De Bloementuin
Kinderdagverblijf De Bloementuin in Heemskerk, van Tabijn opvang, geopend op werkdagen van 7.30 tot 18.30 uur. De opvang telt twee groepen, De Lieveheersbeestjes en De Libellen, met plek voor 12 kinderen per groep en altijd twee medewerkers aanwezig.
Beoordelingen
De Bloementuin
Kinderdagverblijf De Bloementuin in Heemskerk, van Tabijn opvang, geopend op werkdagen van 7.30 tot 18.30 uur. De opvang telt twee groepen, De Lieveheersbeestjes en De Libellen, met plek voor 12 kinderen per groep en altijd twee medewerkers aanwezig.
Over deze opvang
GGD-inspectie
De GGD controleert elke opvang namens de gemeente, meestal jaarlijks. Hoe lees je een GGD-rapport?
Wat er gecontroleerd is en wat de toezichthouder schreef
Op 15 januari 2026 heeft GGD Kennemerland in opdracht van de gemeente Heemskerk een onaangekondigd onderzoek uitgevoerd bij kinderdagverblijf De Bloementuin in Heemskerk.
Het thema van dit onderzoek is ‘ouders en kind’. Getoetst is onder andere de uitvoering van het pedagogisch beleid wat betreft wennen kind, volgen ontwikkeling van het kind, voeren van oudergesprekken, de doorgaande lijn naar school en indien van toepassing naar de buitenschoolse opvang en doorverwijzing naar passende instanties voor verdere ondersteuning. Tevens is getoetst hoe aan ouders bekend wordt gemaakt welke beroepskracht de mentor is van het kind. Ook is de kennis met betrekking tot de meldcode getoetst. Verder is de wijze van informeren ouders, eventuele aanwezigheid van klachten en de aanwezigheid van een oudercommissie getoetst. Tot slot is getoetst of de ingezette personen tijdig met een verklaring omtrent het gedrag zijn ingeschreven in het personenregister en gekoppeld zijn aan de houder.
Voorschoolse educatie is altijd onderdeel van het onderzoek.
Bij de volgende hoofdstukken zijn enkele kwaliteitseisen getoetst. Niet alle kwaliteitseisen zijn onderdeel van het onderzoek. Er is aan de volgende beoordeelde kwaliteitseisen voldaan:
Een aanwijzing is een formele opdracht van de gemeente om iets binnen een termijn te herstellen. Besluiten horen bij de locatie, niet bij één rapport, en zijn vaak inmiddels opgevolgd.
Letterlijke eis uit de wet
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen.Letterlijke eis uit de wet
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen.Letterlijke eis uit de wet
Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie, b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie, d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht. De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond, bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.Letterlijke eis uit de wet
Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie, b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie, d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht. De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond, bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.Letterlijke eis uit de wet
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.Zo is het geregeld
Wat de kinderen doen
Buurt & omgeving
CBS-cijfers
Bron: CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024.