Home/Hoogezand/kinderopvang Al Shams
Delen
Kinderdagverblijf

kinderopvang Al Shams

Kerkstraat 193, Hoogezand

Kinderdagverblijf Al Shams in Hoogezand, met een eigen tuin voor kinderen van 0 tot 4 jaar en extra aandacht voor taalontwikkeling.

Geregistreerd sinds2021 · 4 jaar geregistreerd
Totale grootteKlein (19 kindplekken)
Voorschoolse educatieNee
BuitenspeelplaatsJa
Gesproken talenNederlands
Eigen tuin of plein
Extra aandacht voor taal

Beoordelingen

Nog geen
Home / Hoogezand / Kinderdagverblijven / kinderopvang Al Shams
Delen

Kaart wordt geladen…

Kinderdagverblijf

kinderopvang Al Shams

Kerkstraat 193, 9601AD Hoogezand

Kinderdagverblijf Al Shams in Hoogezand, met een eigen tuin voor kinderen van 0 tot 4 jaar en extra aandacht voor taalontwikkeling.

Over deze opvang

Geregistreerd sinds2021 · 4 jaar geregistreerd
Totale grootteKlein (19 kindplekken)
Voorschoolse educatieNee
BuitenspeelplaatsJa
Gesproken talenNederlands

GGD-inspectie

De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?

