De Lichtlijn
De Lichtlijn in Den Helder, van Christelijk Kinderdagverblijf & bso De Kleine Reiziger, biedt dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar aan de Lekstraat.
Beoordelingen
De Lichtlijn
De Lichtlijn in Den Helder, van Christelijk Kinderdagverblijf & bso De Kleine Reiziger, biedt dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar aan de Lekstraat.
Over deze opvang
GGD-inspectie
De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?
Wat er gecontroleerd is en wat de toezichthouder schreef
De Rijksoverheid heeft eisen in de Wet kinderopvang opgesteld waaraan kinderopvangorganisaties zich moeten houden. Indien blijkt dat niet geheel aan de gestelde eisen is voldaan, zal de toezichthouder het college van de betreffende gemeente via het inspectierapport adviseren te handhaven conform het handhavingsbeleid. De gemeente stelt hierna een schrijven naar de houder op. Hoe deze is opgesteld is afhankelijk van het gemeentelijk handhavingsbeleid.
De gemeente geeft vervolgens de toezichthouder van de GGD opdracht om een (onaangekondigd) nader onderzoek uit te voeren. Een nader onderzoek richt zich op de overtredingen die zijn geconstateerd tijdens het vorige onderzoek. Op de laatste pagina’s van het rapport staat een overzicht van de getoetste inspectie-items.
De toezichthouder heeft voor dit onderzoek de locatie bezocht om de praktijk te beoordelen. Er zijn gesprekken met beroepskrachten en de locatieverantwoordelijke gevoerd. Verder zijn de nodige documenten beoordeeld.
Kinderdagverblijf (KDV) De Lichtlijn is onderdeel van Christelijke kinderopvangorganisatie De Kleine Reiziger en is gevestigd in Den Helder. Het KDV biedt opvang aan in 2 stamgroepen aan kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. De locatie is in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geregistreerd met 32 kindplaatsen en als aanbieder van Voorschoolse Educatie (VE) voor de peutergroep.
Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.
Letterlijke eis uit de wet
Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat in de dagopvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum informeert de ouders en eenieder die daarom verzoekt over het te voeren beleid zoals beschreven in artikel 1.48d tot en met 1.57d van de wet.Letterlijke eis uit de wet
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum brengt de mogelijkheid om geschillen aan de geschillencommissie voor te leggen op passende wijze onder de aandacht van de ouders.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum informeert ouders en personeel over het inspectierapport door het zo spoedig mogelijk na ontvangst op de eigen website te plaatsen op een gemakkelijk vindbare plaats. Indien geen website aanwezig is legt de houder een afschrift van het inspectierapport ter inzage op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.Letterlijke eis uit de wet
Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie, b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie, d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht. De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond, bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum brengt de klachtenregeling ten behoeve van ouders en wijzigingen daarvan op een passende wijze onder de aandacht van ouders en handelt overeenkomstig deze klachtenregeling.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt geboden draagt er zorg voor dat beroepskrachten voorschoolse educatie in het bezit zijn van: Een getuigschrift van een opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. Een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, verleend ten aanzien van de door hen te verrichten beroepswerkzaamheden.Letterlijke eis uit de wet
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen.Letterlijke eis uit de wet
De houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld.Letterlijke eis uit de wet
Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.Buurt & omgeving
CBS-cijfers
Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.