Alle artikelen
KWALITEIT

GGD-rapport kinderopvang lezen: wat de inspectie wel en niet zegt

Een GGD-rapport kinderopvang geeft geen cijfer en geen oordeel ‘goed’ of ‘voldoende’. Het zegt per getoetste eis of de opvang eraan voldoet, en de GGD toetst niet elk jaar alles. Zo lees je het rapport en weeg je wat er misging.

4 september 2026 · bijgewerkt 27 september 2026 · 6 min lezen
Iemand bladert aan een vergadertafel door geprinte papieren
Foto via Unsplash

Elk kinderdagverblijf, elke bso en elk gastouderbureau krijgt in principe elk jaar een onderzoek van de GGD, meestal onaangekondigd. Het rapport is openbaar in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), en de houder moet het op de eigen website zetten en met de oudercommissie bespreken.

Wat een GGD-rapport kinderopvang wel zegt: voldoet of voldoet niet

De toezichthouder kijkt per eis uit de Wet kinderopvang en het Besluit kwaliteit kinderopvang of de opvang eraan voldoet. Is alles in orde, dan staat er vaak “Aan alle onderzochte kwaliteitseisen wordt voldaan”. Anders noemt het rapport per onderwerp welke voorwaarde niet is nageleefd. Dat kan een beleidsplan zijn waar een onderdeel in ontbreekt, maar ook te weinig medewerkers op de groep.

Welk onderzoek is het? Vijf soorten

Bovenaan het rapport staat het type onderzoek. Dat bepaalt wat je eraan hebt.

Soort onderzoekWanneerWat je eraan hebt
Voor registratie (ook: na aanvraag)Voordat een nieuwe opvang startOf de opvang aan de eisen zal voldoen, nog zonder kinderen
Na registratieBinnen drie maanden na de inschrijvingEen eerste blik op de praktijk
Jaarlijks onderzoekIn principe elk jaar, meestal onaangekondigdHet gewone rapport; vergelijk locaties hierop
Incidenteel onderzoekNa een klacht, signaal of wijziging, zoals meer kindplaatsenEen gerichte blik op enkele onderwerpen
Nader onderzoekNa eerder gevonden tekortkomingenOf die zijn opgelost, meestal niet meer
Bron: Wet kinderopvang, artikel 1.62, Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang en GGD Flevoland (2026). De namen verschillen iets per GGD. Gastouders onderzoekt de GGD minder vaak: per gemeente elk jaar minstens de helft.

Een nader onderzoek waarin twee eisen in orde zijn, zegt dus alleen dat die twee punten zijn hersteld. Pak voor het hele beeld het laatste jaarlijkse onderzoek erbij.

Risicogestuurd toezicht: niet elk jaar alle eisen

De GGD kijkt minder intensief waar geen zorgen zijn en meer waar dat wel zo is. Sinds 1 januari 2022 mogen GGD en gemeente per locatie kiezen welke onderwerpen het jaarlijkse onderzoek beoordeelt. Bij een kinderdagverblijf of bso horen de verklaringen omtrent het gedrag (VOG), de pedagogische kwaliteit en eventueel de voorschoolse educatie er altijd bij. De rest verschilt per locatie, gemeente, GGD en jaar. Voorin het rapport staat wat dit keer is beoordeeld. Werd de veiligheid niet bekeken, dan zegt het rapport daar niets over. Leg daarom een paar jaarlijkse rapporten naast elkaar.

Zo is een GGD-inspectierapport opgebouwd

De indeling verschilt iets per GGD, maar de meeste rapporten hebben deze onderdelen:

—

Het onderzoek: type, datum, welke eisen zijn beoordeeld, een korte beschrijving van de locatie en het advies aan de gemeente.

—

Observaties en bevindingen per domein, zoals pedagogisch klimaat, personeel en groepen, veiligheid en gezondheid, accommodatie en ouderrecht: wat de toezichthouder zag en las.

—

Inspectie-items: de letterlijke eisen die zijn getoetst.

—

Gegevens van de opvang en het toezicht, met de datums van bezoek, concept, zienswijze en vaststelling.

—

Als bijlage de zienswijze: de reactie van de houder op het concept. Bij een nader onderzoek ontbreekt die.

Lees vooral de observaties bij het pedagogisch klimaat: daar staat wat er op de groep gebeurde. Let ook op de datum van het bezoek: de houder reageert eerst op het concept, en de GGD maakt het rapport uiterlijk drie weken na de vaststelling openbaar. Tussen bezoek en publicatie zitten dus al snel een paar weken.