24 punten niet in ordeJaarlijks onderzoek · bezocht 31 juli 2025 · rapport 11 september 2025 · GGD Groningen
51
eisen getoetst
24
niet in orde
43
handhaving door gemeente
Wat er niet in orde was, en wat wel
Niet in orde bij dit onderzoek
Schriftelijke overeenkomstEr was geen schriftelijke overeenkomst tussen de opvang en de ouder.
Letterlijke eis uit de wetKinderopvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder van een kindercentrum en de ouder.
AdministratieDe administratie was niet zo ingericht, of niet compleet, dat de toezichthouder op verzoek tijdig de gegevens kon krijgen die nodig zijn om de naleving van de wet te controleren.
Letterlijke eis uit de wetDe administratie van een kindercentrum is zodanig ingericht dat op verzoek van de toezichthouder tijdig de gegevens kunnen worden verstrekt die voor naleving van bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 van de Wet kinderopvang gegeven voorschriften van belang zijn. De administratie bevat de volgende gegevens: - een overzicht van alle personen die op grond van artikel 1.50, derde lid, van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij het kindercentrum werkzame beroepskrachten eveneens de behaalde diploma’s, getuigschriften en bewijsstukken; - een afschrift van het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 4 van het Besluit kwaliteit kinderopvang; - een overzicht van de omvang en de samenstelling van de oudercommissie, bedoeld in artikel 1.58 van de wet; - een afschrift van het reglement van de oudercommissie, bedoeld in artikel 1.59 van de wet; - een overzicht van alle ingeschreven kinderen, vermeldende per kind: naam, burgerservicenummer, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en het adres en telefoonnummer van de ouders; - een bewijsstuk van een afgerond eerste leerjaar van alle beroepskrachten in opleiding die zijn toegewezen als vaste beroepskracht; - het begeleidingsplan als een beroepskracht in opleiding formatief is ingezet.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop de mentor de verkregen informatie over de ontwikkeling van het kind periodiek met de ouders bespreekt en de wijze waarop aan de ouders en het kind bekend wordt gemaakt welke beroepskracht de mentor is van het kind.
Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat in de dagopvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld.
Pedagogische praktijkIn de praktijk op de groep werd niet aan alle pedagogische doelen voldaan, zoals emotionele veiligheid of aandacht voor de ontwikkeling van ieder kind.
Letterlijke eis uit de wetIn het kader van het bieden van verantwoorde dagopvang, draagt de houder van een kindercentrum er in ieder geval zorg voor dat, rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden: a. op een sensitieve en responsieve manier met kinderen wordt omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen; b. kinderen spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; c. kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden; d. kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij.
Administratie van de bezettingMet het overzicht van de ingezette medewerkers en de presentielijsten van de kinderen (met aankomst- en vertrektijden) was niet aan te tonen dat er steeds genoeg medewerkers op de groep stonden.
Letterlijke eis uit de wetDe houder toont door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden, aan dat hij voldoet aan de benodigde beroepskracht-kindratio en indien van toepassing de afwijking daarvan.
Aantal medewerkers en aandeel leerlingenOp sommige momenten stonden er te weinig medewerkers voor het aantal kinderen, of een te groot deel van de ingezette medewerkers bestond uit leerlingen of stagiairs.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum zet voldoende beroepskrachten in voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen. De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een stamgroep wordt bepaald op grond van de rekenregels. Indien een stamgroep wordt gecombineerd met een basisgroep, wordt de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in de gecombineerde groep bepaald op grond van de rekenregels. Gedurende de dagopvang bestaat maximaal de helft van het totaal aantal benodigde beroepskrachten uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. Daarbij mag maximaal een derde van het totaal aantal benodigde beroepskrachten bestaan uit stagiairs.
Pedagogisch coachHet minimaal aantal jaarlijkse uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker (de coach van de medewerkers) was niet bepaald, niet schriftelijk verdeeld over de locaties of niet ingezet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum bepaalt jaarlijks, indien hij meer dan één kindercentrum exploiteert, de wijze waarop hij het verplichte minimaal aantal uren waarvoor pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet, verdeelt over de verschillende kindercentra en legt dit schriftelijk vast zodat dit inzichtelijk is voor de beroepskrachten en ouders. De houder geeft de verdeling zodanig vorm dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt in de uitvoering van de werkzaamheden.
Pedagogisch coachHet minimaal aantal jaarlijkse uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker (de coach van de medewerkers) was niet bepaald, niet schriftelijk verdeeld over de locaties of niet ingezet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van het kindercentrum zet de pedagogisch beleidsmedewerker voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens voor het vereiste aantal uren in. Het minimaal aantal uren inzet wordt jaarlijks bepaald op grond van de rekenregels in het besluit.
Diploma's medewerkersNiet alle medewerkers hadden een diploma dat volgens de cao kinderopvang geldt voor het werk op de groep.
Letterlijke eis uit de wetBeroepskrachten beschikken over een passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang.
Taaleis medewerkersVan een Nederlandssprekende medewerker ontbrak het bewijs dat die aan de taaleis voldoet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een Nederlandssprekende beroepskracht voldoet aan de taaleis IKK.
Vaste gezichtenAan een kind waren meer vaste medewerkers toegewezen dan toegestaan, of er werkte op een dag geen van zijn vaste medewerkers in de stamgroep.
Letterlijke eis uit de wetAan een kind van één jaar of ouder worden ten hoogste drie vaste beroepskrachten toegewezen, waarvan per dag ten minste één beroepskracht werkzaam is in de stamgroep van dat kind, tenzij de houder hiervan onder de voorwaarden van het Besluit kwaliteit kinderopvang artikel 9a rechtmatig is afgeweken. Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt dan worden er ten hoogste vier vaste beroepskrachten toegewezen aan een kind van één jaar of ouder. Een binnen de formatie ingezette beroepskracht in opleiding kan na het eerste jaar van de opleiding op basis van een vastgesteld begeleidingsplan gelden als vaste kracht.
