Kinderdagverblijf Beregoed
Beoordelingen op Google
Kinderdagverblijf Beregoed
Over deze opvang
GGD-inspectie
De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?
Wat er niet in orde was, en wat wel
Letterlijke eis uit de wet
De verplichting tot het instellen van een oudercommissie geldt niet omdat het een kindercentrum betreft waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen en de houder zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om een oudercommissie in te stellen. OF De houder heeft, zes maanden na registratie, voor het kindercentrum een oudercommissie ingesteld die tot taak heeft de houder van een kindercentrum te adviseren over de onderwerpen in artikel 1.60 van de Wet. In afwijking hiervan kan een gecombineerde oudercommissie voor meerdere kindercentra zijn ingesteld als de houder in hetzelfde of een aangrenzend gebouw meer dan een kindercentrum exploiteert.Uit dit jaarlijks onderzoek blijkt dat KDV Beregoed aan vrijwel alle beoordeelde eisen voldoet.
• Er is geen Oudercommissie (OC) op de locatie.
Gezien de inspanningen van de houder wordt de gemeente geadviseerd op dit punt niet te handhaven.
Kinderdagverblijf Beregoed is op maandag 29 oktober 2025 bezocht voor het jaarlijks onderzoek. Het KDV is vooraf niet op de hoogte gebracht van het bezoek. De toezichthouder heeft tijdens het bezoek gesproken met de aanwezige beroepskrachten. De toezichthouder heeft de pedagogische praktijk geobserveerd. Ook zijn er documenten opgevraagd en beoordeeld.
Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.
Letterlijke eis uit de wet
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt geboden draagt er zorg voor dat beroepskrachten voorschoolse educatie in het bezit zijn van: Een getuigschrift van een opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. Een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, verleend ten aanzien van de door hen te verrichten beroepswerkzaamheden.Letterlijke eis uit de wet
Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.Letterlijke eis uit de wet
Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie, b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie, d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht. De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond, bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.Letterlijke eis uit de wet
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.Letterlijke eis uit de wet
Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. Een kindercentrum beschikt over ten minste 3,5m² binnenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind. Passend voor spelactiviteiten ingerichte binnenruimtes buiten de stamgroepruimte worden naar evenredigheid aan de groepen van het kindercentrum toebedeeld.Zo is het geregeld
Fruit en tussendoortjes
Fruitmoment: We beginnen samen met groente of fruit en drinken water of thee.bron
Vaste gezichten op de groep
Kleine groepen
Foto's en dagverslag in de app
Via onze app ontvang je foto’s en verslagen van de activiteiten, evenals nieuwsbrieven en praktische informatie.bron
Een tegel met een pijltje klapt open met de zin waar het kenmerk op steunt.
Wat de kinderen doen
Veel buiten spelen
Van muziek maken tot knutselen, buitenspelen en sport en bewegen: elke dag is een avontuur!bron
Sport en gym
We zijn een erkende Gezonde Kinderopvang en werken dagelijks aan een omgeving waarin kinderen gezond eten, veel bewegen en lekker buiten zijn.bron
Zingen en muziek
We praten, zingen of lezen een verhaal en stimuleren zo taal en sociaal contact.bron
Knutselen en schilderen
Van muziek maken tot knutselen, buitenspelen en sport en bewegen: elke dag is een avontuur!bron
Extra aandacht voor taal
Samen met jou en je kind wordt spelenderwijs gewerkt aan de taalontwikkeling.bron
Buurt & omgeving
CBS-cijfers
Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.