NieuwsBlogOver Kribo
Alle artikelen
TOESLAG

Kinderopvangtoeslag in bijzondere situaties: zzp, verlof, werkloos, scheiden of verhuizen

Zzp'er, zwanger, ziek, werkloos, gescheiden of net verhuisd: wat er dan met je kinderopvangtoeslag gebeurt, wat je moet doorgeven en hoe je voorkomt dat je later terugbetaalt.

27 september 2026 · 9 min lezen
Een ouder werkt thuis aan tafel en belt, op de achtergrond speelt een peuter
Foto via Unsplash

Kinderopvangtoeslag hangt aan werk: jij en je eventuele toeslagpartner werken, studeren, volgen een verplichte inburgering of een traject naar werk. Verandert daar iets aan, of aan je gezin of je opvang, dan verandert je toeslag vaak mee. Geef het binnen vier weken door in Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Zo verklein je de kans dat je later moet terugbetalen.

SituatieRecht op toeslagWat je doorgeeft
Zzp'er of ondernemerJa, zonder minimum aan urenGeschat inkomen
ZwangerschapsverlofJa, in dienst of met ZEZ-uitkeringMeestal niets
OuderschapsverlofJa, ook onbetaaldLager inkomen
ZiekJa, zolang je contract looptEinde contract
Werkloos3 maanden, daarna overgebleven urenDat je stopt met werken
Studie of inburgeringJa, erkend of verplichtBegin en einde
UitkeringMet een traject naar werkBegin en einde traject
Alleenstaande ouderJa, alleen jouw inkomen teltCheck wie op je adres staat
ScheidenJa, bij wie het kind woont of als co-ouderScheiding, eigen aanvraag
Samenwonen of trouwenJa, als je partner ook werkt of studeertInkomen partner checken
Verhuizen of andere opvangJaNieuwe opvang
Tweede kindJa, vaak een hoger percentageBroertje of zusje
Doorgeven binnen 4 weken. Een nieuw adres meld je alleen bij de gemeente.

Zzp'er of ondernemer: toeslag zonder vaste uren

Ook als zelfstandige kun je toeslag krijgen, zelfs in een startjaar met weinig winst of met verlies. Doe dan wel aangifte inkomstenbelasting, want Dienst Toeslagen volgt wat de Belastingdienst als inkomen uit je werk vaststelt.

Hoeveel uur je werkt, maakt niet uit: elke maand waarin je werkt, telt voor maximaal 230 uur opvang per kind. Onbetaald meewerken in de zaak van je partner telt ook, als die zaak geen bv of nv is. Houd je uren en facturen bij, want Dienst Toeslagen kan vragen je werk aan te tonen.

Je toetsingsinkomen is in het kort je brutowinst min de zelfstandigenaftrek, een eventuele startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. De zelfstandigenaftrek is in 2026 € 1.200 en krijg je alleen als je aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet. Voor de toeslag geldt dat criterium niet. Schat je inkomen liever wat te hoog en stel bij zodra je jaar anders loopt.

Zwanger of met bevallingsverlof

In loondienst loopt je toeslag tijdens je verlof door, dus je oudste kan gewoon blijven gaan. Als zelfstandige houd je recht met een ZEZ-uitkering of een andere zwangerschapsuitkering, en zonder uitkering nog minstens drie maanden.

Kreeg je al toeslag en loopt je tijdelijke contract af terwijl je zwanger bent, dan houd je net als bij werkloosheid nog drie maanden recht. Valt je verlof in die maanden, dan worden ze verlengd, afhankelijk van je bevallingsdatum. Wordt je contract tijdens je verlof niet verlengd, bel dan de BelastingTelefoon (0800-0543).

Ouderschapsverlof, betaald of onbetaald

Met ouderschapsverlof houd je recht, betaald of onbetaald, zolang je volgens de Wet arbeid en zorg recht hebt op dat verlof. Onbetaald verlof voor bijvoorbeeld een reis of een sabbatical telt volgens het Handboek Toeslagen niet als werk. Minder loon geeft een lager toetsingsinkomen en soms een hoger percentage. Geef je nieuwe jaarinkomen door, dan past Dienst Toeslagen je voorschot aan. Gaat je kind op je verlofdag toch naar de opvang, dan krijg je ook voor die uren toeslag.