Vaste gezichtenAan een kind waren meer vaste medewerkers toegewezen dan toegestaan, of er werkte op een dag geen van zijn vaste medewerkers in de stamgroep.
Letterlijke eis uit de wetAan een kind in de leeftijd tot één jaar worden ten hoogste twee vaste beroepskrachten toegewezen, waarvan per dag ten minste één beroepskracht werkzaam is in de stamgroep van dat kind, tenzij de houder hiervan onder de voorwaarden van het Besluit kwaliteit kinderopvang artikel 9a rechtmatig is afgeweken. Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt dan worden er ten hoogste drie vaste beroepskrachten toegewezen aan een kind in de leeftijd tot één jaar. Een binnen de formatie ingezette beroepskracht in opleiding kan na afronding van het eerste leerjaar van de opleiding op basis van een opgesteld begeleidingsplan gelden als vaste beroepskracht.
Groepsgrootte en vaste groepDe groepen waren groter dan toegestaan, of kinderen zaten niet in één vaste groep.
Letterlijke eis uit de wetBij dagopvang vindt de opvang plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in één stamgroep. De maximale groepsgrootte wordt bepaald op grond van tabel 1 in bijlage 1, onderdeel a van het Besluit kwaliteit kinderopvang. Indien een stamgroep wordt gecombineerd met een basisgroep wordt de maximale grootte van de gecombineerde groep bepaald op grond van bijlage 1, onderdeel c van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
EHBOEr was niet te allen tijde een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is om eerste hulp aan kinderen te geven (bij een gastouder: de gastouder had geen geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen).
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels.
Plan van aanpak met zicht op medewerkersHet veiligheids- en gezondheidsbeleid had geen concreet plan van aanpak, of daarin stond niet hoe de dagopvang zo is georganiseerd dat medewerkers alleen werken terwijl een andere volwassene hen kan zien of horen.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen, teneinde deze voornaamste risico’s met grote gevolgen betreffende veiligheid, gezondheid en het risico op grensoverschrijdend gedrag in te perken en de handelswijze indien deze risico’s zich verwezenlijken. De houder van een kindercentrum beschrijft bij de maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.
Risico's in het beleidHet veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef de risico's voor de kinderen op deze locatie niet concreet genoeg, onder meer de grootste risico's voor veiligheid en gezondheid en het risico op grensoverschrijdend gedrag.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen; - het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen.
Veiligheid en gezondheidHet veiligheids- en gezondheidsbeleid ontbrak, was niet actueel of niet binnen drie maanden na opening geëvalueerd, of in de praktijk werd er niet naar gehandeld.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld.
Inrichting van de ruimtesDe binnen- of buitenruimte was niet veilig, toegankelijk of passend ingericht voor de leeftijd van de kinderen.
Letterlijke eis uit de wetDe binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
Informatie aan oudersOuders, en anderen die daarom vroegen, werden niet volledig geïnformeerd over het beleid van de opvang dat de wet voorschrijft.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum informeert de ouders en eenieder die daarom verzoekt over het te voeren beleid zoals beschreven in artikel 1.48d tot en met 1.57d van de wet.
Jaarverslag klachtenHet jaarverslag klachten ontbrak, was niet compleet, was herleidbaar tot personen of bevatte adresgegevens, of is niet op tijd (voor 1 juni) opgesteld, naar de toezichthouder gestuurd en aan de ouders bekendgemaakt.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum zendt, indien een jaarverslag klachten vereist is omdat er in het betreffende jaar klachten bij de houder zijn ingediend, het jaarverslag klachten voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de toezichthouder en brengt het verslag gelijktijdig op passende wijze onder de aandacht van de ouders.
KlachtenregelingDe klachtenregeling voor ouders ontbrak, was onvolledig of niet bekendgemaakt, of de opvang handelde niet volgens de regeling.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum brengt de klachtenregeling ten behoeve van ouders en wijzigingen daarvan op een passende wijze onder de aandacht van ouders en handelt overeenkomstig deze klachtenregeling.
OudercommissieEr was geen oudercommissie, of ouders werden niet op een andere aantoonbare manier bij het beleid betrokken.
Letterlijke eis uit de wetDe verplichting tot het instellen van een oudercommissie geldt niet omdat het een kindercentrum betreft waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen en de houder zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om een oudercommissie in te stellen. OF De houder heeft, zes maanden na registratie, voor het kindercentrum een oudercommissie ingesteld die tot taak heeft de houder van een kindercentrum te adviseren over de onderwerpen in artikel 1.60 van de Wet. In afwijking hiervan kan een gecombineerde oudercommissie voor meerdere kindercentra zijn ingesteld als de houder in hetzelfde of een aangrenzend gebouw meer dan een kindercentrum exploiteert.
OudercommissieEr was geen oudercommissie, of ouders werden niet op een andere aantoonbare manier bij het beleid betrokken.
Letterlijke eis uit de wetAls er conform artikel 1.58 tweede lid geen oudercommissie is ingesteld, betrekt de houder van een kindercentrum de ouders aantoonbaar voldoende op een andere wijze bij: - de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 1.50, eerste lid; - het pedagogisch beleid dat wordt gevoerd; - voedingsaangelegenheden van algemene aard; - het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid; - openingstijden; - het beleid met betrekking tot het aanbieden van voorschoolse educatie; - de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten; - wijziging van de prijs van kinderopvang. Ook blijft de houder ouders de gelegenheid bieden om deel te nemen aan een oudercommissie.
Wel getoetst en in orde
Accommodatie · 1 eis
Ouderrecht · 3 eisen
Pedagogisch klimaat · 8 eisen
Personeel en groepen · 5 eisen
Veiligheid en gezondheid · 10 eisen
Wat de toezichthouder schreef

