Kinderdagverblijf
De Springbuidelmuisjes/KDV De Stokstaartjes/PSG De Suikerdiefjes
Merelstraat 3, Scheemda
Geregistreerd sinds2020 · 6 jaar geregistreerd
Totale grootteMedium (41 kindplekken)
Voorschoolse educatieJa
Biologische voedingJa
BuitenspeelplaatsJa
Biologisch op het bordEigen tuin of plein
Knutselen en schilderen
Beoordelingen
Nog geen
Home / Scheemda / Kinderdagverblijven / KDV De Springbuidelmuisjes/KDV De Stokstaartjes/PSG De Suikerdiefjes
Kinderdagverblijf
De Springbuidelmuisjes/KDV De Stokstaartjes/PSG De Suikerdiefjes
Merelstraat 3, 9679JE Scheemda
Over deze opvang
Geregistreerd sinds2020 · 6 jaar geregistreerd
Totale grootteMedium (41 kindplekken)
Voorschoolse educatieJa
Biologische voedingJa
BuitenspeelplaatsJa
GGD-inspectie
De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?
18 punten niet in ordeJaarlijks onderzoek · bezocht 9 december 2025 · rapport 25 februari 2026 · GGD Groningen
37
eisen getoetst
18
niet in orde
Geen
handhaving door gemeente
4 rapporten in het registerklik voor het pdf
Wat er niet in orde was, en wat wel
Niet in orde bij dit onderzoek
Registratie voorschoolse educatieDe opvang had niet vastgelegd aan hoeveel peuters uit de doelgroep op 1 januari voorschoolse educatie wordt aangeboden.
Letterlijke eis uit de wet
De houder legt vast aan hoeveel doelgroep-peuters op 1 januari voorschoolse educatie wordt aangeboden.Pedagogisch coach voorschoolse educatieVoor de voorschoolse educatie was de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker niet geregeld, niet aantoonbaar, niet beschreven in het pedagogisch beleidsplan, of er waren te weinig uren ingezet.
Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden zet een pedagogisch beleidsmedewerker in voor de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie.Pedagogisch coach voorschoolse educatieVoor de voorschoolse educatie was de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker niet geregeld, niet aantoonbaar, niet beschreven in het pedagogisch beleidsplan, of er waren te weinig uren ingezet.
Letterlijke eis uit de wet
De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie betreft de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie of coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie.Pedagogisch coach voorschoolse educatieVoor de voorschoolse educatie was de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker niet geregeld, niet aantoonbaar, niet beschreven in het pedagogisch beleidsplan, of er waren te weinig uren ingezet.
Letterlijke eis uit de wet
De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie omvat per kindercentrum een minimaal aantal uren per jaar, dat jaarlijks wordt bepaald door het aantal kinderen waaraan in het kindercentrum op 1 januari van het betreffende jaar voorschoolse educatie wordt aangeboden te vermenigvuldigen met tien uur. Hierbij worden slechts kinderen meegeteld die tussen tweeëneenhalf en vier jaar oud zijn en behoren tot de vastgestelde doelgroep, zoals bepaald in de Wet op het primair onderwijs.Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wet
Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de emotionele veiligheid van en stabiliteit voor de betreffende kinderen wordt geborgd, als wordt afgeweken van de verplichting dat per dag ten minste een vaste beroepskracht aanwezig is in de stamgroep.Pedagogisch beleidsplanHet pedagogisch beleidsplan ontbrak of miste verplichte onderdelen, of er werd op de groep niet volgens dat plan gewerkt.
Letterlijke eis uit de wet
Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de kaders waarbinnen voor ten hoogste drie uren per dag verantwoord kan worden afgeweken van de benodigde personele inzet, met dien verstande dat ten minste de helft van het vereiste aantal beroepskrachten wordt ingezet.Scholing voorschoolse educatieDe medewerkers op de peutergroep met voorschoolse educatie hadden niet (allemaal) de vereiste aanvullende scholing, of het jaarlijkse opleidingsplan ontbrak, werd niet concreet uitgevoerd of niet jaarlijks geëvalueerd.
Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, stelt jaarlijks voor elke locatie voorschoolse educatie een opleidingsplan vast dat in elk geval tot uitdrukking brengt op welke wijze de kennis en vaardigheden (als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) van de beroepskracht voorschoolse educatie worden onderhouden. De houder geeft op concrete en toetsbare wijze uitvoering aan het opleidingsplan, evalueert het plan jaarlijks en stelt het plan aan de hand van de evaluatie zo nodig bij.Beleid voorschoolse educatie: 960 uurHet pedagogisch beleidsplan beschreef niet concreet en toetsbaar hoe het aanbod zo is ingericht dat een kind in anderhalf jaar ten minste 960 uur voorschoolse educatie kan krijgen.
Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, hoe het aanbod voorschoolse educatie zodanig is ingericht dat een kind vanaf de dag dat het tweeëneenhalf jaar oud wordt in anderhalf jaar ten minste 960 uur voorschoolse educatie kan ontvangen.Scholing voorschoolse educatieDe medewerkers op de peutergroep met voorschoolse educatie hadden niet (allemaal) de vereiste aanvullende scholing, of het jaarlijkse opleidingsplan ontbrak, werd niet concreet uitgevoerd of niet jaarlijks geëvalueerd.
Letterlijke eis uit de wet
De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond, bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. OF Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie, b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie, d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht.Taaleis voorschoolse educatieVan een beroepskracht voorschoolse educatie kon niet worden aangetoond dat die Nederlands beheerst op niveau 3F voor mondelinge taalvaardigheid en lezen.