Ziek: loondienst, Ziektewet of WIA

In loondienst houd je tijdens ziekte recht zolang je contract doorloopt. Na twee jaar ziekte eindigt je contract meestal. Daarna houd je nog minstens drie maanden recht.

Liep je tijdelijke contract af terwijl je ziek was, dan krijg je een Ziektewet-uitkering. Omdat je werk stopte, houd je eerst drie maanden recht. Daarna geeft die uitkering alleen recht als UWV of je oud-werkgever je laat werken aan je terugkeer, bijvoorbeeld op een proefplaats. Met een WIA-uitkering telt werk dat je nog doet gewoon mee. Werk je niet, dan geeft van de WIA alleen een WGA-uitkering recht, en ook dan alleen met zo'n traject. Als zelfstandige houd je bij ziekte maximaal twee jaar recht, zolang je bedrijf blijft bestaan.

Werkloos: drie maanden, en daarna je uren opmaken

Stop je met werken, ook door eigen ontslag of een aflopend tijdelijk contract, dan houd je nog drie maanden recht, vanaf de 1e van de maand erna. Geef meteen door dat je niet meer werkt, maar zet je toeslag nog niet stop.

Daarna mag je tot en met 31 december de opvanguren opmaken die je dat jaar niet gebruikte, en over die uren krijg je gewoon toeslag. Per maand waarin je recht had, ook de drie extra, tel je 230 uur min de uren dat je kind naar de opvang ging.

Stel: je kind gaat het hele jaar 95 uur per maand en je baan stopt op 31 mei. Juni, juli en augustus zijn dan je drie extra maanden. Over januari tot en met augustus houd je acht keer 135 uur over, samen 1.080 uur, terwijl september tot en met december 380 uur kost. Je kind kan dus de rest van het jaar met toeslag blijven gaan. Wat op 31 december over is, vervalt.

Ging je kind nog niet naar de opvang toen je baan stopte, dan krijg je de drie extra maanden niet. Gaat je kind later dat jaar alsnog, dan tellen de maanden dat je werkte volgens het Handboek Toeslagen wel mee.

Studeren, inburgeren of een traject naar werk

Een erkende opleiding geeft ook recht op toeslag, in deeltijd net zo goed, en ook als je bijstand hebt. Twijfel je, zoek hem op leeroverzicht.nl met het filter 'Overheidserkend opleidingsaanbod'. Je studie telt zolang je bij DUO staat ingeschreven, ook in de zomervakantie. Inburgeren telt als je inburgeringsplichtig bent en de taalcursus volgt bij een school van zoekinburgerschool.nl, maar niet als je vrijwillig inburgert. Volg je de cursus via de gemeente, vraag daar of hij meetelt.

Heb je een uitkering en werk of studeer je niet, dan heb je een traject naar werk nodig, afgesproken met de gemeente, UWV of je vroegere werkgever. Solliciteren of vrijwilligerswerk is niet genoeg, ook niet als je het doet voor werkervaring. Vraag vooraf of je traject meetelt. UWV of de gemeente geeft het door aan Dienst Toeslagen. Na een opleiding, cursus of traject krijg je geen drie extra maanden, wel je overgebleven uren.

Alleenstaande ouder

Zonder toeslagpartner tellen alleen jouw werk en jouw inkomen. Tot en met een toetsingsinkomen van € 56.412 krijg je in 2026 96% vergoed, tot de maximumuurprijs.

Let wel op wie er nog meer op je adres staat. Staat er naast jou en je minderjarige kind één andere volwassene ingeschreven, dan is die meestal je toeslagpartner, ook als het een huisgenoot is. Een onderhuurder of au pair niet, en sinds 2025 ook je ouder of kind niet, en evenmin een stief-, pleeg- of schoonouder. Is het je broer, zus of grootouder, dan telt diens inkomen wel mee, maar hoeft die niet te werken. Aanvragen gaat dan via de BelastingTelefoon.

