Kindercentrum Prinses Amalia
Kindcentrum Prinses Amalia aan de Spaanseweg in Rotterdam biedt dagopvang aan baby's, dreumesen en peuters van 0 tot 4 jaar, met een aparte peuterplusgroep voor kinderen van 2 en 3 jaar. Er is een eigen moestuin en tuin, en de mogelijkheid voor halve dagen. Op het programma staan onder meer taalstimulering, knutselen, sport en veel buiten spelen.
Beoordelingen op Google
Kindercentrum Prinses Amalia
Kindcentrum Prinses Amalia aan de Spaanseweg in Rotterdam biedt dagopvang aan baby's, dreumesen en peuters van 0 tot 4 jaar, met een aparte peuterplusgroep voor kinderen van 2 en 3 jaar. Er is een eigen moestuin en tuin, en de mogelijkheid voor halve dagen. Op het programma staan onder meer taalstimulering, knutselen, sport en veel buiten spelen.
Over deze opvang
GGD-inspectie
De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?
Wat er gecontroleerd is en wat de toezichthouder schreef
Bij dit onderzoek zijn de volgende kwaliteitseisen beoordeeld en in orde:
Tegelijkertijd met dit incidenteel onderzoek is er ook een nader onderzoek uitgevoerd. De bevindingen hiervan staan in een apart inspectierapport beschreven.
Kindercentrum Prinses Amalia maakt deel uit van KindeRdam Kinderopvang B.V. en is onderdeel van Groot Rotterdam. Kindercentrum Prinses Amalia biedt dagopvang aan kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Het kindercentrum heeft 110 geregistreerde kindplaatsen en bestaat uit 11 groepen. Het kindercentrum heeft vier baby-, twee verticale- en vijf peutergroepen. Er wordt ook opvang geboden aan kinderen met een extra zorgvraag. Deze kinderen worden opgevangen in één van de twee plusgroepen. Naast reguliere dagopvang biedt het kindercentrum gesubsidieerde voorschoolse educatie aan met het programma Uk & Puk.
Het Landelijk Register Kinderopvang geeft een overzicht van alle onderzoeken die zijn gedaan. Hier volgt een overzicht van de meest recente onderzoeken:
Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.
Letterlijke eis uit de wet
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.Letterlijke eis uit de wet
Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie, b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie, d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht. De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond, bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.Letterlijke eis uit de wet
Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie, b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie, d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht. De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond, bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.Letterlijke eis uit de wet
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.Letterlijke eis uit de wet
In het kader van het bieden van verantwoorde dagopvang, draagt de houder van een kindercentrum er in ieder geval zorg voor dat, rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden: a. op een sensitieve en responsieve manier met kinderen wordt omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen; b. kinderen spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; c. kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden; d. kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum zet voldoende beroepskrachten in voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen, met dien verstande dat: - de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een stamgroep wordt bepaald op grond van de rekenregels; -indien een stamgroep wordt gecombineerd met een basisgroep de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in de gecombineerde groep wordt bepaald op grond van de rekenregels.Letterlijke eis uit de wet
Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat in de dagopvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld.Zo is het geregeld
Eigen moestuin
Er is een gedeelte ingericht om samen met de kinderen een moestuintje aan te leggen en te onderhouden.bron
Kleine groepen
In onze kleinschalige groepen bieden we een veilige, warme omgeving waar jouw kind kan spelen, ontdekken en contact maken met andere kinderen.bron
Een tegel met een pijltje klapt open met de zin waar het kenmerk op steunt.
Wat de kinderen doen
Veel buiten spelen
Je kind kiest zelf wat het wil doen: buiten spelen, bouwen, knutselen, sporten, of juist even niets.bron
Uitstapjes in de buurt
Met themadagen, uitstapjes, workshops en creatieve uitdagingen maken we van de zomervakantie een tijd om naar uit te kijken.Talentbegeleiders: inspireren door passieOp verschillende locaties werken we met Talentbegeleiders.bron
Sport en gym
Sport, spel en vrij spelen We maken ook gebruik van de gymzaal voor sport en spel.bron
Zingen en muziek
Je hoort wat we doen op de vrijdagochtend, zoals spelen, zingen en samen eten.Je kunt al je vragen stellen.bron
Knutselen en schilderen
Je kind kiest zelf wat het wil doen: buiten spelen, bouwen, knutselen, sporten, of juist even niets.bron
Buurt & omgeving
CBS-cijfers
Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.