Sinds de start van KDV Al Shams zijn er jaarlijks diverse tekortkomingen vastgesteld. Sinds 2 jaar was er een stijgende lijn te zien. De houder had een locatieverantwoordelijke en een nieuwe extern pedagogisch beleidsmedewerker/coach aangesteld. De locatieverantwoordelijke is wegens omstandigheden sinds enkele maanden afwezig. De pedagogisch beleidsmedewerker/coach (PBM) is in juni 2025 met haar werkzaamheden gestopt. Dit staat verder in het rapport beschreven.

De GGD heeft diverse signalen ontvangen over KDV/BSO Al Shams. Het gaat hierbij over zorgen met betrekking tot de hygiëne, kinderen van de BSO die worden opgevangen op het KDV, en de houding van de houder ten opzichte van de organisatie van de opvang. De signalen zijn in het onderzoek meegenomen.

Op 15 augustus 2025 heeft een tweede locatiebezoek plaats gevonden. Tijdens dit bezoek werden ook kinderen van BSO Al Shams op het KDV opgevangen.

De houder, tevens beroepskracht was als enige beroepskracht werkzaam op een groep van 16 kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar. De houder is gesommeerd om direct actie te ondernemen. Dit staat verder in het rapport beschreven.

Handhaving door de gemeente

Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.

