Sportstuif Eindhoven Strijp
Sportstuif Eindhoven Strijp, buitenschoolse opvang aan de Rijstenweg in Eindhoven met plek voor 30 kinderen. Kinderen worden van school gehaald, spelen veel buiten en sporten in een eigen tuin.
Beoordelingen
Sportstuif Eindhoven Strijp
Sportstuif Eindhoven Strijp, buitenschoolse opvang aan de Rijstenweg in Eindhoven met plek voor 30 kinderen. Kinderen worden van school gehaald, spelen veel buiten en sporten in een eigen tuin.
Over deze opvang
GGD-inspectie
De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?
Wat er gecontroleerd is en wat de toezichthouder schreef
Bij de volgende hoofdstukken is aan de beoordeelde kwaliteitseisen voldaan:
• ouderrecht.
Sportstuif is in de gemeente Asten in mei 2010 opgezet door twee bestuurders. Inmiddels zijn in meerdere gemeente, o.a. Deurne, Best, Son en Breugel, Veldhoven, Eindhoven, Valkenswaard en Helmond, buitenschoolse opvanglocaties geopend.
De visie van Sportstuif is een plek bieden waar kinderen zich fijn en veilig voelen èn op een speelse manier kennis kunnen maken met sport en spel. Activiteiten worden aangepast op het niveau van de groep. Naast dat er veel plek is voor verbetering van, en bezig zijn met, motorische vaardigheden komen er nog meer aspecten aan bod tijdens de opvanguren. Zo leren de kinderen samen te spelen, omgaan met winst, verlies, emoties en materiaal. Sportstuif wil de kinderen leren dat er meer mogelijkheden van vrijetijdsbesteding zijn en dat het goed is om voldoende te bewegen. Hierdoor worden de kinderen fitter, energieker en kunnen meer zelfverzekerd worden. Naast buitenactiviteiten is binnen speelruimte beschikbaar voor knutselen, kleuren en spelen van bordspellen etc.
Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.
Letterlijke eis uit de wet
Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop meertalige buitenschoolse opvang in het kindercentrum wordt vormgegeven.Letterlijke eis uit de wet
In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum; b. de participerende ouder; c. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waar kinderen worden opgevangen; e. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen; f. de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres. Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ingeschreven in het personenregister kinderopvang.Letterlijke eis uit de wet
Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder van een kindercentrum kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum informeert de ouders nadrukkelijk over de tijden waarop er minder beroepskrachten worden ingezet dan vereist is op basis van het aantal aanwezige kinderen, alsmede de tijden waarop in ieder geval niet daarvan wordt afgeweken en wordt voldaan aan de inzet van het minimaal aantal beroepskrachten op grond van de beroepskracht-kindratio.Letterlijke eis uit de wet
Er is, zes maanden na registratie, een oudercommissie ingesteld die tot taak heeft de houder van een kindercentrum te adviseren over de onderwerpen in artikel 1.60 van de Wet kinderopvang. De verplichting tot het instellen van een oudercommissie geldt niet omdat het een kindercentrum betreft waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen en de houder van een kindercentrum zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om een oudercommissie in te stellen.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum treft een regeling voor de afhandeling van klachten over: - een gedraging van de houder of bij de houder werkzame personen jegens een ouder of kind; - de overeenkomst tussen de houder en de ouder.Letterlijke eis uit de wet
Bij buitenschoolse opvang vindt de opvang plaats in basisgroepen. Een kind wordt opgevangen in één basisgroep. De maximale grootte van de basisgroep wordt bepaald op grond van tabel 2 in bijlage 1, onderdeel b van het Besluit kwaliteit kinderopvang.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat, indien een jaarverslag klachten vereist is omdat er in het betreffende jaar klachten bij de houder zijn ingediend, over elk kalenderjaar in het eerstvolgende kalenderjaar voor 1 juni een jaarverslag klachten wordt opgesteld. In het jaarverslag wordt ten minste opgenomen: - een beknopte beschrijving van de klachtenregeling: - informatie over de wijze waarop ouders zijn geïnformeerd over de klachtenregeling; - het aantal en de aard van de behandelde klachten per locatie; - de strekking van de oordelen en de aard van de getroffen maatregelen; - het aantal en de aard van de door de geschillencommissie behandelde geschillen, betreffende ouders of de oudercommissie. Het jaarverslag is niet herleidbaar tot natuurlijke personen tenzij het de houder zelf betreft en bevat geen adresgegevens, uitgezonderd het kindercentrum dat is gevestigd op het woonadres van de houder die een natuurlijke persoon is.Zo is het geregeld
Wat de kinderen doen
Buurt & omgeving
CBS-cijfers
Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.