Home/Hoogezand/bso 't Schommeltje
Delen
Buitenschoolse opvang

bso 't Schommeltje

Meint Veningastraat 24c, Hoogezand
Geregistreerd sinds2023 · 3 jaar geregistreerd
Totale grootteMedium (27 kindplekken)
BuitenspeelplaatsJa
Gesproken talenNederlands
Eigen tuin of plein

Beoordelingen

Nog geen
Home / Hoogezand / Buitenschoolse opvang / bso 't Schommeltje
Delen

Kaart wordt geladen…

Buitenschoolse opvang

bso 't Schommeltje

Meint Veningastraat 24c, 9601KG Hoogezand

Over deze opvang

Geregistreerd sinds2023 · 3 jaar geregistreerd
Totale grootteMedium (27 kindplekken)
BuitenspeelplaatsJa
Gesproken talenNederlands

GGD-inspectie

De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?

32 punten niet in ordeJaarlijks onderzoek · bezocht 27 mei 2025 · rapport 26 augustus 2025 · GGD Groningen
53
eisen getoetst
32
niet in orde
32
handhaving door gemeente
Wat er niet in orde was, en wat wel
Niet in orde bij dit onderzoek
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de taken die andersgekwalificeerde beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de buitenschoolse opvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid.
Wennen in een nieuwe groepHet pedagogisch beleidsplan beschreef niet concreet hoe kinderen wennen aan een nieuwe groep.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop kinderen kunnen wennen aan een nieuwe basisgroep waarin zij zullen worden opgevangen.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop de mentor de verkregen informatie over de ontwikkeling van het kind met de ouders bespreekt en de wijze waarop aan de ouders en het kind bekend wordt gemaakt welke beroepskracht de mentor is van het kind.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de basisgroepen alsmede de wijze waarop, in ieder geval door middel van de personele inzet, wordt voldaan aan de beroepskracht-kindratio.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de kaders waarbinnen voor ten hoogste drie uren per dag verantwoord kan worden afgeweken van de benodigde personele inzet, met dien verstande dat ten minste de helft van het vereiste aantal beroepskrachten wordt ingezet.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de aard en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de basisgroep kunnen verlaten.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de overwegingen van de houder met betrekking tot de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in het kindercentrum. De houder gaat daarbij in ieder geval in op de verdeling van het aantal beroepskrachten over de verschillende basisgroepen, de behoeften van het kind, de vormgeving van de basisgroepen en de stabiliteit van de opvang.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat in de buitenschoolse opvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld.
Inzet andersgekwalificeerde medewerkerBij de inzet van een medewerker met een andere kwalificatie dan normaal (een 'andersgekwalificeerde' medewerker) was er niet altijd een andere beroepskracht aanwezig ter ondersteuning.
Letterlijke eis uit de wetBij de inzet van een andersgekwalificeerde beroepskracht is ter ondersteuning van deze andersgekwalificeerde beroepskracht ten minste een andere beroepskracht op het kindercentrum of op de locatie van een activiteit aanwezig.
Administratie van de bezettingMet het overzicht van de ingezette medewerkers en de presentielijsten van de kinderen (met aankomst- en vertrektijden) was niet aan te tonen dat er steeds genoeg medewerkers op de groep stonden.
Letterlijke eis uit de wetDe houder toont door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden, aan dat hij voldoet aan de benodigde beroepskracht-kindratio en indien van toepassing de afwijking daarvan op vrije dagen en bij schoolvakanties.
Inzet van leerlingen en stagiairsLeerlingen of stagiairs werden ingezet op een manier die niet volgens de regels mag, bijvoorbeeld te veel of niet passend bij hun opleidingsfase, of er was geen begeleidingsplan waarmee alle betrokkenen schriftelijk hadden ingestemd.
Letterlijke eis uit de wetDe inzet van beroepskrachten in opleiding, andersgekwalificeerde beroepskrachten en stagiairs geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. Bij het bepalen van de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening gehouden met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden. De inzet van de beroepskracht in opleiding vindt plaats overeenkomstig een begeleidingsplan waarmee schriftelijk is ingestemd door de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider.
Aantal medewerkers en aandeel leerlingenOp sommige momenten stonden er te weinig medewerkers voor het aantal kinderen, of een te groot deel van de ingezette medewerkers bestond uit leerlingen of stagiairs.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum zet voldoende beroepskrachten in voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen. De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen op het kindercentrum wordt bepaald op grond van de rekenregels bij het besluit. Gedurende de buitenschoolse opvang bestaat maximaal de helft van het totaal aantal benodigde beroepskrachten uit beroepskrachten in opleiding, stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten. Daarbij mag maximaal een derde van het totaal aantal benodigde beroepskrachten bestaan uit stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten.