Aanwijzing · Pedagogisch coach · 25 februari 2026
Het minimaal aantal jaarlijkse uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker (de coach van de medewerkers) was niet bepaald, niet schriftelijk verdeeld over de locaties of niet ingezet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van het kindercentrum zet de pedagogisch beleidsmedewerker voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens voor het vereiste aantal uren in. Het minimaal aantal uren inzet wordt jaarlijks bepaald op grond van de rekenregels in het besluit.
Aanwijzing · Achterwacht in het beleid · 25 februari 2026 en 22 februari 2024
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef niet hoe de achterwacht is geregeld als er maar één medewerker aanwezig is.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achterwacht is geregeld indien er met inachtneming van de beroepskracht-kindratio of bij het afwijken van de inzet van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van de beroepskracht-kindratio, slechts een beroepskracht op het kindercentrum aanwezig is.
Aanwijzing · Pedagogisch beleidsplan · 25 februari 2026 en 22 februari 2024
Het pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wetHet pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de kaders waarbinnen voor ten hoogste drie uren per dag verantwoord kan worden afgeweken van de benodigde personele inzet, met dien verstande dat ten minste de helft van het vereiste aantal beroepskrachten wordt ingezet.
Aanwijzing · Administratie · 25 februari 2026
De administratie was niet zo ingericht, of niet compleet, dat de toezichthouder op verzoek tijdig de gegevens kon krijgen die nodig zijn om de naleving van de wet te controleren.
Letterlijke eis uit de wetDe administratie van een kindercentrum is zodanig ingericht dat op verzoek van de toezichthouder tijdig de gegevens kunnen worden verstrekt die voor naleving van bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 van de Wet kinderopvang gegeven voorschriften van belang zijn. De administratie bevat de volgende gegevens: - een overzicht van alle personen die op grond van artikel 1.50, derde lid, van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij het kindercentrum werkzame beroepskrachten eveneens de behaalde diploma’s, getuigschriften en bewijsstukken; - een afschrift van het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 4 van het Besluit kwaliteit kinderopvang; - een overzicht van de omvang en de samenstelling van de oudercommissie, bedoeld in artikel 1.58 van de wet; - een afschrift van het reglement van de oudercommissie, bedoeld in artikel 1.59 van de wet; - een overzicht van alle ingeschreven kinderen, vermeldende per kind: naam, burgerservicenummer, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en het adres en telefoonnummer van de ouders; - een bewijsstuk van een afgerond eerste leerjaar van alle beroepskrachten in opleiding die zijn toegewezen als vaste beroepskracht; - het begeleidingsplan als een beroepskracht in opleiding formatief is ingezet.
Aanwijzing · Schriftelijke overeenkomst · 25 februari 2026
Er was geen schriftelijke overeenkomst tussen de opvang en de ouder.
Letterlijke eis uit de wetKinderopvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder van een kindercentrum en de ouder.
Aanwijzing · Informatie aan ouders · 25 februari 2026
Ouders, en anderen die daarom vroegen, werden niet volledig geïnformeerd over het beleid van de opvang dat de wet voorschrijft.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum informeert de ouders en eenieder die daarom verzoekt over het te voeren beleid zoals beschreven in artikel 1.48d tot en met 1.57d van de wet.
Aanwijzing · Administratie van de bezetting · 25 februari 2026
Met het overzicht van de ingezette medewerkers en de presentielijsten van de kinderen (met aankomst- en vertrektijden) was niet aan te tonen dat er steeds genoeg medewerkers op de groep stonden.
Letterlijke eis uit de wetDe houder toont door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden, aan dat hij voldoet aan de benodigde beroepskracht-kindratio en indien van toepassing de afwijking daarvan.
Aanwijzing · Groepsgrootte en vaste groep · 25 februari 2026
De groepen waren groter dan toegestaan, of kinderen zaten niet in één vaste groep.
Letterlijke eis uit de wetBij dagopvang vindt de opvang plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in één stamgroep. De maximale groepsgrootte wordt bepaald op grond van tabel 1 in bijlage 1, onderdeel a van het Besluit kwaliteit kinderopvang. Indien een stamgroep wordt gecombineerd met een basisgroep wordt de maximale grootte van de gecombineerde groep bepaald op grond van bijlage 1, onderdeel c van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
Aanwijzing · Diploma's medewerkers · 25 februari 2026
Niet alle medewerkers hadden een diploma dat volgens de cao kinderopvang geldt voor het werk op de groep.
Letterlijke eis uit de wetBeroepskrachten beschikken over een passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang.
Aanwijzing · Aantal medewerkers en aandeel leerlingen · 25 februari 2026
Op sommige momenten stonden er te weinig medewerkers voor het aantal kinderen, of een te groot deel van de ingezette medewerkers bestond uit leerlingen of stagiairs.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum zet voldoende beroepskrachten in voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen. De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een stamgroep wordt bepaald op grond van de rekenregels. Indien een stamgroep wordt gecombineerd met een basisgroep, wordt de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in de gecombineerde groep bepaald op grond van de rekenregels. Gedurende de dagopvang bestaat maximaal de helft van het totaal aantal benodigde beroepskrachten uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. Daarbij mag maximaal een derde van het totaal aantal benodigde beroepskrachten bestaan uit stagiairs.