Scheiden en co-ouderschap

Je ex telt niet meer mee vanaf de 1e van de maand nadat jullie niet meer op één adres staan ingeschreven, en na een huwelijk of geregistreerd partnerschap pas als ook de scheiding is aangevraagd. Die aanvraag meld je alvast bij de BelastingTelefoon. Staat de toeslag op naam van je ex en wonen de kinderen bij jou, vraag dan zelf aan zodra je ex hem heeft stopgezet, met een contract op jouw naam.

Voor de maanden dat jullie nog partners waren, telt jullie hele jaarinkomen samen, ook wat je ex na het vertrek verdient. Moet je terugbetalen omdat je ex daarna meer is gaan verdienen, en staat de toeslag op jouw naam, vraag dan de 10%-regeling aan. Was het inkomen van je ex vóór het vertrek minstens 10% lager, dan telt die stijging voor die maanden niet mee. Voor winst uit een bedrijf geldt dat alleen als je ex dat bedrijf pas na het vertrek begon.

Bij co-ouderschap, met minstens 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder, krijgt ieder toeslag voor het eigen deel, ongeacht op welk adres je kind staat ingeschreven. Dat kan met een eigen contract of met één contract dat jullie allebei tekenen. Krijgen jullie allebei toeslag, of staat je kind niet op jouw adres, meld het co-ouderschap dan met een brief die jullie samen ondertekenen. Bewaar je betaalbewijzen.

Samenwonen of trouwen

Trouw je of word je geregistreerd partner, dan is je partner vanaf de 1e van de maand erna je toeslagpartner. Samenwonen zonder samenlevingscontract maakt je meestal geen toeslagpartners, maar wel als een van jullie een minderjarig kind heeft dat op het adres staat ingeschreven. Schrijft je nieuwe partner zich in op het adres waar je minderjarige kind staat ingeschreven, dan is die dus je toeslagpartner, als er verder geen volwassenen op dat adres staan.

Je partner moet dan ook werken, studeren, inburgeren of een traject volgen, ook als hij of zij niet de ouder van je kind is. Anders heb je meestal geen recht. Het jaarinkomen van je partner telt mee voor de maanden dat jullie toeslagpartners zijn, ook wat er verdiend is voordat jullie gingen samenwonen. Heeft je partner eigen kinderen op de opvang, dan hebben jullie samen één recht op toeslag.

Verhuizen of overstappen naar een andere opvang

Een nieuw adres meld je alleen bij de gemeente, een nieuwe opvang binnen vier weken in Mijn toeslagen. Laat de opzegtermijn van de oude opvang aflopen als de nieuwe begint. Over een opzegtermijn waarin je kind niet meer komt, kun je volgens het Handboek Toeslagen toeslag krijgen, in elk geval zolang je kind nog niet naar een nieuwe opvang gaat. Gaat het al wel naar de nieuwe, dan telt Dienst Toeslagen de opzegkosten op bij de kosten van de oude opvang. Het uurtarief daar valt dan hoger uit, en boven de maximumuurprijs (€ 11,23 voor dagopvang in 2026) krijg je niets vergoed.

Zoek opvang bij je nieuwe adres

Een tweede kind op de opvang

Geef een broertje of zusje binnen vier weken door. Aanvragen kan pas als je baby een burgerservicenummer heeft. Voor het tweede en elk volgend kind krijg je een hoger percentage, behalve tot en met een toetsingsinkomen van € 56.412: dan is het in 2026 voor elk kind 96%.

Het eerste kind is niet je oudste, maar het kind met de meeste opvanguren in die maand. Gaat je jongste naar het kinderdagverblijf en je oudste naar de bso, dan krijgt de bso daardoor vaak het hogere percentage: bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 90.000 in 2026 92,2% in plaats van 78,9%.

Meer vragen over werk, gezin en bijzondere situaties

Bronnen