Pedagogisch coachHet minimaal aantal jaarlijkse uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker (de coach van de medewerkers) was niet bepaald, niet schriftelijk verdeeld over de locaties of niet ingezet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van het kindercentrum zet de pedagogisch beleidsmedewerker voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens voor het vereiste aantal uren in. Het minimaal aantal uren inzet wordt jaarlijks bepaald op grond van de rekenregels in het besluit.
Pedagogisch coachHet minimaal aantal jaarlijkse uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker (de coach van de medewerkers) was niet bepaald, niet schriftelijk verdeeld over de locaties of niet ingezet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum bepaalt jaarlijks, indien hij meer dan één kindercentrum exploiteert, de wijze waarop hij het verplichte minimaal aantal uren waarvoor pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet, verdeelt over de verschillende kindercentra en legt dit schriftelijk vast zodat dit inzichtelijk is voor de beroepskrachten en ouders. De houder geeft de verdeling zodanig vorm dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt in de uitvoering van de werkzaamheden.
Taaleis medewerkersVan een Nederlandssprekende medewerker ontbrak het bewijs dat die aan de taaleis voldoet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een Nederlandssprekende beroepskracht voldoet aan de taaleis IKK.
Diploma's medewerkersNiet alle medewerkers hadden een diploma dat volgens de cao kinderopvang geldt voor het werk op de groep.
Letterlijke eis uit de wetBeroepskrachten en andersgekwalificeerde beroepskrachten beschikken over een passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang.
PersonenregisterNiet alle personen die gescreend moeten worden (onder wie de houder zelf) waren (op tijd) in het Personenregister kinderopvang ingeschreven of aan de houder gekoppeld.
Letterlijke eis uit de wetNa inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder van een kindercentrum kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.
Melden bij een vermoeden van misbruikHet was niet geregeld, of niet bekend bij de medewerkers, wat er moet gebeuren bij een vermoeden van een seksueel misdrijf of mishandeling door een medewerker, gastouder of de houder: melden, overleggen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang en zo nodig aangifte doen.
Letterlijke eis uit de wetOverlegmogelijkheid medewerker De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze dat, als een bij de houder werkzaam persoon bekend is geworden dat de houder of diens eindverantwoordelijke zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling van een opgevangen kind, de medewerker in contact kan treden met de vertrouwensinspecteur kinderopvang.
Melden bij een vermoeden van misbruikHet was niet geregeld, of niet bekend bij de medewerkers, wat er moet gebeuren bij een vermoeden van een seksueel misdrijf of mishandeling door een medewerker, gastouder of de houder: melden, overleggen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang en zo nodig aangifte doen.
Letterlijke eis uit de wetMeldplicht medewerker De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze dat, als een bij de houder werkzaam persoon bekend is geworden dat een ander ten behoeve van die houder werkzaam persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling van een opgevangen kind, deze persoon de houder daarvan onverwijld in kennis stelt.
Melden bij een vermoeden van misbruikHet was niet geregeld, of niet bekend bij de medewerkers, wat er moet gebeuren bij een vermoeden van een seksueel misdrijf of mishandeling door een medewerker, gastouder of de houder: melden, overleggen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang en zo nodig aangifte doen.
Letterlijke eis uit de wetAangifteplicht medewerker De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze dat, als een medewerker bekend is geworden dat de houder of diens eindverantwoordelijke zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling van een opgevangen kind, deze persoon in geval van een redelijk vermoeden onverwijld aangifte bij de politie doet.
Meldcode kindermishandelingDe meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ontbrak of was niet compleet, of de opvang deed te weinig om de kennis en het gebruik ervan te bevorderen.
Letterlijke eis uit de wetBevorderen kennis en gebruik meldcode De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
Veiligheid en gezondheidHet veiligheids- en gezondheidsbeleid ontbrak, was niet actueel of niet binnen drie maanden na opening geëvalueerd, of in de praktijk werd er niet naar gehandeld.
Letterlijke eis uit de wetDe houder of voorgenomen houder van een kindercentrum stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit bij de aanvraag tot exploitatie. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel.
EHBOEr was niet te allen tijde een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is om eerste hulp aan kinderen te geven (bij een gastouder: de gastouder had geen geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen).
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat er gedurende de buitenschoolse opvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels.
Veiligheid en gezondheidHet veiligheids- en gezondheidsbeleid ontbrak, was niet actueel of niet binnen drie maanden na opening geëvalueerd, of in de praktijk werd er niet naar gehandeld.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de buitenschoolse opvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld.