Aanwijzing · Inrichting van de ruimtes · 25 februari 2026
De binnen- of buitenruimte was niet veilig, toegankelijk of passend ingericht voor de leeftijd van de kinderen.
Letterlijke eis uit de wetDe binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
Aanwijzing · Taaleis medewerkers · 25 februari 2026
Van een Nederlandssprekende medewerker ontbrak het bewijs dat die aan de taaleis voldoet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een Nederlandssprekende beroepskracht voldoet aan de taaleis IKK.
Aanwijzing · Jaarverslag klachten · 25 februari 2026
Het jaarverslag klachten ontbrak, was niet compleet, was herleidbaar tot personen of bevatte adresgegevens, of is niet op tijd (voor 1 juni) opgesteld, naar de toezichthouder gestuurd en aan de ouders bekendgemaakt.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum zendt, indien een jaarverslag klachten vereist is omdat er in het betreffende jaar klachten bij de houder zijn ingediend, het jaarverslag klachten voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de toezichthouder en brengt het verslag gelijktijdig op passende wijze onder de aandacht van de ouders.
Aanwijzing · Plan van aanpak met zicht op medewerkers · 25 februari 2026
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid had geen concreet plan van aanpak, of daarin stond niet hoe de dagopvang zo is georganiseerd dat medewerkers alleen werken terwijl een andere volwassene hen kan zien of horen.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen, teneinde deze voornaamste risico’s met grote gevolgen betreffende veiligheid, gezondheid en het risico op grensoverschrijdend gedrag in te perken en de handelswijze indien deze risico’s zich verwezenlijken. De houder van een kindercentrum beschrijft bij de maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.
Aanwijzing · Klachtenregeling · 25 februari 2026
De klachtenregeling voor ouders ontbrak, was onvolledig of niet bekendgemaakt, of de opvang handelde niet volgens de regeling.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum brengt de klachtenregeling ten behoeve van ouders en wijzigingen daarvan op een passende wijze onder de aandacht van ouders en handelt overeenkomstig deze klachtenregeling.
Aanwijzing · Risico's in het beleid · 25 februari 2026
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschreef de risico's voor de kinderen op deze locatie niet concreet genoeg, onder meer de grootste risico's voor veiligheid en gezondheid en het risico op grensoverschrijdend gedrag.
Letterlijke eis uit de wetHet veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen; - het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen.
Aanwijzing · EHBO · 25 februari 2026
Er was niet te allen tijde een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is om eerste hulp aan kinderen te geven (bij een gastouder: de gastouder had geen geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen).
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels.
Aanwijzing · Vaste gezichten · 25 februari 2026
Aan een kind waren meer vaste medewerkers toegewezen dan toegestaan, of er werkte op een dag geen van zijn vaste medewerkers in de stamgroep.
Letterlijke eis uit de wetAan een kind van één jaar of ouder worden ten hoogste drie vaste beroepskrachten toegewezen, waarvan per dag ten minste één beroepskracht werkzaam is in de stamgroep van dat kind, tenzij de houder hiervan onder de voorwaarden van het Besluit kwaliteit kinderopvang artikel 9a rechtmatig is afgeweken. Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt dan worden er ten hoogste vier vaste beroepskrachten toegewezen aan een kind van één jaar of ouder. Een binnen de formatie ingezette beroepskracht in opleiding kan na het eerste jaar van de opleiding op basis van een vastgesteld begeleidingsplan gelden als vaste kracht.
Aanwijzing · Oudercommissie · 25 februari 2026
Er was geen oudercommissie, of ouders werden niet op een andere aantoonbare manier bij het beleid betrokken.
Letterlijke eis uit de wetDe houder heeft, zes maanden na registratie, voor het kindercentrum een oudercommissie ingesteld die tot taak heeft de houder van een kindercentrum te adviseren over de onderwerpen in artikel 1.60 van de Wet. In afwijking hiervan kan een gecombineerde oudercommissie voor meerdere kindercentra zijn ingesteld als de houder in hetzelfde of een aangrenzend gebouw meer dan een kindercentrum exploiteert. De verplichting tot het instellen van een oudercommissie geldt niet omdat het een kindercentrum betreft waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen en de houder zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om een oudercommissie in te stellen.
Aanwijzing · Veiligheid en gezondheid · 25 februari 2026
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid ontbrak, was niet actueel of niet binnen drie maanden na opening geëvalueerd, of in de praktijk werd er niet naar gehandeld.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld.
Aanwijzing · Pedagogische praktijk · 25 februari 2026 en 22 februari 2024
In de praktijk op de groep werd niet aan alle pedagogische doelen voldaan, zoals emotionele veiligheid of aandacht voor de ontwikkeling van ieder kind.