Letterlijke eis uit de wet
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.Inzet van leerlingen en stagiairsLeerlingen of stagiairs werden ingezet op een manier die niet volgens de regels mag, bijvoorbeeld te veel of niet passend bij hun opleidingsfase, of er was geen begeleidingsplan waarmee alle betrokkenen schriftelijk hadden ingestemd.
Letterlijke eis uit de wet
De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. Bij het bepalen van de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening gehouden met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden. De inzet van de beroepskracht in opleiding vindt plaats overeenkomstig een begeleidingsplan waarmee schriftelijk is ingestemd door de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider.Aantal medewerkers en aandeel leerlingenOp sommige momenten stonden er te weinig medewerkers voor het aantal kinderen, of een te groot deel van de ingezette medewerkers bestond uit leerlingen of stagiairs.
Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum zet voldoende beroepskrachten in voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen. De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een stamgroep wordt bepaald op grond van de rekenregels. Indien een stamgroep wordt gecombineerd met een basisgroep, wordt de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in de gecombineerde groep bepaald op grond van de rekenregels. Gedurende de dagopvang bestaat maximaal de helft van het totaal aantal benodigde beroepskrachten uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. Daarbij mag maximaal een derde van het totaal aantal benodigde beroepskrachten bestaan uit stagiairs.Administratie van de bezettingMet het overzicht van de ingezette medewerkers en de presentielijsten van de kinderen (met aankomst- en vertrektijden) was niet aan te tonen dat er steeds genoeg medewerkers op de groep stonden.
Letterlijke eis uit de wet
De houder toont door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden, aan dat hij voldoet aan de benodigde beroepskracht-kindratio en indien van toepassing de afwijking daarvan.Beroepskracht op groep met leerlingenOp een stamgroep waar leerlingen werden ingezet, werd niet elke dag minstens één beroepskracht ingezet.
Letterlijke eis uit de wet
Op een stamgroep waar een of meerdere beroepskrachten in opleiding worden ingezet, wordt ten minste een beroepskracht per dag ingezet.Diploma's medewerkersNiet alle medewerkers hadden een diploma dat volgens de cao kinderopvang geldt voor het werk op de groep.
Letterlijke eis uit de wet
Beroepskrachten beschikken over een passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang.Groepsgrootte en vaste groepDe groepen waren groter dan toegestaan, of kinderen zaten niet in één vaste groep.
Letterlijke eis uit de wet
Bij dagopvang vindt de opvang plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in één stamgroep. De maximale groepsgrootte wordt bepaald op grond van tabel 1 in bijlage 1, onderdeel a van het Besluit kwaliteit kinderopvang. Indien een stamgroep wordt gecombineerd met een basisgroep wordt de maximale grootte van de gecombineerde groep bepaald op grond van bijlage 1, onderdeel c van het Besluit kwaliteit kinderopvang.Jaarverslag klachtenHet jaarverslag klachten ontbrak, was niet compleet, was herleidbaar tot personen of bevatte adresgegevens, of is niet op tijd (voor 1 juni) opgesteld, naar de toezichthouder gestuurd en aan de ouders bekendgemaakt.
Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat, indien een jaarverslag klachten vereist is omdat er in het betreffende jaar klachten bij de houder zijn ingediend, over elk kalenderjaar in het eerstvolgende kalenderjaar voor 1 juni een jaarverslag klachten wordt opgesteld. In het jaarverslag wordt ten minste opgenomen: - een beknopte beschrijving van de klachtenregeling: - informatie over de wijze waarop ouders zijn geïnformeerd over de klachtenregeling; - het aantal en de aard van de behandelde klachten per locatie; - de strekking van de oordelen en de aard van de getroffen maatregelen per locatie; - het aantal en de aard van de door de geschillencommissie behandelde geschillen, betreffende ouders of de oudercommissie. Het jaarverslag is niet herleidbaar tot natuurlijke personen tenzij het de houder zelf betreft en bevat geen adresgegevens, uitgezonderd het kindercentrum dat is gevestigd op het woonadres van de houder die een natuurlijke persoon is.Jaarverslag klachtenHet jaarverslag klachten ontbrak, was niet compleet, was herleidbaar tot personen of bevatte adresgegevens, of is niet op tijd (voor 1 juni) opgesteld, naar de toezichthouder gestuurd en aan de ouders bekendgemaakt.
Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum zendt, indien een jaarverslag klachten vereist is omdat er in het betreffende jaar klachten bij de houder zijn ingediend, het jaarverslag klachten voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de toezichthouder en brengt het verslag gelijktijdig op passende wijze onder de aandacht van de ouders.Wel getoetst en in orde
Ouderrecht · 1 eis
Pedagogisch klimaat · 13 eisen
Personeel en groepen · 4 eisen
Veiligheid en gezondheid · 1 eis
Wat de toezichthouder schreef
Bij de volgende hoofdstukken is aan de beoordeelde kwaliteitseisen voldaan:
• veiligheid en gezondheid.
Aan een aantal kwaliteitseisen is niet voldaan. Het gaat om:
• pedagogisch klimaat met betrekking tot het pedagogisch beleid en de voorschoolse educatie
De uitleg in gewone taal is van Kribo; de letterlijke eis staat er ingeklapt onder. Bij twijfel is het pdf van de GGD leidend.Volledig rapport (pdf)
Zo is het geregeld
Biologisch op het bord
Eigen tuin of plein
Wat de kinderen doen
Knutselen en schilderen
Buurt & omgeving
CBS-cijfers
Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.
€ 266k
Gem. WOZ-waarde
Onder landelijk gemiddelde
56%
Koopwoningen
Gemengde wijk
17%
Kinderen 0–15 jr
Rond landelijk gemiddelde
37%
Huishoudens met kinderen
Rond landelijk gemiddelde
Beoordelingen
Nog geen beoordelingen