Herstelaanbod: opgelost voordat het rapport klaar is

Is een overtreding snel te herstellen, dan kan de toezichthouder een herstelaanbod doen: de houder lost het op terwijl het conceptrapport wordt geschreven, binnen vier weken. Volgens GGD GHOR Nederland werken alle regio's daar sinds 2019 mee. Lukt het, dan staat er dat ‘na herstelaanbod’ aan de voorwaarde is voldaan, en adviseert de GGD meestal niet te handhaven.

Minder geschikt vindt GGD GHOR het herstelaanbod bij te weinig medewerkers op de groep, een ontbrekende VOG of inschrijving in het Personenregister Kinderopvang, de pedagogische praktijk, gevaar voor de gezondheid of veiligheid van kinderen en een overtreding die eerder voorkwam. Die blijven dus meestal gewoon in het rapport staan.

Handhaving: wat de gemeente met het rapport doet

De GGD adviseert, de gemeente beslist volgens haar eigen handhavingsbeleid; hoe streng dat is, verschilt per gemeente. Vaak begint het met een schriftelijke aanwijzing met een termijn. Daarna kan een last onder dwangsom volgen, waarbij de houder een vastgesteld bedrag verbeurt als hij niet op tijd herstelt, of een bestuurlijke boete van ten hoogste € 45.000 (Wet kinderopvang, 2026). Het zwaarst zijn een exploitatieverbod en uitschrijving uit het register. Kan het niet wachten, dan geeft de toezichthouder zelf een bevel, dat zeven dagen geldt en door de gemeente kan worden verlengd.

Een handhavingsbesluit komt in het LRK zodra het onherroepelijk is. Besluit de gemeente niet te handhaven, dan zie je dat daar niet.

Welke overtredingen in een GGD-rapport zwaar wegen

Tel niet alleen het aantal: kijk wat er mis was, of het de kinderen raakte en of het terugkomt.

—

Zwaar: de pedagogische praktijk, te weinig medewerkers op de groep, meer vaste gezichten dan mag, ontbrekende VOG's of inschrijvingen in het Personenregister, en onaangepakte risico's voor veiligheid en gezondheid.

—

Lichter: een beleidsplan waar een onderdeel in ontbreekt of een slordigheid in de administratie, zeker als die na een herstelaanbod is opgelost.

—

Een patroon: dezelfde overtreding drie jaar op rij, of een besluit om te handhaven, zegt meer dan één losse tekortkoming.

Wat de eisen inhouden: bkr, vaste gezichten en vierogenprincipe

Vergelijk ook binnen dezelfde regio. Kribo legde 24.192 gewone inspecties van kinderdagverblijven en bso's naast elkaar, met rapporten van 1 januari 2025 tot en met 31 augustus 2026: GGD Rotterdam-Rijnmond vond bij 31,7% minstens één tekortkoming, GGD IJsselland bij 4,1%.

Onderzoek: hoe streng is jouw GGD?

Wat Kribo per locatie laat zien

Bij elke locatie met een inspectie staan op Kribo de rapporten uit het register. Bovenaan staat het nieuwste rapport met beoordeelde eisen: soort onderzoek, datum van bezoek en rapport, welke GGD, hoeveel eisen getoetst en hoeveel niet in orde, en hoeveel handhavingsbesluiten de gemeente bij de locatie nam. Zijn er meer rapporten, dan staan ze op een rij, elk met een link naar het pdf.

In de details lees je wat niet in orde was, waar dat kan in gewone taal, met de letterlijke eis eronder, en verder wat per domein wel in orde was, wat de toezichthouder schreef en welke besluiten de gemeente nam. Die besluiten horen bij de locatie en kunnen jaren oud zijn. Een overtreding die na een herstelaanbod is opgelost, telt als in orde. Een eigen cijfer geeft Kribo niet; bij twijfel is het pdf leidend.

Heeft Kribo van een rapport geen oordelen per eis, dan staat er “Alleen als pdf” of “Geen beoordeelde eisen”. Dat is geen uitslag: open dan het pdf. Niet elke GGD zet de oordelen in het register; volgens het onderzoek van Kribo (september 2026) staan de rapporten van GGD Amsterdam er alleen als pdf in. Bij een locatie die korter dan een jaar in het register staat, meldt Kribo dat er nog geen jaarlijkse inspectie was.

Wat een GGD-rapport niet zegt

Een inspectie is een momentopname. Over de sfeer zegt het rapport weinig, en een team kan na het bezoek veranderen. Neem het mee naar de rondleiding: wat vond de GGD, wat is eraan gedaan, en hoe gaat het nu?

Vragen voor de rondleiding, en wat een goed antwoord is