Beleid als doorlopend procesHet veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef niet hoe het samen met de medewerkers steeds wordt opgesteld, uitgevoerd, geëvalueerd en bijgewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder van een kindercentrum er zorg voor draagt dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid samen met de beroepskrachten een continu proces is van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren.
Beleid bekend bij medewerkersHet veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef niet concreet hoe de opvang ervoor zorgt dat medewerkers, stagiairs, vrijwilligers en ouders inzicht hebben in het actuele beleid en de evaluaties.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder van een kindercentrum er zorg voor draagt dat het actuele veiligheids- en gezondheidsbeleid en de evaluaties daarvan inzichtelijk zijn voor de beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders.
Achterwacht in het beleidHet veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef niet hoe de achterwacht is geregeld als er maar één medewerker aanwezig is.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achterwacht is geregeld indien er met inachtneming van de beroepskracht-kindratio of bij het afwijken van de inzet van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van de beroepskracht-kindratio, slechts een beroepskracht op het kindercentrum aanwezig is.
Informatie aan oudersOuders, en anderen die daarom vroegen, werden niet volledig geïnformeerd over het beleid van de opvang dat de wet voorschrijft.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum informeert de ouders en eenieder die daarom verzoekt over het te voeren beleid zoals beschreven in artikel 1.48d tot en met 1.57d van de wet.
Inspectierapport onlineHet GGD-rapport stond niet zo spoedig mogelijk na ontvangst op de website van de opvang, of er lag (zonder website) geen afschrift ter inzage voor ouders en personeel.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum informeert ouders en personeel over het inspectierapport door het zo spoedig mogelijk na ontvangst op de eigen website te plaatsen op een gemakkelijk vindbare plaats. Indien geen website aanwezig is legt de houder een afschrift van het inspectierapport ter inzage op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
Jaarverslag klachtenHet jaarverslag klachten ontbrak, was niet compleet, was herleidbaar tot personen of bevatte adresgegevens, of is niet op tijd (voor 1 juni) opgesteld, naar de toezichthouder gestuurd en aan de ouders bekendgemaakt.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat, indien een jaarverslag klachten vereist is omdat er in het betreffende jaar klachten bij de houder zijn ingediend, over elk kalenderjaar in het eerstvolgende kalenderjaar voor 1 juni een jaarverslag klachten wordt opgesteld. In het jaarverslag wordt ten minste opgenomen: - een beknopte beschrijving van de klachtenregeling: - informatie over de wijze waarop ouders zijn geïnformeerd over de klachtenregeling; - het aantal en de aard van de behandelde klachten per locatie; - de strekking van de oordelen en de aard van de getroffen maatregelen per locatie; - het aantal en de aard van de door de geschillencommissie behandelde geschillen, betreffende ouders of de oudercommissie. Het jaarverslag is niet herleidbaar tot natuurlijke personen tenzij het de houder zelf betreft en bevat geen adresgegevens, uitgezonderd het kindercentrum dat is gevestigd op het woonadres van de houder die een natuurlijke persoon is.
OudercommissieEr was geen oudercommissie, of ouders werden niet op een andere aantoonbare manier bij het beleid betrokken.
Letterlijke eis uit de wetDe verplichting tot het instellen van een oudercommissie geldt niet omdat het een kindercentrum betreft waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen en de houder van een kindercentrum zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om een oudercommissie in te stellen. OF De houder heeft, zes maanden na registratie, voor het kindercentrum een oudercommissie ingesteld die tot taak heeft de houder van een kindercentrum te adviseren over de onderwerpen in artikel 1.60 van de wet. In afwijking hiervan kan een gecombineerde oudercommissie voor meerdere kindercentra zijn ingesteld als de houder in hetzelfde of een aangrenzend gebouw meer dan een kindercentrum exploiteert.
OudercommissieEr was geen oudercommissie, of ouders werden niet op een andere aantoonbare manier bij het beleid betrokken.
Letterlijke eis uit de wetAls er conform artikel 1.58 tweede lid geen oudercommissie is ingesteld, betrekt de houder van een kindercentrum de ouders aantoonbaar voldoende op een andere wijze bij: - de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 1.50, eerste lid; - het pedagogisch beleid dat wordt gevoerd; - voedingsaangelegenheden van algemene aard; - het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid; - openingstijden; - het beleid met betrekking tot het aanbieden van voorschoolse educatie; - de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten; - wijziging van de prijs van kinderopvang. Ook blijft de houder ouders de gelegenheid bieden om deel te nemen aan een oudercommissie.
Wel getoetst en in orde
Accommodatie · 1 eis
Ouderrecht · 8 eisen
Pedagogisch klimaat · 4 eisen
Personeel en groepen · 3 eisen
Veiligheid en gezondheid · 5 eisen
Wat de toezichthouder schreef

