. Wel helpt het om te weten in welke fase je kind zit. Scheidingsangst, bang worden en huilen als jij weggaat, begint volgens het NJI meestal vanaf zes maanden en kan doorgaan tot in het derde levensjaar. Eenkennigheid, angstig reageren op mensen die je kind nog niet kent, ontstaat bij de meeste kinderen tussen 9 en 12 maanden en komt het meest voor tussen 1 en 2 jaar. Begint je kind in die periode, dan kan het afscheid meer tijd kosten.

Ook het aantal dagen telt. Komt je kind één dag per week, dan zitten er steeds zes dagen tussen en moet het elke week een beetje opnieuw wennen. Sommige organisaties raden daarom minstens twee dagen aan. En op een dag dat je kind zich niet lekker voelt of alles anders loopt dan normaal, is afscheid nemen volgens het NJI extra moeilijk.

Afscheid nemen op de opvang

—

Neem kort en duidelijk afscheid, zoveel mogelijk elke keer op dezelfde manier, en blijf zelf rustig: je kind voelt je spanning. Dat is het advies van het NJI.

—

Blijf even, zodat je kind kan wennen aan de pedagogisch medewerker. Laat het troosten daarna aan de medewerker over, dat is voor je kind het duidelijkst.

—

Geef iets van thuis mee. In bed mag een baby volgens het protocol veilig slapen een klein knuffeldoekje hebben, en een kind vanaf 1 jaar een knuffel waarvan het gevulde deel niet groter is dan zijn hoofdje.

—

Plan het wennen het liefst vóór het einde van je verlof, zodat de eerste weken op de opvang niet samenvallen met je eerste werkdagen.

—

Bel of app gerust in de loop van de dag. Veel organisaties zetten ook berichtjes of foto's in een ouderapp.

Vaste gezichten en de mentor

Een baby heeft op het kinderdagverblijf hooguit twee vaste medewerkers, of drie als er door de groepsgrootte drie of meer tegelijk werken. Een kind van 1 jaar of ouder heeft er hooguit drie, of vier. Op elke dag dat je kind er is, werkt minstens één van hen op de groep. De opvang moet je vertellen in welke stamgroep je kind zit en welke medewerkers op welke dag bij die groep horen.

Er zijn uitzonderingen. Is een vast gezicht korter dan vier weken ziek, op vakantie of met verlof, dan mag de opvang tijdelijk iemand anders inzetten, als je kind hooguit drie vaste gezichten heeft en de andere niet kunnen invallen. Met een flexibel contract, met dagen die per week verschillen, geldt de regel voor vaste gezichten niet. En wil de opvang je kind een afgesproken periode in een andere stamgroep opvangen, dan moet jij daar vooraf schriftelijk toestemming voor geven.

Elk kind krijgt ook een mentor: een medewerker van de groep die de ontwikkeling volgt, die geregeld met je bespreekt en je aanspreekpunt is bij vragen over hoe het met je kind gaat.

Of een locatie zich aan deze regels houdt, toetst de GGD onder het domein personeel en groepen, al toetst niet elke inspectie alle eisen. Op Kribo zie je bij een locatie het nieuwste rapport: hoeveel eisen zijn getoetst en wat niet in orde was, met het domein.

Vaste gezichten, vierogenprincipe en bkr uitgelegd

Wennen aan een nieuwe groep

Wennen gebeurt niet alleen bij de start. Gaat je kind van de babygroep naar de peutergroep, dan beschrijft het beleidsplan ook hoe het aan die nieuwe stamgroep went. En gaat je kind later naar de basisschool of de bso, dan geeft het kinderdagverblijf alleen met jouw toestemming door wat het over de ontwikkeling van je kind weet.

Van het kinderdagverblijf naar de bso

Wanneer je aan de bel trekt

Huilen bij het afscheid is normaal, ook na een paar weken. Vraag vooral hoe de rest van de dag gaat, want het beeld bij de deur is zelden het beeld van de hele dag. Eet of slaapt je kind na de wenperiode slecht, of is het de hele dag van slag, bespreek het dan met de mentor. Samen kun je kijken of een andere verdeling van de dagen helpt, of dat een kleinere setting zoals een gastouder beter past.

Meer vragen over inschrijven en de start