Alle berichten
KWALITEIT · 4 SEPTEMBER 2026

Helft van het personeel op de groep mag student blijven: maatregel twee jaar verlengd

Kinderdagverblijven en bso's mogen tot 1 juli 2028 de helft van hun bezetting invullen met beroepskrachten in opleiding. Ouderorganisatie BOinK, vakbonden en beroepsgroep PPINK hadden in een brandbrief gevraagd de regeling niet te verlengen.

Boeken, een appel en letterblokken op een bureau
Foto via Unsplash. Sfeerbeeld, geen foto van de betrokkenen.

Sinds 2022 mogen kinderdagverblijven en bso's de helft van hun bezetting laten bestaan uit beroepskrachten in opleiding: mbo-studenten die werkend leren, bijvoorbeeld vier dagen werken en één dag naar school. Daarvoor was dat een derde. De tijdelijke maatregel is bedoeld om groepen open te houden bij ziekte, verlof en pauzes. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) verlengt hem met twee jaar, van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028. Permanent maakt hij de regeling nog niet, omdat de sector erover verdeeld is. Eind 2027 beslist hij of ze blijvend wordt.

Een mbo-student die voltijd naar school gaat en stage loopt, telt niet mee in de bezetting. Het gaat alleen om studenten in een werkend-lerenroute. Voordat zo'n student mag meetellen, moet er volgens het ministerie een begeleidingsplan zijn waarmee de student, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider akkoord zijn. In welke fase van de opleiding een student op de groep mag meetellen, staat in de cao Kinderopvang.

Waarom ouders en medewerkers zich zorgen maken

BOinK, de belangenvereniging van ouders, beroepsgroep PPINK en de vakbonden FNV en CNV schreven de minister een brandbrief. Zij vrezen voor de kwaliteit en de veiligheid op de groep, en voor de werkdruk van de gediplomeerde medewerker die de student moet begeleiden. In een peiling van BOinK onder 534 ouders zei bijna de helft minder vertrouwen in de opvang te hebben als er meer leerlingen werken. In een enquête van FNV, CNV en PPINK onder 565 medewerkers zei 86 procent dat samenwerken met een leerling de werkdruk verhoogt; 70 procent zei te weinig tijd te hebben om de student goed te begeleiden.

Bijzonder hoogleraar Pauline Slot, die onderzoek doet naar de kwaliteit van kinderopvang, wijst erop dat onbekend is of een beroepskracht in opleiding genoeg kwaliteit biedt.

Waarom de branche voor verlenging is

Brancheorganisatie Kinderopvang steunt de verlenging. Volgens de organisatie werken medewerkers liever met een vaste student die de kinderen kent dan met een invalkracht die dat niet doet. Een student staat de eerste maanden boventallig op de groep. Hoeveel hij daarna meetelt, spreken opleiding, student en praktijkbegeleider samen af.

Wat je zelf kunt vragen

—

Hoeveel beroepskrachten in opleiding werken er op de groep van mijn kind, en hoe ver zijn ze in hun opleiding?

—

Wie begeleidt hen, en staat die persoon dan ook nog volledig op de groep?

—

Hoe vaak werd het afgelopen jaar een groep gesloten of samengevoegd door personeelsgebrek?