Tijdens het onderzoek zijn in alle (of accommodatie niet) domeinen tekortkomingen vastgesteld. Veel tekortkomingen zijn ook tijdens het onderzoek in 2024 vastgesteld. Dit is met de houder besproken.

De houder erkent dat er zaken niet goed lopen en heeft de gemeente gevraagd om hulp hierin. Daarnaast heeft de houder aangegeven dat ze op zoek is een andere pedagogisch beleidsmedewerker/coach.

Bij de volgende hoofdstukken is aan de beoordeelde kwaliteitseis voldaan:

• accommodatie.

Handhaving door de gemeente

Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.

Aanwijzing · Melden bij een vermoeden van misbruik · 25 februari 2026
Het was niet geregeld, of niet bekend bij de medewerkers, wat er moet gebeuren bij een vermoeden van een seksueel misdrijf of mishandeling door een medewerker, gastouder of de houder: melden, overleggen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang en zo nodig aangifte doen.
Letterlijke eis uit de wetAangifteplicht medewerker De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze dat, als een medewerker bekend is geworden dat de houder of diens eindverantwoordelijke zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling van een opgevangen kind, deze persoon in geval van een redelijk vermoeden onverwijld aangifte bij de politie doet.
Aanwijzing · Inzet andersgekwalificeerde medewerker · 25 februari 2026
Bij de inzet van een medewerker met een andere kwalificatie dan normaal (een 'andersgekwalificeerde' medewerker) was er niet altijd een andere beroepskracht aanwezig ter ondersteuning.
Letterlijke eis uit de wetBij de inzet van een andersgekwalificeerde beroepskracht is ter ondersteuning van deze andersgekwalificeerde beroepskracht ten minste een andere beroepskracht op het kindercentrum of op de locatie van een activiteit aanwezig.
Aanwijzing · Veiligheid en gezondheid · 25 februari 2026
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid ontbrak, was niet actueel of niet binnen drie maanden na opening geëvalueerd, of in de praktijk werd er niet naar gehandeld.
Letterlijke eis uit de wetDe houder of voorgenomen houder van een kindercentrum stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit bij de aanvraag tot exploitatie. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel.
Aanwijzing · Beleid als doorlopend proces · 25 februari 2026
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef niet hoe het samen met de medewerkers steeds wordt opgesteld, uitgevoerd, geëvalueerd en bijgewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder van een kindercentrum er zorg voor draagt dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid samen met de beroepskrachten een continu proces is van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren.
Aanwijzing · Personenregister · 25 februari 2026
Niet alle personen die gescreend moeten worden (onder wie de houder zelf) waren (op tijd) in het Personenregister kinderopvang ingeschreven of aan de houder gekoppeld.
Letterlijke eis uit de wetNa inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder van een kindercentrum kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.
Aanwijzing · Beleid bekend bij medewerkers · 25 februari 2026
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef niet concreet hoe de opvang ervoor zorgt dat medewerkers, stagiairs, vrijwilligers en ouders inzicht hebben in het actuele beleid en de evaluaties.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder van een kindercentrum er zorg voor draagt dat het actuele veiligheids- en gezondheidsbeleid en de evaluaties daarvan inzichtelijk zijn voor de beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders.
Aanwijzing · Diploma's medewerkers · 25 februari 2026
Niet alle medewerkers hadden een diploma dat volgens de cao kinderopvang geldt voor het werk op de groep.
Letterlijke eis uit de wetBeroepskrachten en andersgekwalificeerde beroepskrachten beschikken over een passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang.
Aanwijzing · Achterwacht in het beleid · 25 februari 2026