Letterlijke eis uit de wetIn het kader van het bieden van verantwoorde dagopvang, draagt de houder van een kindercentrum er in ieder geval zorg voor dat, rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden: a. op een sensitieve en responsieve manier met kinderen wordt omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen; b. kinderen spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; c. kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden; d. kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij.
Aanwijzing · Melden bij een vermoeden van misbruik · 22 februari 2024
Het was niet geregeld, of niet bekend bij de medewerkers, wat er moet gebeuren bij een vermoeden van een seksueel misdrijf of mishandeling door een medewerker, gastouder of de houder: melden, overleggen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang en zo nodig aangifte doen.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze dat, indien een bij de onderneming werkzaam persoon bekend is geworden dat de natuurlijke persoon die tevens houder is zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden of mishandeling jegens een kind dat gebruik maakt van de door de houder geboden kinderopvang, deze persoon in contact kan treden met de vertrouwensinspecteur kinderopvang en in geval van een redelijk vermoeden onverwijld aangifte doet bij een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.
Aanwijzing · Personenregister · 22 februari 2024
Niet alle personen die gescreend moeten worden (onder wie de houder zelf) waren (op tijd) in het Personenregister kinderopvang ingeschreven of aan de houder gekoppeld.
Letterlijke eis uit de wetNa inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.
Last onder dwangsom · Pedagogisch coach · 22 februari 2024
Het minimaal aantal jaarlijkse uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker (de coach van de medewerkers) was niet bepaald, niet schriftelijk verdeeld over de locaties of niet ingezet.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van het kindercentrum zet de pedagogisch beleidsmedewerker voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens voor het vereiste aantal uren in. Het minimaal aantal uren inzet wordt jaarlijks bepaald op grond van de rekenregels in het besluit.
Last onder dwangsom · Veiligheid en gezondheid · 22 februari 2024
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid ontbrak, was niet actueel of niet binnen drie maanden na opening geëvalueerd, of in de praktijk werd er niet naar gehandeld.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld.
Aanwijzing · Verklaring omtrent het gedrag en Personenregister · 22 februari 2024
Niet alle personen die gescreend moeten worden hadden een geldige Verklaring omtrent het gedrag of stonden ingeschreven in het Personenregister kinderopvang.
Letterlijke eis uit de wetIn het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum; b. de participerende ouder; c. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waar kinderen worden opgevangen; e. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen; f. de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres. Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ingeschreven in het personenregister kinderopvang en gekoppeld aan de houder.
Last onder dwangsom · Meldcode kindermishandeling · 22 februari 2024
De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ontbrak of was niet compleet, of de opvang deed te weinig om de kennis en het gebruik ervan te bevorderen.
Letterlijke eis uit de wetDe houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
Last onder dwangsom · EHBO · 22 februari 2024
Er was niet te allen tijde een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is om eerste hulp aan kinderen te geven (bij een gastouder: de gastouder had geen geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen).
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels.
Aanwijzing · Inzet van leerlingen en stagiairs · 22 februari 2024
Leerlingen of stagiairs werden ingezet op een manier die niet volgens de regels mag, bijvoorbeeld te veel of niet passend bij hun opleidingsfase, of er was geen begeleidingsplan waarmee alle betrokkenen schriftelijk hadden ingestemd.
Letterlijke eis uit de wetDe inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. Bij het bepalen van de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening gehouden met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden.
Bestuurlijke boete · Veiligheid en gezondheid · 22 februari 2024
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid ontbrak, was niet actueel of niet binnen drie maanden na opening geëvalueerd, of in de praktijk werd er niet naar gehandeld.
Letterlijke eis uit de wetDe houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld.
De uitleg in gewone taal is van Kribo; de letterlijke eis staat er ingeklapt onder. Bij twijfel is het pdf van de GGD leidend.Volledig rapport (pdf)

Zo is het geregeld

Eigen tuin of plein

Wat de kinderen doen

Extra aandacht voor taal

Buurt & omgeving

CBS-cijfers

Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.

€ 161k
Gem. WOZ-waarde
Onder landelijk gemiddelde
28%
Koopwoningen
Huurwijk
10%
Kinderen 0–15 jr
Weinig kinderen in de buurt
16%
Huishoudens met kinderen
Weinig gezinnen

Beoordelingen

Nog geen beoordelingen
Te voet vanaf kinderopvang Al Shams

Wat er nog meer om de hoek zit

Vijf adressen binnen een kwartier lopen. De route hieronder loopt van dichtbij naar verder weg.