De Peuterhorn
Beoordelingen
De Peuterhorn
Over deze opvang
GGD-inspectie
De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?
Wat er gecontroleerd is en wat de toezichthouder schreef
De Rijksoverheid heeft eisen in de Wet kinderopvang opgesteld waaraan kinderopvangorganisaties zich moeten houden.
Indien blijkt dat niet geheel aan de gestelde eisen is voldaan, zal de toezichthouder het college van de betreffende gemeente via het inspectierapport adviseren te handhaven conform het handhavingsbeleid. De gemeente stelt hierna een schrijven naar de houder op. Hoe deze is opgesteld is afhankelijk van het gemeentelijk handhavingsbeleid.
De gemeente geeft vervolgens de toezichthouder van de GGD opdracht om een (onaangekondigd) nader onderzoek uit te voeren. Een nader onderzoek richt zich op de overtredingen die zijn geconstateerd tijdens het vorige onderzoek. Op de laatste pagina’s van het rapport staat een overzicht van de getoetste inspectie-items.
Voor een uitgebreide uitleg over het inspectieproces en de verantwoordelijkheden voor het toezicht en de handhaving op de kwaliteit, verwijzen wij naar www.rijksoverheid.nl.
Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.
Letterlijke eis uit de wet
In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum en de bestuurder, vennoot, maat of beheerder van dat kindercentrum; b. de participerende ouder; c. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waar kinderen worden opgevangen; e. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen; f. de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres. Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ingeschreven in het personenregister kinderopvang en gekoppeld aan de houder.Letterlijke eis uit de wet
Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.Letterlijke eis uit de wet
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de aanvullende onderwerpen voor voorschoolse educatie betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld.Letterlijke eis uit de wet
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen.Zo is het geregeld
Wat de kinderen doen
Buurt & omgeving
CBS-cijfers
Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.