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef niet hoe de achterwacht is geregeld als er maar één medewerker aanwezig is.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achterwacht is geregeld indien er met inachtneming van de beroepskracht-kindratio of bij het afwijken van de inzet van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van de beroepskracht-kindratio, slechts een beroepskracht op het kindercentrum aanwezig is.
Aanwijzing · EHBO · 25 februari 2026
Er was niet te allen tijde een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is om eerste hulp aan kinderen te geven (bij een gastouder: de gastouder had geen geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen).
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat er gedurende de buitenschoolse opvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels.
Aanwijzing · Oudercommissie · 25 februari 2026
Er was geen oudercommissie, of ouders werden niet op een andere aantoonbare manier bij het beleid betrokken.
Letterlijke eis uit de wetDe houder heeft, zes maanden na registratie, voor het kindercentrum een oudercommissie ingesteld die tot taak heeft de houder van een kindercentrum te adviseren over de onderwerpen in artikel 1.60 van de wet. In afwijking hiervan kan een gecombineerde oudercommissie voor meerdere kindercentra zijn ingesteld als de houder in hetzelfde of een aangrenzend gebouw meer dan een kindercentrum exploiteert. De verplichting tot het instellen van een oudercommissie geldt niet omdat het een kindercentrum betreft waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen en de houder van een kindercentrum zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om een oudercommissie in te stellen.
Aanwijzing · Pedagogisch coach · 25 februari 2026
Het minimaal aantal jaarlijkse uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker (de coach van de medewerkers) was niet bepaald, niet schriftelijk verdeeld over de locaties of niet ingezet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van het kindercentrum zet de pedagogisch beleidsmedewerker voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens voor het vereiste aantal uren in. Het minimaal aantal uren inzet wordt jaarlijks bepaald op grond van de rekenregels in het besluit.
Aanwijzing · Informatie aan ouders · 25 februari 2026
Ouders, en anderen die daarom vroegen, werden niet volledig geïnformeerd over het beleid van de opvang dat de wet voorschrijft.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum informeert de ouders en eenieder die daarom verzoekt over het te voeren beleid zoals beschreven in artikel 1.48d tot en met 1.57d van de wet.
Aanwijzing · Inspectierapport online · 25 februari 2026
Het GGD-rapport stond niet zo spoedig mogelijk na ontvangst op de website van de opvang, of er lag (zonder website) geen afschrift ter inzage voor ouders en personeel.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum informeert ouders en personeel over het inspectierapport door het zo spoedig mogelijk na ontvangst op de eigen website te plaatsen op een gemakkelijk vindbare plaats. Indien geen website aanwezig is legt de houder een afschrift van het inspectierapport ter inzage op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
Aanwijzing · Jaarverslag klachten · 25 februari 2026
Het jaarverslag klachten ontbrak, was niet compleet, was herleidbaar tot personen of bevatte adresgegevens, of is niet op tijd (voor 1 juni) opgesteld, naar de toezichthouder gestuurd en aan de ouders bekendgemaakt.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat, indien een jaarverslag klachten vereist is omdat er in het betreffende jaar klachten bij de houder zijn ingediend, over elk kalenderjaar in het eerstvolgende kalenderjaar voor 1 juni een jaarverslag klachten wordt opgesteld. In het jaarverslag wordt ten minste opgenomen: - een beknopte beschrijving van de klachtenregeling: - informatie over de wijze waarop ouders zijn geïnformeerd over de klachtenregeling; - het aantal en de aard van de behandelde klachten per locatie; - de strekking van de oordelen en de aard van de getroffen maatregelen per locatie; - het aantal en de aard van de door de geschillencommissie behandelde geschillen, betreffende ouders of de oudercommissie. Het jaarverslag is niet herleidbaar tot natuurlijke personen tenzij het de houder zelf betreft en bevat geen adresgegevens, uitgezonderd het kindercentrum dat is gevestigd op het woonadres van de houder die een natuurlijke persoon is.
Aanwijzing · Pedagogisch beleidsplan · 25 februari 2026
Het pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de overwegingen van de houder met betrekking tot de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in het kindercentrum. De houder gaat daarbij in ieder geval in op de verdeling van het aantal beroepskrachten over de verschillende basisgroepen, de behoeften van het kind, de vormgeving van de basisgroepen en de stabiliteit van de opvang.
Aanwijzing · Wennen in een nieuwe groep · 25 februari 2026
Het pedagogisch beleidsplan beschreef niet concreet hoe kinderen wennen aan een nieuwe groep.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop kinderen kunnen wennen aan een nieuwe basisgroep waarin zij zullen worden opgevangen.
Aanwijzing · Taaleis medewerkers · 25 februari 2026
Van een Nederlandssprekende medewerker ontbrak het bewijs dat die aan de taaleis voldoet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een Nederlandssprekende beroepskracht voldoet aan de taaleis IKK.
Aanwijzing · Aantal medewerkers en aandeel leerlingen · 25 februari 2026
Op sommige momenten stonden er te weinig medewerkers voor het aantal kinderen, of een te groot deel van de ingezette medewerkers bestond uit leerlingen of stagiairs.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum zet voldoende beroepskrachten in voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen. De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen op het kindercentrum wordt bepaald op grond van de rekenregels bij het besluit. Gedurende de buitenschoolse opvang bestaat maximaal de helft van het totaal aantal benodigde beroepskrachten uit beroepskrachten in opleiding, stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten. Daarbij mag maximaal een derde van het totaal aantal benodigde beroepskrachten bestaan uit stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten.
Aanwijzing · Meldcode kindermishandeling · 25 februari 2026
De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ontbrak of was niet compleet, of de opvang deed te weinig om de kennis en het gebruik ervan te bevorderen.
Letterlijke eis uit de wetBevorderen kennis en gebruik meldcode De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
Aanwijzing · Administratie van de bezetting · 25 februari 2026
Met het overzicht van de ingezette medewerkers en de presentielijsten van de kinderen (met aankomst- en vertrektijden) was niet aan te tonen dat er steeds genoeg medewerkers op de groep stonden.
Letterlijke eis uit de wetDe houder toont door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden, aan dat hij voldoet aan de benodigde beroepskracht-kindratio en indien van toepassing de afwijking daarvan op vrije dagen en bij schoolvakanties.
Aanwijzing · Inzet van leerlingen en stagiairs · 25 februari 2026
Leerlingen of stagiairs werden ingezet op een manier die niet volgens de regels mag, bijvoorbeeld te veel of niet passend bij hun opleidingsfase, of er was geen begeleidingsplan waarmee alle betrokkenen schriftelijk hadden ingestemd.
Letterlijke eis uit de wetDe inzet van beroepskrachten in opleiding, andersgekwalificeerde beroepskrachten en stagiairs geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. Bij het bepalen van de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening gehouden met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden. De inzet van de beroepskracht in opleiding vindt plaats overeenkomstig een begeleidingsplan waarmee schriftelijk is ingestemd door de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider.
De uitleg in gewone taal is van Kribo; de letterlijke eis staat er ingeklapt onder. Bij twijfel is het pdf van de GGD leidend.Volledig rapport (pdf)

Zo is het geregeld

Eigen tuin of plein

Buurt & omgeving

CBS-cijfers

Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.

€ 253k
Gem. WOZ-waarde
Onder landelijk gemiddelde
53%
Koopwoningen
Gemengde wijk
7%
Kinderen 0–15 jr
Weinig kinderen in de buurt
16%
Huishoudens met kinderen
Weinig gezinnen

Beoordelingen

Nog geen beoordelingen
Te voet vanaf bso 't Schommeltje

Wat er nog meer om de hoek zit

Vijf adressen binnen een kwartier lopen. De route hieronder loopt van dichtbij naar verder weg.